Vonnis van Raad van State, 17 september 2013

Datum uitspraak:17 september 2013
Jurisdictie:Nietigverklaring
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Vergunningen die voor de datum van inwerkingtreding van het milieuvergunningsdecreet zijn verleend, blijven geldig voor de in het vergunningsbesluit bepaalde vergunningstermijn, en zulks uiterlijk tot 1 september 2016. Die vergunningen zijn niet beperkt tot deze verleend op grond van het ARAB, vermits één van de basisdoelstellingen van het milieuvergunningsdecreet erin bestaat te komen tot een geï... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 224.668 van 17 september 2013 in de zaken I. A. 200.194/VII-38.104. II. A. 201.929/VII-38.269. III. A. 202.003/VII-38.271.

In zake : I. de CVBA GREENSKY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tangui Vandenput en Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen II.

de STAD HANNUIT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Els Desair kantoor houdend te 2000 Antwerpen Oude Leeuwenrui 19 bij wie woonplaats wordt gekozen III.

de VZW AÉROCLUB DE HESBAYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Tom Swerts kantoor houdend te 2800 Mechelen Antwerpsesteenweg 16-18 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

I.

de DEPUTATIE VAN DE PROVINCIE

VLAAMS-BRABANT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Karel Van Alsenoy kantoor houdend te 1000 Brussel A. Dansaertstraat 92 bij wie woonplaats wordt gekozen

VII-38.104, VII-38.269 & VII-38.271-1/49

II. + III.

het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Bronders kantoor houdend te 8400 Oostende Archimedesstraat 7 bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partijen : I.

de VZW AÉROCLUB DE HESBAYE bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Jan Bergé kantoor houdend te 3000 Leuven Naamsestraat 165 bij wie woonplaats wordt gekozen II. + III.

de CVBA GREENSKY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Tangui Vandenput en Patrik De Maeyer kantoor houdend te 1160 Brussel Tedescolaan 7 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de beroepen

1. Het beroep in de zaak sub I, ingesteld op 16 mei 2011, strekt tot

de nietigverklaring van het besluit van de deputatie van de provincie

Vlaams-Brabant van 17 maart 2011 waarbij het bestuurlijk beroep ingediend tegen

de beslissing van het college van burgemeester en schepenen van de stad Landen

van 5 oktober 2010, houdende het weigeren van de milieuvergunning aan de

VZW Aéroclub de Hesbaye voor het exploiteren van een terrein voor het opstijgen

en landen van ultralichte motorluchtvaartuigen (hierna : ULM's), deels gelegen op

het grondgebied van de stad Landen, zonder voorwerp wordt verklaard.

De beroepen in de zaken sub II en III, respectievelijk ingesteld

op 29 september 2011 en op 7 oktober 2011, strekken tot de nietigverklaring van

het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 29 juli

VII-38.104, VII-38.269 & VII-38.271-2/49

2011 waarbij het bestuurlijk beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie

van de provincie Vlaams-Brabant van 17 maart 2011, houdende het weigeren aan

de CVBA Greensky van de milieuvergunning voor het exploiteren van negen

windturbines en bijhorende transformatoren, gelegen op percelen langsheen de

E40 te Landen, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven

en aan de CVBA Greensky de gevraagde milieuvergunning wordt verleend.

II. Verloop van de rechtsplegingen

2. Bij arrest nr. 218.397 van 8 maart 2012 is de vordering tot

schorsing van de tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing in de zaak sub III

ingewilligd.

De verwerende partij en de tussenkomende partij hebben in die

zaak een verzoekschrift tot voortzetting van de rechtspleging ingediend.

De verwerende partijen hebben in elke zaak een memorie van

antwoord ingediend en de verzoekende partijen hebben telkens een memorie van

wederantwoord ingediend.

De tussenkomende partijen hebben in elke zaak een

verzoekschrift tot tussenkomst ingediend. De tussenkomsten zijn toegestaan bij

beschikkingen van respectievelijk 1 september 2011, 5 december 2011 en 19 april

2012. De tussenkomende partijen hebben telkens een memorie ingediend.

Auditeur Dieter Decock heeft in elke zaak een verslag opgesteld.

In de zaak sub I heeft de verzoekende partij een verzoek tot

voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende

partij heeft in die zaak een laatste memorie ingediend.

VII-38.104, VII-38.269 & VII-38.271-3/49

In de zaak sub II heeft de verzoekende partij een verzoek tot

voortzetting van het geding en een laatste memorie ingediend. De verwerende

partij en de tussenkomende partij hebben in die zaak een laatste memorie

ingediend.

In de zaak sub III hebben de verwerende partij en de

tussenkomende partij een verzoek tot voortzetting van het geding en een laatste

memorie ingediend. De verzoekende partij heeft in die zaak een laatste memorie

ingediend.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft

plaatsgevonden op 13 juni 2013.

Staatsraad Peter Sourbron heeft verslag uitgebracht in alle

zaken.

Advocaat Patrik De Maeyer, die verschijnt voor de verzoekende

partij, advocaat Karel Van Alsenoy, die verschijnt voor de verwerende partij, en

advocaat Karin Lieckens, die loco advocaat Jan Bergé verschijnt voor de

tussenkomende partij, zijn gehoord in de zaak sub I.

Advocaat Kyoto Van Herreweghe, die loco advocaat Els Desair

verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Clive Rommelaere, die loco

advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Patrik

De Maeyer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord in de zaak

sub II.

Advocaat Karin Lieckens, die loco advocaat Tom Swerts

verschijnt voor de verzoekende partij, advocaat Clive Rommelaere, die loco

advocaat Bart Bronders verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Patrik

De Maeyer, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord in de zaak

sub III.

VII-38.104, VII-38.269 & VII-38.271-4/49

Auditeur Dieter Decock heeft een andersluidend advies

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der

talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State,

gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De VZW Aéroclub de Hesbaye is actief in het domein van het

ultralichte vliegwezen. Als vliegclub voor ULM's is zij eigenaar en exploitant van

een terrein te Landen. Zij beschikt in dit verband over een op 1 juli 1988 door het

directoraat-generaal Luchtvaart verleende machtiging voor de exploitatie van een

permanent luchtvaartterrein voor het gebruik van ULM-toestellen. Op

23 december 2002 heeft de bevoegde Waalse minister een stedenbouwkundige

vergunning verleend voor de gebouwen die gebruikt worden in het kader van de

vliegactiviteiten.

3.2. Op 8 januari 2010 stelt de toezichthouder van de stad Landen

lastens de VZW Aéroclub de Hesbaye een proces-verbaal op omdat zij niet

beschikt over een milieuvergunning voor een "opstijg- en/of landingsplaats voor

(…) ULM's", hoewel zulks in de milieuregelgeving is ingedeeld als een hinderlijke

inrichting van klasse 2.

3.3. Ingevolge dit proces-verbaal, dient de VZW Aéroclub de

Hesbaye op 10 juni 2010 een milieuvergunningsaanvraag in.

3.4. Bij besluit van 5 oktober 2010 weigert het college van

burgemeester en schepenen van de stad Landen de gevraagde vergunning.

VII-38.104, VII-38.269 & VII-38.271-5/49

gegeven.

3.5. De VZW Aéroclub de Hesbaye dient tegen deze

weigeringsbeslissing beroep in bij de deputatie van de provincie Vlaams-Brabant.

3.6. De Provinciale Milieuvergunningscommissie adviseert het

beroep zonder voorwerp te verklaren.

3.7. Met een besluit van 17 maart 2011 verklaart de deputatie van de

provincie Vlaams-Brabant "het beroep, de beslissing van het college en de

milieuvergunningsaanvraag" zonder voorwerp. Dit besluit wordt bestreden in de

zaak sub I.

De motivering ervan luidt als volgt :

"Evaluatie van het beroepschrift, van de hoorzitting en verslag van het onderzoek

De uitbating beschikt over een exploitatievergunning verleend door het Directoraat-generaal van de luchtvaart (vergunning dd. 01.07.1988, ref. LM/kg/SEC88.378). Deze exploitatievergunning van 01.07.1988, kan beschouwd worden als een vergunning die verleend werd vóór de inwerkingtreding van het milieuvergunningsdecreet (MVD van 28 juni 1985). Art. 44 van het MVD en art. 71 van Vlarem I stellen dat de vergunningen voor de exploitatie verleend voor de inwerkingtreding van dit besluit (i.e. Vlarem I dat in voege trad op 1.09.1991) geldig blijft voor de vastgestelde termijn tot ten hoogste twintig jaar te rekenen vanaf 1 september 1991).

Artikel 71 van Vlarem I beperkt 'vergunningen voor de exploitatie' niet uitdrukkelijk tot de ARAB-vergunningen. Er dient derhalve aangenomen te worden dat het begrip 'exploiteren' opgevat moet worden volgens de betekenis die eraan gegeven wordt in het milieuvergunningsdecreet en zijn uitvoeringsbesluiten. Luidens artikel 2, 2°, van het MVD en artikel 1, 5°, van Vlarem I moet onder 'exploiteren' verstaan worden, het 'in werking stellen of houden, gebruiken. installeren of in stand houden van een inrichting, daaronder begrepen het lozen van afvalwater' (arr. Raad van State nr. 196.541 van 1 oktober 2009).

Bovenvermelde vergunning van 1988 heeft als doel het in werking stellen of houden, gebruiken, installeren of in stand houden van een inrichting voor permanent gebruik voor ULM's.

Deze vergunning werd verleend voor een onbepaalde termijn. Door het decreet van 11 juni 2010 houdende wijziging van het MVD van 28 juni 1985 betreffende de invoering van maatregelen tot aanpak van de milieuvergunningenpiek (zgn Piekdecreet) wordt de vergunningstermijn teruggebracht tot 1 september 2016.

VII-38.104, VII-38.269 & VII-38.271-6/49

Ook blijkt uit bijkomend onderzoek van de juridische dienst van de provincie dat de exploitatievergunning die aan de Aéro-Club De Hesbaye verleend werd door het Directoraat-generaal van de luchtvaart (vergunning d.d. 01.07.1988, ref. LM/kg/SEC88.378) wel degelijk nog geldig is. Tot de inwerkingtreding van het MVD van 28 juni 1985 (i.c. 01.09.1991) bleef het afleveren van dergelijke (exploitatie)vergunningen in luchtvaartaangelegenheden op het grondgebied van het Vlaamse Gewest in handen van de Federale Overheid.

De juridische dienst bevestigt ook de stelling dat het begrip exploitatievergunning, vóór de in werkingtreding van het MVD, niet beperkt is tot de ARAB-vergunningen.

Aangezien...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT