Vonnis van Raad van State, 10 september 2013

Datum uitspraak:10 september 2013
Jurisdictie:Andere
Nature:Arrest
SAMENVATTING

De milieuhygiënische beoordeling van de maatregelen die moeten worden genomen om de hinder tot een aanvaardbaar niveau te beperken en van de natuurtoets is niet inwisselbaar voor een toets aan de stedenbouwkundige voorschriften. Het bestuur dat een milieuvergunning verleent, dient vooreerst te onderzoeken of een inrichting tot verwerking van bouwafval, met de hinder die ze veroorzaakt, kan worden ... (volledige samenvatting weergeven)

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER

A R R E S T

nr. 224.588 van 10 september 2013 in de zaak A. 208.765/VII-38.814.

In zake: 1. Marleen DENDAS 2. Peter BRAUNS 3. Edwin HOEFNAGELS bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Barbara Spapen kantoor houdend te 3460 Bekkevoort Bergstraat 6 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST, vertegenwoordigd door de Vlaamse regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge

Gerard Davidstraat 46, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen

Tussenkomende partij : de BVBA BALDEWIJNS & CO bijgestaan en veregenwoordigd door advocaat Kaat Leus en tevens door advocaat Philippe Van Wesemael kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 137, bus 1 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het verzoekschrift, ingesteld op 6 mei 2013, strekt tot de schorsing van de tenuitvoerlegging en de nietigverklaring van het besluit van de Vlaamse minister van Leefmilieu, Natuur en Cultuur van 20 februari 2013, waarbij

    VII-38.814-1/14

    het beroep ingesteld tegen de beslissing van de deputatie van de provincie Limburg van 1 september 2011 houdende het weigeren van de vergunning aan de BVBA Baldewijns & Co voor de exploitatie van een inrichting voor transport en recuperatie van bouw- en sloopafval met betoncentrale, gelegen aan de Albertkanaalstraat te Hasselt, gegrond wordt verklaard, de beroepen beslissing wordt opgeheven en de gevraagde vergunning onder voorwaarden wordt verleend.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een verslag overeenkomstig artikel 93 van het besluit van de Regent van 23 augustus 1948 tot regeling van de rechtspleging voor de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State en overeenkomstig artikel 12 van het koninklijk besluit van 5 december 1991 tot bepaling van de rechtspleging in kort geding voor de Raad van State opgesteld.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 5 september 2013.

    Staatsraad Eric Brewaeys heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Barbara Spapen, die verschijnt voor de verzoekende partijen, advocaat Tine Strubbe, die loco advocaat Bart Staelens verschijnt voor de verwerende partij, en advocaat Philippe Van Wesemael, die verschijnt voor de tussenkomende partij, zijn gehoord.

    Auditeur Rita Van Den Eeckhout heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

    VII-38.814-2/14

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Tussenkomst

  3. Met een op 30 mei 2013 ter post aangetekend verzoekschrift vraagt de BVBA Baldewijns & Co om in het geding te mogen tussenkomen.

    Er is grond om dat verzoek in te willigen.

    IV. Feiten

    4.1. De tussenkomende partij is een bedrijf gespecialiseerd in afbraakwerken, grondwerken en transport. Sinds 1990 is dit bedrijf gevestigd aan de Veldstraat 170 te Kuringen. In het gemeentelijk ruimtelijk structuurplan van de stad Hasselt werd echter vooropgesteld om de KMO-zone, waarin het bedrijf thans gelegen is, te bestemmen tot "kleinhandelszone" op provinciaal niveau. Hierdoor zou het bedrijf, eens deze herbestemming wordt vastgelegd in een RUP, zich niet meer ter plaatse kunnen handhaven. Het bedrijf opteert voor een gedeeltelijke herlocalisatie naar de percelen aan de Albertkanaalstraat in Stokrooie.

    4.2. Die percelen zijn volgens het gewestplan Hasselt - Genk deels gelegen in gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO, deels in natuurgebied, deels in woongebied, deels in bosgebied en agrarisch gebied. 4.3. Op 22 februari 2010 wordt een aanvraag ingediend tot het verkrijgen van een stedenbouwkundige vergunning voor de bouw van kantoren met conciërgewoning en loods voor de opslag van materialen, Tevens wordt een betoncentrale en een weegbrug voorzien. Die aanvraag heeft uitsluitend betrekking op het gebied voor ambachtelijke bedrijven en KMO's. Tevens wordt

    VII-38.814-3/14

    een groenbuffer voorzien onder andere ten aanzien van woonzone en natuurgebied.

    4.4. Bij besluit van 25 november 2010 verleent de deputatie van de provincie Limburg de stedenbouwkundige vergunning.

    4.5. Tegen deze vergunningsbeslissing dient de gewestelijk stedenbouwkundig ambtenaar op 20 december 2010 een beroep in bij de Raad voor Vergunningsbetwistingen. De zaak is hangende.

    4.6. Op 10 februari 2011 dient de tussenkomende partij een aanvraag in voor de exploitatie van een inrichting voor transport en recuperatie van bouwen sloopafval met betoncentrale op dezelfde plaats.

    De vergunningsaanvraag heeft concreet betrekking op een nieuwe exploitatie voor de recuperatie van bouw- en sloopafval afkomstig van...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT