Décision judiciaire de Raad van State, 24 mai 2013

Date de Résolution24 mai 2013
JuridictionAndere
Nature Algemene vergadering

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

ALGEMENE VERGADERING

A R R E S T

nr. 223.593 van 24 mei 2013 in de zaak A. 208.346/Abis-4

In zake : Damien THIERY bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Frédéric Gosselin kantoor houdend te 1348 Louvain-La-Neuve Rue de Clairvaux 40/202 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen:

het VLAAMSE GEWEST vertegenwoordigd door de Vlaamse Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Paul Van Orshoven kantoor houdend te 1050 Brussel Louizalaan 99 bij wie woonplaats wordt gekozen en advocaat Bart Staelens kantoor houdend te 8000 Brugge Gerard Davidstraat 46/1

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de memorie van de verzoeker

  1. De memorie, ingediend op 26 maart 2013 strekt tot het tenietdoen van het besluit van de Vlaamse minister van Bestuurszaken, Binnenlands Bestuur, Inburgering, Toerisme en Vlaamse Rand van 25 februari 2013 houdende de niet-benoeming van Damien Thiéry tot burgemeester van de gemeente Linkebeek.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. De verwerende partij heeft een nota ingediend.

    Abis-4-1/19

    Eerste auditeur Eric Thibaut en auditeur Iris Verheven hebben een verslag opgesteld.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 mei 2013.

    Staatsraden Colette Debroux en Bert Thys hebben verslag uitgebracht.

    Advocaten Frédéric Gosselin en Karolien Luyckx, die verschijnen voor de verzoeker, en advocaten Paul Van Orshoven en Bart Staelens, die verschijnen voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Eerste auditeur Eric Thibaut en auditeur Iris Verheven hebben advies gegeven.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Normatief kader

    3. In de eerste fase van de zesde staatshervorming heeft de (bijzondere) wetgever aan de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevoegdheid toegewezen tot behandeling van administratieve geschillen die betrekking hebben op de zes randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de op 18 juli 1966 gecoördineerde wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken.

    De wet van 19 juli 2012 “tot wijziging van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, wat de behandeling van geschillen betreft door de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak, op

    Abis-4-2/19

    vraag van personen gevestigd in de randgemeenten”, bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2012, bepaalt onder welke voorwaarden personen die gevestigd zijn in één van de zes randgemeenten, kunnen vragen dat hun beroep of vordering bij de Raad van State door de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak wordt behandeld. Ook elke verwerende of tussenkomende partij die gevestigd is in één van de randgemeenten, kan onder bepaalde voorwaarden een verwijzing van de zaak naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak vragen. De voornoemde wet, die in werking is getreden op 14 oktober 2012, voegt voorts aan de artikelen 93, 95 en 97 van de gecoördineerde wetten op de Raad van State bepalingen toe betreffende de wijze van behandeling van dergelijke zaken door de algemene vergadering.

    De bijzondere wet van 19 juli 2012 “houdende wijziging van de wet van 9 augustus 1988 tot wijziging van de gemeentewet, de gemeentekieswet, de organieke wet betreffende de openbare centra voor maatschappelijk welzijn, de provinciewet, het Kieswetboek, de wet tot regeling van de provincieraadsverkiezingen en de wet tot regeling van de gelijktijdige parlementsen provincieraadsverkiezingen (de zogenaamde ‘pacificatiewet’) en van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen, wat de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten betreft”, eveneens bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 22 augustus 2012, heeft een nieuwe procedure ingesteld voor de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten, waarbij de beslechting van de betwisting van de weigering van een benoeming wordt opgedragen aan de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak.

    De voornoemde bijzondere wet, die eveneens in werking is getreden op 14 oktober 2012, heeft de nieuwe procedure voor de benoeming van de burgemeesters van de randgemeenten ingeschreven in de pacificatiewet, die ze op haar beurt invoegt in de nieuwe gemeentewet.

    Abis-4-3/19

    Het door de pacificatiewet ingevoegde artikel 13bis van de nieuwe gemeentewet luidt als volgt:

    “§ 1. In de randgemeenten bedoeld in artikel 7 van de wetten op het gebruik van de talen in bestuurszaken, gecoördineerd op 18 juli 1966, wordt de voordrachtsakte van de burgemeester bevestigd door een stemming van de gemeenteraad en aan de Vlaamse Regering bezorgd. Vanaf die stemming is de kandidaat-burgemeester aangewezen-burgemeester, draagt hij de titel van ‘aangewezen-burgemeester’ en oefent hij alle functies uit die aan de burgemeester worden toevertrouwd. Hij wordt evenwel niet als schepen vervangen, indien hij als schepen werd verkozen.

    § 2. Zodra de Vlaamse Regering deze voordrachtsakte die werd bevestigd door een stemming van de gemeenteraad ontvangt, beschikt zij over een termijn van zestig dagen om over te gaan tot de benoeming van de aangewezen-burgemeester of tot de mededeling van een beslissing tot weigering van de benoeming overeenkomstig § 4.

    § 3. Indien de Vlaamse Regering de aangewezen-burgemeester benoemt of indien zij geen beslissing meedeelt binnen de haar toegewezen termijn, is de aangewezen-burgemeester definitief benoemd en wordt hij als schepen vervangen overeenkomstig de procedure bepaald in artikel 15, § 2, indien hij als schepen werd verkozen.

    § 4. Indien de Vlaamse Regering de definitieve benoeming van de betrokkene weigert, deelt zij deze beslissing tot weigering mee aan de aangewezen-burgemeester, aan de gouverneur en de adjunct-gouverneur van de provincie Vlaams-Brabant, aan de gemeentesecretaris van de betrokken gemeente en aan de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De mededeling aan de aangewezen-burgemeester vermeldt eveneens waar het administratief dossier kan worden geraadpleegd.

    § 5. De aangewezen-burgemeester beschikt over een termijn van dertig dagen vanaf de ontvangst van de mededeling bedoeld in § 4 om een memorie in te dienen bij de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

    De algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak spreekt zich uit binnen de negentig dagen na de indiening van deze memorie.

    De inschrijving op de algemene rol van de Raad van State vindt plaats op het ogenblik dat de memorie wordt ingediend.

    De memorie wordt gedagtekend en bevat: 1° het opschrift ‘memorie met betrekking tot een beslissing over de definitieve benoeming van een burgemeester van een randgemeente’;

    1. de naam en de woonplaats van de aangewezen-burgemeester en de gekozen woonplaats;

    2. een uiteenzetting van de feiten en de middelen.

      De memorie wordt niet op de rol ingeschreven indien: 1° ze niet is ondertekend of niet vergezeld gaat van vier door de ondertekenaar voor eensluidend verklaarde afschriften;

      Abis-4-4/19

      2° er geen inventaris is bijgevoegd van de stukken, die alle overeenkomstig die inventaris genummerd moeten zijn.

      In geval van toepassing van het vijfde lid, richt de hoofdgriffier aan de aangewezen-burgemeester een brief waarin meegedeeld wordt waarom de memorie niet is ingeschreven op de rol en waarbij de aangewezen-burgemeester verzocht wordt binnen vijftien dagen zijn memorie te regulariseren.

      De aangewezen-burgemeester die zijn memorie regulariseert binnen de vijftien dagen na de ontvangst van het verzoek bedoeld in het zesde lid, wordt geacht het te hebben ingediend op de datum van de eerste verzending ervan.

      Een memorie die niet, onvolledig of laattijdig is geregulariseerd, wordt geacht niet te zijn ingediend.

      Op hetzelfde ogenblik waarop hij zijn memorie indient, stuurt de aangewezen-burgemeester een kopie daarvan ter informatie aan de Vlaamse Regering. Deze verzending stelt de termijnen niet in werking die de Vlaamse Regering in acht moet nemen.

      De hoofdgriffier zendt onverwijld een afschrift van de memorie aan de Vlaamse Regering, aan de auditeur-generaal en aan de adjunct-auditeur-generaal over.

      De Vlaamse Regering zendt hem binnen vijftien dagen na de kennisgeving van de memorie door de hoofdgriffier het volledige administratief dossier over, waarbij zij een nota met opmerkingen kan voegen.

      Eén van de exemplaren van de nota wordt door de hoofdgriffier gezonden aan de aangewezen-burgemeester en aan de leden van het auditoraat...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT