Vonnis van Raad van State, May 06, 2013

Datum uitspraak:2013/05/06
Jurisdictie:Andere
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Gelet op het arrest van het Grondwettelijk Hof nr. 122\/2012 van 18 oktober 2012 dient te worden aangenomen dat de verzoeker de mogelijkheid heeft een bijkomende dwangsom of een verhoging van de bij een eerder arrest opgelegde dwangsom te vragen.

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

IXe KAMER

A R R E S T

nr. 223.385 van 6 mei 2013 in de zaak A. 202.106/IX-7435

In zake: Remi ZEEUWS wonend te 3040 Huldenberg Nijvelsebaan 31 A waar woonplaats wordt gekozen

tegen:

het BRUSSELS HOOFDSTEDELIJK GEWEST, vertegenwoordigd door de Brusselse Hoofdstedelijke Regering bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Patrick Peeters en Thomas Dreier kantoor houdend te 1000 Brussel Terhulpsesteenweg 120 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van de vordering

1. De vordering, ingesteld op 19 oktober 2011, strekt ertoe “[d]e verwerende partij een dwangsom op te leggen van 3.000.000 euro per dag dat zij voort in gebreke blijft uitvoering te geven aan het vernietigingsarrest nr. 160.268 van 19 juni 2006 en deze dwangsom verbeurd te verklaren met ingang van de dertigste kalenderdag te rekenen vanaf de dag waarop het te dezen tussen te komen arrest aan verwerende partij zal betekend worden en dit tot op de dag dat zowel het eindbesluit bekendgemaakt wordt in het Belgisch Staatsblad alsook het formele gedagtekende eindbesluit genotificeerd wordt aan verzoeker”.

II. Verloop van de rechtspleging

2. Bij arrest nr. 217.226 van 16 januari 2012 werden de debatten heropend en werd aan het Grondwettelijk Hof een prejudiciële vraag gesteld. Het

IX-7435-1/12

door de auditeur-generaal aangeduide lid van het Auditoraat werd belast met het verdere onderzoek van de zaak, na de ontvangst van het arrest van het Grondwettelijk Hof.

Het Grondwettelijk Hof heeft bij arrest nr. 122/2012 van 18 oktober 2012 de gestelde prejudiciële vraag beantwoord.

Auditeur Joke Goris heeft een aanvullend verslag opgesteld.

De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 25 maart 2013.

Staatsraad Bert Thys heeft verslag uitgebracht.

De verzoeker en advocaat Thomas Dreier, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

Auditeur Joke Goris heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven.

Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

III. Feiten

3.1. De feitelijke gegevens van de zaak zijn uiteengezet in het tussenarrest nr. 217.226 van 16 januari 2012.

Die uiteenzetting dient thans te worden aangevuld met de hierna volgende feiten, die zich sedert de uitspraak van het voormelde tussenarrest hebben voorgedaan.

IX-7435-2/12

3.2. Bij arrest nr. 218.892 van 16 april 2012 van de Raad van State werd een nieuwe vordering van de verzoeker tot het opleggen van een dwangsom aan het Brussels Hoofdstedelijk Gewest wegens het in gebreke blijven van deze partij om uitvoering te geven aan het vernietigingsarrest nr. 160.268 van 19 juni 2006, als onontvankelijk verworpen.

3.3. De staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest die bevoegd is voor het Openbaar Ambt, deelde met een brief van 19 april 2012 aan de verzoeker het volgende mee:

“De Raad van State vernietigde bij arrest nr. 215.960 van 24 oktober 2011 (zaak A. 197.047/IX-6872) de beslissing van 25 juni 2010 van de Staatssecretaris van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest bevoegd voor het Openbaar Ambt, waarbij het Brussels Hoofdstedelijk Gewest de benoemingsprocedure van een eerste attaché, expert van hoog niveau, bij de directie Onderzoek en Innovatie van het Bestuur Economie en Werkgelegenheid zonder gevolg afsluit.

In navolging van het voormelde arrest, bericht ik u van het feit dat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest afziet van de betreffende benoemingsprocedure voor de betrekking van eerste attaché (expertbetrekking van hoog niveau, rang A2). Na overleg met Innoviris blijkt immers dat er op dit ogenblik geen nood aan deze betrekking is.

De voormelde benoemingsprocedure wordt hierbij dan ook afgesloten”.

De verzoeker onderkent in deze akte de volgende beslissingen:

“- het besluit van 19 april 2012 waarbij, de na het dwangsomarrest 187.959 hervatte benoemingsprocedure, ten derde male wordt afgesloten […];

- alsook de weigering om correct uitvoering te geven aan het arrest 160.268 door met een schijnbesluit de benoemingsprocedure stop te zetten;

- alsook de weigering om correct uitvoering te geven aan het arrest 215.960 door met een nieuw schijnbesluit de benoemingsprocedure [opnieuw] te saboteren;

- alsook de daaruit blijkende weigering om verzoeker te bevorderen tot eerste attaché, expert van hoog niveau”.

Op 14 mei 2012 stelde de verzoeker tegen die beslissingen een beroep tot nietigverklaring en een vordering tot schorsing in bij de Raad van State (zaak A. 204.837/IX-7669).

IX-7435-3/12

Bij tussenarrest nr. 220.609 van 17 september 2012 verwierp de Raad van State de vordering tot schorsing als onontvankelijk voor zover zij gericht was tegen de laatste drie bestreden beslissingen. Voor zover de vordering gericht was tegen de eerste bestreden beslissing, willigde de Raad van State de vordering in. Het middel gesteund op de schending van de materiële motiveringsplicht werd ernstig bevonden. De Raad van State oordeelde prima facie dat het...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT