Décision judiciaire de Raad van State, 13 mars 2012

Date de Résolution13 mars 2012
JuridictionNietigverklaring
Nature Algemene vergadering

RAAD VAN STATE, AFDELING BESTUURSRECHTSPRAAK

ALGEMENE VERGADERING

A R R E S T

nr. 218.454 van 13 maart 2012 in de zaak A. 198.283/g-121

In zake : de BVBA TAXI GILBERT bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaten Luk Kennes en Michiel Deweirdt kantoor houdend te 8500 Kortrijk Doorniksewijk 66 bij wie woonplaats wordt gekozen

tegen :

de RIJKSDIENST VOOR ARBEIDSVOORZIENING (RVA) bijgestaan en vertegenwoordigd door advocaat Ann Coolsaet kantoor houdend te 2018 Antwerpen Arthur Goemaerelei 69 bij wie woonplaats wordt gekozen

-------------------------------------------------------------------------------------------------- I. Voorwerp van het beroep

  1. Het beroep, ingesteld op 18 november 2010, strekt tot de nietigverklaring van de beslissing van 20 september 2010 van de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening betreffende enerzijds de terugvordering van de bvba Taxi Gilbert van de federale tegemoetkoming in het systeem van de dienstencheques en anderzijds de handhaving van het verbod opgelegd aan Sodexo tot betaling van de federale tegemoetkoming aan de bvba Taxi Gilbert.

    II. Verloop van de rechtspleging

  2. Bij arrest nr. 215.656 van 10 oktober 2011 zijn de debatten heropend en is de zaak aan de voorzitter van de Raad van State voorgelegd.

    g-121-1/12

    Bij beschikking van 27 december 2011 wordt de zaak verwezen naar de algemene vergadering van de afdeling bestuursrechtspraak.

    De partijen zijn opgeroepen voor de terechtzitting, die heeft plaatsgevonden op 14 februari 2012 om 14 uur.

    Kamervoorzitter André Vandendriessche heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat Michiel Deweirdt, die verschijnt voor de verzoekende partij, en advocaat Ann Coolsaet, die verschijnt voor de verwerende partij, zijn gehoord.

    Auditeur Ines Martens heeft een met dit arrest eensluidend advies gegeven, behalve wat de kosten betreft.

    Er is toepassing gemaakt van de bepalingen op het gebruik der talen, vervat in titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973.

    III. Feiten

    3.1. De verzoekende partij baat een taxibedrijf voor personenvervoer uit. Zij werd met ingang van 26 oktober 2007 erkend als dienstenchequeonderneming in de zin van artikel 2, § 1, 6°, van de wet van 20 juli 2001 tot bevordering van de buurtdiensten en -banen (hierna: de wet van 20 juli 2001). De erkenning omvat activiteiten verricht buiten het huis van de gebruiker: begeleid vervoer van personen met beperkte mobiliteit.

    3.2. In het voorjaar van 2010 wordt de verzoekende partij onderworpen aan een controle van haar dienstenchequeactiviteiten. Op 8 april 2010 wordt een proces-verbaal opgesteld voor vastgestelde inbreuken.

    g-121-2/12

    3.3. Op 4 mei 2010 deelt de Rijksdienst voor Arbeidsvoorziening Brugge (in deze feitenuiteenzetting: RVA) aan de verzoekende partij mee dat zij “de wettelijke en reglementaire voorwaarden betreffende de dienstencheques niet heeft nageleefd”. De vastgestelde inbreuken worden uiteengezet: arbeidsuren waarvoor dienstencheques werden afgegeven werden niet gepresteerd door arbeidskrachten die tewerkgesteld werden overeenkomstig de “wetgeving dienstencheques”, in de onderneming bestaat geen sui generis afdeling voor de activiteit met dienstencheques, er werden dienstencheques afgegeven vóór de prestaties geleverd werden, voor het vervoer van personen met beperkte mobiliteit beschikt de onderneming niet over een speciaal uitgerust voertuig en er is niet gecontroleerd of er enkel personen met beperkte mobiliteit werden vervoerd. Er wordt gesteld dat die inbreuken ingaan tegen de erkenningsvoorwaarde dat de onderneming zich verbindt om alle wettelijke en reglementaire beschikkingen voorzien in de wet van 20 juli 2001 en het koninklijk besluit van 12 december 2001 na te leven en de mededeling besluit:

    “Op basis van de gegevens in het onderzoeksdossier en rekening houdende met uw eventuele middelen van verweer, zal ik een beslissing nemen tot het al dan niet terugvorderen van ten onrechte uitbetaalde overheidssubsidies en/of het blokkeren van de uitbetaling van de overheidsbijdrage op de dienstencheques (art. 10 § 2 KB 12.12.2001). Ik vestig uw aandacht op het feit dat de verderzetting van de vastgestelde inbreuk(en) een factor is die in uw nadeel speelt in deze besluitvorming. Voor zover dit nog niet mocht zijn gebeurd, verzoek ik u zo snel mogelijk een einde te maken aan deze...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT