Arrest nr. 125/2016 van Grondwettelijk Hof, 6 oktober 2016

Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
Datum uitspraak: 6 oktober 2016
SAMENVATTING

Decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : de beroepen tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning, ingesteld door de vzw « Aktiekomitee Red de Voorkempen » en anderen, door de vzw « Natuurpunt, Vereniging voor natuur en landschap in Vlaanderen » en anderen en door A.M. en anderen.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters E. De Groot en J. Spreutels, en de rechters L. Lavrysen, A. Alen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût, T. Giet en R. Leysen, bijgestaan door de griffier F. Meersschaut, onder voorzitterschap van voorzitter E. De Groot,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging

    Bij verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 20, 22 en 21 april 2015 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 21 en 23 april 2015, is beroep tot gedeeltelijke vernietiging ingesteld van het decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 23 oktober 2014), respectievelijk door de vzw « Aktiekomitee Red de Voorkempen », de vzw « Ademloos », de vzw « Straatego », A.M., J.S., G. V.L., D.Q., A.C., D. V.W., H.B., L.M., M.A., D.M., J.C. en D.D., bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Vande Casteele, advocaat bij de balie te Antwerpen, door de vzw « Natuurpunt, Vereniging voor natuur en landschap in Vlaanderen », de vzw « Bond Beter Leefmilieu Vlaanderen », de vzw « Straatego » en de vzw « Ademloos », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Vandromme, advocaat bij de balie te Kortrijk, en door A.M., J.S., G. V.L., D.Q., A.C., D. V.W., H.B., L.M., M.A., D.M., J.C. en D.D., bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. P. Vande Casteele.

    Die zaken, ingeschreven onder de nummers 6187, 6190 en 6191 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.

    De Vlaamse Regering, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. B. Martel en Mr. K. Caluwaert, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partijen hebben memories van antwoord ingediend en de Vlaamse Regering heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

    Bij beschikking van 11 mei 2016 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J.-P. Snappe te hebben gehoord, beslist dat de zaken in staat van wijzen zijn, dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en dat, behoudens zulk een verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 1 juni 2016 en de zaken in beraad zullen worden genomen.

    Ingevolge het verzoek van de Vlaamse Regering om te worden gehoord, heeft het Hof bij beschikking van 2 juni 2016 de dag van de terechtzitting bepaald op 29 juni 2016.

    Op de openbare terechtzitting van 29 juni 2016 :

    - zijn verschenen :

    . Mr. P. Vande Casteele, voor de verzoekende partijen in de zaken nrs. 6187 en 6191;

    . Mr. B. Vandromme, voor de verzoekende partijen in de zaak nr. 6190;

    . Mr. K. Caluwaert, tevens loco Mr. B. Martel, voor de Vlaamse Regering;

    - hebben de rechters-verslaggevers L. Lavrysen en J.-P. Snappe verslag uitgebracht;

    - zijn de voornoemde advocaten gehoord;

    - zijn de zaken in beraad genomen. De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.

  2. In rechte

    -A-

    Zaak nr. 6187

    A.1. Drie onderscheiden vzw’s en de 12 particuliere verzoekende partijen vorderen de vernietiging van de artikelen 27, 62, 88, eerste lid, 90, § 2, 92, 336 en 386 van het decreet van het Vlaamse Gewest van 25 april 2014 betreffende de omgevingsvergunning (hierna : Omgevingsvergunningsdecreet). Ter staving van de ontvankelijkheid van het door hen ingediende verzoekschrift verwijzen de verzoekende partijen naar (1) de rechtspraak van het Hof inzake de procesvertegenwoordiging van de rechtspersonen (arrest nr. 120/2014), (2) de rechtspraak van het Hof inzake de ontvankelijkheidsvereisten van een collectief verzoekschrift (arrest nr. 162/2014), (3) de door het bestreden decreet ingevoerde beperkingen van het hoorrecht, (4) de vaststelling dat, door het bestreden artikel 92 van het Omgevingsvergunningsdecreet, het hoorrecht wordt beperkt tot het recht te vragen om gehoord te worden, (5) de verduidelijking dat het betrokken publiek, waarvan sprake is in artikel 2, 1°, van het Omgevingsvergunningsdecreet, ook verzoekers en/of aanvragers kunnen zijn, (6) het belang van het betrokken publiek in geval van een weigeringsbeslissing van de lokale overheid, (7) de diverse citaten van de statuten van de niet-gouvernementele organisaties die zich voor de milieubescherming inzetten, (8) alsook de overeenkomstig het Verdrag van 25 juni 1998 betreffende toegang tot informatie, inspraak in besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden (hierna : Verdrag van Aarhus) bestaande verplichting voor individuen en niet-gouvernementele organisaties om op te treden inzake milieubescherming.

    A.2. Het enige middel in de zaak nr. 6187 vloeit voort uit de schending van de artikelen 10, 11 en 23 van de Grondwet, al dan niet in samenhang gelezen met het Verdrag van Aarhus, inzonderheid de artikelen 2, 3, 6 en 9 ervan, het hoorrecht, de hoorplicht, het recht op behoorlijke inspraak, het recht van verdediging alsook het recht op tegenspraak, het beginsel audi alteram partem en de algemene beginselen van zorgvuldigheid en voorzorg, alsmede artikel 191 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie (hierna : VWEU).

    Volgens de verzoekende partijen bevatten de bestreden artikelen onverantwoorde beperkingen van het hoorrecht, omdat het decreet geen hoorrecht instelt, maar enkel een recht te vragen gehoord te worden, het decreet niet bepaalt, noch waarborgt dat als de aanvrager vraagt om gehoord te worden, men ook de inbreng van derden zal moeten vragen en het decreet niet bepaalt, noch waarborgt dat wanneer een partij gehoord wordt, de andere partijen ook gehoord moeten worden. Er is derhalve sprake van een afbouw van de bestaande waarborgen, aangezien de thans expliciet opgeheven bepalingen van de Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (hierna : VCRO) en het decreet van 28 juni 1985 betreffende de milieuvergunning (hierna : Milieuvergunningsdecreet) wel ruimere waarborgen instelden, inzonderheid een hoorrecht en de waarborg dat als de ene partij gehoord werd ook alle andere partijen moeten en zouden worden gehoord. De adviezen van de strategische adviesraden, te weten de Strategische Adviesraad Ruimtelijke Ordening, en de Milieu- en Natuurraad Vlaanderen, formuleren, volgens de verzoekende partijen, dezelfde bedenkingen.

    A.3.1. Als eerste onderdeel van het enige middel, voeren de verzoekende partijen aan dat het hoorrecht een grondrecht is dat strekt tot een zorgvuldige en contradictoire voorbereiding van de beslissing, zowel in eerste aanleg als in tweede administratieve aanleg. Het Verdrag van Aarhus waarborgt een recht op behoorlijke inspraak dat heel ruim moet worden opgevat (arrest RvSt, 7 oktober 2014, nr. 228.692).

    A.3.2. In het tweede onderdeel van het enige middel voeren de verzoekende partijen aan dat de bestreden bepalingen het recht op de bescherming van de gezondheid en het milieu schenden, aangezien het de wetgever zelf is die de essentiële elementen van een regeling dient te bepalen. Bovendien houdt artikel 23 van de Grondwet tevens een standstill-verplichting in zodat de wetgever de bestaande waarborgen en rechtsbescherming niet mag afbouwen, of minstens slechts mag afbouwen indien hij dienaangaande een dwingende en ernstige verantwoording, ontleend aan het algemeen belang, geeft. A.3.3. Daarnaast verplicht, volgens de verzoekende partijen, artikel 3 van het Verdrag van Aarhus elke partij om een duidelijke, transparante en samenhangende regelgeving aan te nemen, waarbij de overheid niet discretionair kan beslissen welk gevolg dient gegeven te worden aan de vraag om gehoord te worden. Bovendien houdt artikel 3 van het Verdrag van Aarhus tevens een standstill-verplichting in, waardoor het niet is toegestaan om bestaande wetgeving die duidelijk, transparant en samenhangend is te vervangen door nieuwe wetgeving die de bestaande waarborgen inzake inspraak afbouwt en daarnaast onduidelijk is en waarbij aan de Regering en de rechter een te ruime beoordelingsbevoegdheid wordt gegeven.

    De verzoekende partijen leiden uit artikel 9, lid 2, derde alinea, en lid 4, van het Verdrag van Aarhus tevens af dat als de wetgever een bestuurlijk beroep instelt, het hoorrecht dat van toepassing is in de rechterlijke procedure, ook moet gelden in het kader van het administratief beroep. Het opheffen van een reeds bestaand bestuurlijk hoorrecht komt neer op een schending van het voormelde artikel 9.

    A.3.4. De opheffing van artikel 4.7.23 van de VCRO en van het Milieuvergunningsdecreet door de bestreden artikelen 336 en 386 van het Omgevingsvergunningsdecreet en de artikelen 27 en 62 van het Omgevingsvergunningsdecreet, schenden, volgens de verzoekende partijen in de zaak nr. 6187, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet. Immers, de nieuwe regeling bevat inhoudelijk niet dezelfde waarborgen als de opgeheven wetgeving waardoor het gelijkheidsbeginsel junctis het hoorrecht, het recht van inspraak en het zorgvuldigheidsbeginsel is geschonden. Het recht te vragen om gehoord te worden, is beperkter dan het recht gehoord te worden; bovendien is het nieuwe beperkte recht uitsluitend voorbehouden aan de « vergunningsaanvrager » en aan de « beroepsindieners ».

    Bovendien schenden de bestreden artikelen tevens artikel 23 van de Grondwet omdat, in tegenstelling tot artikel 4.7.23 van de VCRO, het Omgevingsvergunningsdecreet een onduidelijke regel instelt. Niet alleen bouwt de wetgever de bestaande waarborgen af zonder een overtuigende, dwingende en bijzonder ernstige verantwoording die uitsluitend ontleend...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT