6 JULI 2017. - Wet houdende vereenvoudiging, harmonisering, informatisering en modernisering van bepalingen van burgerlijke recht en van burgerlijk procesrecht alsook van het notariaat, en houdende diverse bepalingen inzake justitie (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen hetgeen volgt :

TITEL 1. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

TITEL 2. - Wijziging van een aantal bepalingen van het Burgerlijk Wetboek en van het Gerechtelijk Wetboek, in het bijzonder met het oog op de invoering van een voorafgaand geschiktheidsvonnis in de procedure voor binnenlandse adoptie

HOOFDSTUK 1. - Wijzigingen van het Burgerlijk Wetboek

Art. 2. In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, paragraaf 1, C, van het Burgerlijk Wetboek, wordt een artikel 346-1/1 ingevoegd, luidende :

"Art. 346-1/1. De persoon of de personen met gewone verblijfplaats in België die een kind wensen te adopteren dat zijn gewone verblijfplaats ook in België heeft, moeten alvorens enige stappen met het oog op een adoptie te ondernemen, een vonnis verkrijgen waaruit blijkt dat zij bekwaam en geschikt zijn om een adoptie aan te gaan.

In afwijking van het eerste lid, moet de adoptant geen vonnis verkrijgen waaruit blijkt dat hij bekwaam en geschikt is om te adopteren alvorens hij de procedure tot totstandkoming van de adoptie opstart, wanneer hij een kind wenst te adopteren :

  1. dat met hem, met zijn echtgenoot, met de persoon met wie hij samenwoont of met zijn voormalige partner, zelfs overleden, verwant is tot in de derde graad; of

  2. met wie hij, vóór de voorgenomen adoptie, het dagelijkse leven heeft gedeeld; of

  3. met wie hij, vóór de voorgenomen adoptie, een duurzame sociale en affectieve band tot stand heeft gebracht.

    In die gevallen wordt de geschiktheid van de adoptant door de familierechtbank beoordeeld tijdens de procedure tot totstandkoming van de adoptie.".

    Art. 3. In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, paragraaf 1, C, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 346-1/2 ingevoegd, luidende :

    "Art. 346-1/2. De geschiktheid wordt door de familierechtbank beoordeeld op grond van een door haar te bevelen maatschappelijk onderzoek.

    Wanneer de procedure tot totstandkoming van de adoptie betrekking heeft op een kind bedoeld in artikel 346-1/1, tweede lid, heeft het maatschappelijk onderzoek dat wordt bevolen zowel betrekking op de geschiktheid van de kandidaat-adoptant als op het belang van het in de procedure bedoelde kind om te worden geadopteerd.

    Wanneer de adoptant een in artikel 346-1/1, tweede lid, 1°, bedoeld kind wenst te adopteren, beslist de rechter over de opportuniteit om al dan niet dat maatschappelijk onderzoek te bevelen.

    Om de geschiktheid van de adoptant te beoordelen houdt de rechtbank in het bijzonder rekening met de persoonlijke, familiale en medische toestand van de betrokkene, en met zijn beweegredenen.".

    Art. 4. Artikel 346-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de wetten van 27 december 2004, 20 juni 2012 en 30 juli 2013, wordt vervangen als volgt :

    "Art. 346-2. Vooraleer over hun geschiktheid wordt geoordeeld, moeten, in alle gevallen, de persoon of personen die een kind wensen te adopteren, de voorbereiding hebben gevolgd die door de bevoegde gemeenschap wordt verstrekt, en die meer bepaald de informatie inhoudt over de stappen in de procedure, de juridische en de andere gevolgen van de adoptie, en over de mogelijkheid en het nut van nazorg na de adoptie.

    De voorbereiding is niet verplicht voor de adoptant of de adoptanten die voornoemde voorbereiding reeds gevolgd hebben bij een vorige adoptie en van wie de geschiktheid om te adopteren door de familierechtbank is erkend. De voorbereiding moet niet worden hernieuwd in het kader van de procedure tot verlenging van de termijn van geschiktheid om te adopteren.".

    Art. 5. In boek I, titel VIII, hoofdstuk I, afdeling 2, paragraaf 1, C, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 346-2/1 ingevoegd, luidende :

    "Art. 346-2/1. De federale centrale autoriteit bedoeld in artikel 360-1, 2°, stuurt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap bedoeld in artikel 360-1, 3°, onverwijld de beslissingen die haar in afschrift zijn toegezonden door de griffier van de familierechtbank of van het hof van beroep, met betrekking tot de geschiktheid, de ongeschiktheid of de verlenging van de termijn van geschiktheid van de adoptant of de adoptanten, alsook het in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde schriftelijk advies van het openbaar ministerie.".

    Art. 6. In artikel 361-1, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, wordt het woord "interlandelijke" opgeheven.

    Art. 7. Artikel 361-2 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, vervangen bij de wet van 30 december 2009 en gewijzigd bij de wet van 30 juli 2013, wordt vervangen als volgt :

    "Art. 361-2. "De federale centrale autoriteit stuurt de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschap onverwijld alle beslissingen die haar overeenkomstig de artikelen 1231-1/8, 1231-1/14 en 1231-57 van het Gerechtelijk Wetboek zijn toegezonden met betrekking tot de geschiktheid, de ongeschiktheid of de verlenging van de geschiktheid van de adoptant of de adoptanten, alsook het in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek bedoelde schriftelijk advies van het openbaar ministerie.".

    Art. 8. In boek I, titel VIII, hoofdstuk II, afdeling 2, paragraaf 2, van hetzelfde Wetboek, wordt een artikel 361-2/1 ingevoegd, luidende :

    "Art. 361-2/1. Het rapport bedoeld in artikel 15 van het Verdrag op grond waarvan aan de bevoegde autoriteit van de Staat van herkomst voldoende gegevens ter beschikking moeten worden gesteld met betrekking tot hun persoon om haar de mogelijkheid te bieden voor ieder kind voor wie een adoptie nodig is, de persoon of personen aan te wijzen die het kind de meest geschikte omgeving en de beste waarborgen voor een goede integratie kunnen bieden, bevat gegevens inzake hun identiteit, hun wettelijke bekwaamheid, hun persoonlijke, familiale en medische toestand, hun sociaal milieu, hun beweegredenen en hun geschiktheid om een adoptie aan te gaan, alsmede inzake de kinderen voor wie zij de zorg op zich zouden kunnen nemen.

    Wanneer een beslissing tot verlenging van de termijn van geschiktheid van de adoptant of adoptanten de geschiktheidsvoorwaarden wijzigt, wordt een tweede verslag bijgevoegd dat enkel betrekking heeft op de nieuwe voorwaarden van die beslissing.

    Ook het schriftelijk advies van het openbaar ministerie bedoeld in artikel 1231-1/5 van het Gerechtelijk Wetboek, wordt bijgevoegd.".

    Art. 9. In artikel 361-3, 2°, a) van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003, worden de woorden "en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan" opgeheven.

    Art. 10. In artikel 361-5 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 6 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

    a) in de bepaling onder 1°, worden de woorden "en de levensbeschouwelijke opvattingen ervan" opgeheven;

    b) in de bepaling onder 3°, worden de woorden "van het verslag van het openbaar ministerie, overeenkomstig artikel 1231-33 van het Gerechtelijk Wetboek" vervangen door de woorden "van het schriftelijk advies van het openbaar ministerie, overeenkomstig artikel 1231-1/8 van het Gerechtelijk Wetboek".

    Art. 11. In artikel 363-1 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2005, wordt het eerste lid aangevuld als volgt :

    ", en dat in dat laatste geval contact werd toegestaan door de bevoegde centrale autoriteit van de gemeenschappen in België".

    Art. 12. In artikel 365-4, eerste lid, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en gewijzigd bij de wet van 6 december 2005, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  4. in de eerste zin worden de woorden "wordt in tweevoud opgesteld en" opgeheven;

  5. de bepaling onder 8° wordt opgeheven.

    HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Gerechtelijk Wetboek

    Art. 13. Artikel 1231-1 van het Gerechtelijk Wetboek, ingevoegd bij de wet van 24 april 2003 en opgeheven bij de wet van 2 juni 2010, wordt hersteld als volgt :

    "Art. 1231-1. Telkens wanneer een verzoek houdende de erkenning in België van een vreemde beslissing inzake adoptie hangende is bij de federale centrale autoriteit of bij het rechtscollege waarbij het beroep aanhangig is gemaakt dat is ingesteld tegen de beslissing van de federale centrale autoriteit, kan de familierechtbank waarbij een verzoekschrift tot totstandkoming van een adoptie betreffende hetzelfde kind aanhangig is gemaakt pas uitspraak doen wanneer tegen de beslissing van de federale centrale autoriteit geen beroep meer mogelijk is of wanneer ingeval tegen die beslissing beroep is ingesteld, de beslissing van het rechtscollege waarbij dat beroep is ingesteld in kracht van gewijsde is gegaan.".

    Art. 14. In deel IV, boek IV, hoofdstuk VIIIbis, van hetzelfde Wetboek, wordt een afdeling 1bis ingevoegd, luidende :

    "Afdeling 1bis. - Bepalingen inzake de geschiktheid om te adopteren".

    Art. 15. In afdeling 1bis, ingevoegd bij artikel 14, wordt onderafdeling 1 ingevoegd, luidende :

    "Onderafdeling 1. - Algemene bepaling".

    Art. 16. In onderafdeling 1, ingevoegd bij artikel 15, wordt een artikel 1231-1/1 ingevoegd, luidende :

    "Art. 1231-1/1. Deze afdeling is van toepassing in de gevallen bedoeld in artikel 346-1/1, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek.".

    Art. 17. In afdeling 1bis, ingevoegd bij artikel 14, wordt een onderafdeling 2 ingevoegd, luidende :

    "Onderafdeling 2. - Procedure houdende vaststelling van de geschiktheid om te adopteren".

    Art. 18. In onderafdeling 2, ingevoegd bij artikel 17, wordt een artikel 1231-1/2 ingevoegd, luidende :

    "Art. 1231-1/2. Het verzoek wordt bij eenzijdig verzoekschrift ingediend bij de familierechtbank. Het verzoekschrift wordt ter griffie neergelegd en ondertekend hetzij door de adoptant of de adoptanten, hetzij door hun advocaat.

    Bij het verzoekschrift worden gevoegd :

  6. het origineel of een voor eensluidend verklaard afschrift...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT