Arrest nr. 110/2015 van Grondwettelijk Hof, 17 september 2015

Datum uitspraak:17 september 2015
Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
SAMENVATTING

Wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : de beroepen tot vernietiging van de wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren, ingesteld door Lucas Vrambout en anderen, door Adrian Berbinschi, door Geneviève Jacques en anderen, door de « Belgische Beroepsvereniging voor Dermatologie en Venerologie » en anderen, door de vzw « Belgische Vereniging van Artsensyndicaten » en anderen en door de vzw « Algemene Unie van Verpleegkundigen van België ».

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, en de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul en F. Daoût, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van voorzitter A. Alen,

wijst na beraad het volgende arrest :

  1. Onderwerp van de beroepen en rechtspleging

  1. Bij twee verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 20 december 2013 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 23 december 2013, zijn beroepen tot vernietiging ingesteld van de wet van 23 mei 2013 tot regeling van de vereiste kwalificaties om ingrepen van niet-heelkundige esthetische geneeskunde en esthetische heelkunde uit te voeren (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 2 juli 2013), respectievelijk door Lucas Vrambout, de nv « Arics » en Dirk Van Zele en door Adrian Berbinschi, allen bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. A. Dierickx en Mr. A. Vijverman, advocaten bij de balie te Leuven.

  2. Bij drie verzoekschriften die aan het Hof zijn toegezonden bij op 24 december 2013 ter post aangetekende brieven en ter griffie zijn ingekomen op 26 december 2013, zijn beroepen tot vernietiging ingesteld van dezelfde wet, respectievelijk door Geneviève Jacques, Stéphane Résimont, Jean-Henri Delannoy, Christoph Verhoye, Constantinus Politis en Majedeline Rahali, door de « Belgische Beroepsvereniging voor Dermatologie en Venerologie », Geert Biesemans, Koenraad De Boulle, Kim Lapière en Thomas Maselis en door de « Belgische Vereniging van Artsensyndicaten », Hilde Roels, Stefan De Bock en Johan Bourdeaud’huy, allen bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. A. Dierickx.

  3. Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 30 december 2013 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 31 december 2013, heeft de vzw « Algemene Unie van Verpleegkundigen van België », bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. S. Tack, advocaat bij de balie te Brugge, eveneens beroep tot vernietiging ingesteld van dezelfde wet.

Die zaken, ingeschreven onder de nummers 5777, 5779, 5783, 5784, 5785 en 5795 van de rol van het Hof, werden samengevoegd.

De Ministerraad, bijgestaan en vertegenwoordigd door Mr. E. Jacubowitz en Mr. A. Poppe, advocaten bij de balie te Brussel, heeft een memorie ingediend, de verzoekende partijen hebben memories van antwoord ingediend en de Ministerraad heeft ook een memorie van wederantwoord ingediend.

Bij beschikking van 7 oktober 2014 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en F. Daoût te hebben gehoord, beslist :

- de partijen uit te nodigen, in een uiterlijk op 28 oktober 2014 in te dienen aanvullende memorie, waarvan ze een kopie laten toekomen aan de andere partijen binnen dezelfde termijn, te antwoorden op de volgende vraag :

Welke zou de invloed van de wet van 10 april 2014 houdende diverse bepalingen inzake gezondheid op de ingestelde beroepen tot vernietiging kunnen zijn ?

;

- dat de zaken in staat van wijzen zijn,

- dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking, een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en - dat, behoudens zulk verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 29 oktober 2014 en de zaken in beraad zullen worden genomen.

De verzoekende partijen in alle zaken en de Ministerraad hebben aanvullende memories ingediend.

Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, zijn de zaken op 29 oktober 2014 in beraad genomen.

Bij aangetekende brief van 28 oktober 2014 heeft Dirk Van Zele meegedeeld dat hij nog nooit, noch in het verleden noch recentelijk, een mandaat heeft gegeven aan Lucas Vrambout of aan diens raadsman om een procedure bij het Hof op te starten en dat hij, in zoverre de beroepen tot vernietiging, ingeschreven onder de rolnummers 5777 en 6037, namens hem werden ingesteld, er uitdrukkelijk afstand van wenst te doen.

Bij beschikking van 30 oktober 2014 heeft het Hof, na de rechters-verslaggevers T. Merckx-Van Goey en F. Daoût te hebben gehoord, beslist :

- de debatten te heropenen;

- de partijen uit te nodigen, in een uiterlijk op 12 november 2014 in te dienen aanvullende memorie, waarvan ze een kopie laten toekomen aan de andere partijen binnen dezelfde termijn, hun eventuele opmerkingen te formuleren op de brief van Dirk Van Zele;

- dat geen terechtzitting zal worden gehouden, tenzij een partij binnen zeven dagen na ontvangst van de kennisgeving van die beschikking, een verzoek heeft ingediend om te worden gehoord, en

- dat, behoudens zulk verzoek, de debatten zullen worden gesloten op 26 november 2014 en de zaken in beraad zullen worden genomen.

De verzoekende partijen in de zaken nrs. 5777, 5779, 5783, 5784 en 5785 hebben een tweede aanvullende memorie ingediend.

Aangezien geen enkel verzoek tot terechtzitting werd ingediend, zijn de zaken op 26 november 2014 in beraad genomen.

De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast. II. In rechte

-A-

Wat het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel betreft

A.1.1. In het eerste middel in de zaken nrs. 5777, 5779, 5783, 5784 en 5785 en in het derde middel in de zaak met rolnummer 5795 voeren de verzoekende partijen de schending aan van de artikelen 10, 11, 12 en 14 van de Grondwet, in samenhang gelezen met artikel 7 van het Europees Verdrag voor de rechten van de mens en met artikel 15 van het Internationaal Verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten.

Zij zetten uiteen dat die normen het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel (nullum crimen, nulla poena sine lege certa) waarborgen. Volgens de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens zou elke strafbepaling aan een aantal kwaliteitseisen moeten voldoen, opdat elke rechtsonderhorige, in voorkomend geval na gespecialiseerd advies, de gevolgen van zijn handelen of nalaten kan inschatten. Volgens de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof zouden strafbepalingen in het bijzonder nauwkeurig, duidelijk en voorspelbaar moeten zijn. Een schending van het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel zou volgens het Grondwettelijk Hof overigens ipso facto een schending van het beginsel van gelijkheid en niet-discriminatie uitmaken.

De verzoekende partijen betogen dat de onduidelijke formulering van verscheidene termen in de bestreden wet, waarvan de overtreding nochtans strafrechtelijk wordt gestraft, het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel schendt. In de zaken nrs. 5777 en 5779 valt het middel uiteen in tien onderdelen. In de zaken nrs. 5783, 5784 en 5785 valt het middel uiteen in negen onderdelen. In de zaak nr. 5795 valt het middel mutatis mutandis samen met het eerste onderdeel van het eerste middel in de zaken nrs. 5777, 5779, 5783, 5784 en 5785.

A.1.2. Volgens de Ministerraad blijkt uit de rechtspraak van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens en van het Grondwettelijk Hof dat het niet noodzakelijk is om in de wet een definitie op te nemen van wat onder bepaalde misdrijven of inbreuken wordt verstaan. Aan de autoriteiten moet een zekere graad van flexibiliteit worden gelaten en het komt in de eerste plaats aan de nationale hoven en rechtbanken toe om een norm van intern recht te interpreteren, al dient dit met de nodige consistentie en openbaarheid te gebeuren. Aan het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel zou zijn voldaan indien het individu aan de hand van de bewoordingen van een strafbepaling en de interpretatie van de rechter kan afleiden welke handelingen en onthoudingen strafrechtelijk worden gestraft vooraleer hij die handeling stelt.

A.2.1. In het eerste onderdeel van het eerste middel in de zaken nrs. 5777, 5779, 5783, 5784 en 5785 voeren de verzoekende partijen aan dat het strafrechtelijk wettigheidsbeginsel wordt geschonden doordat niet wordt verduidelijkt welke esthetische ingrepen worden geacht een therapeutisch doel te hebben en welke esthetische ingrepen niet worden geacht een therapeutisch doel te hebben, noch wat onder een therapeutisch of een reconstructief doel moet worden verstaan. De niet-heelkundige esthetisch medische ingrepen zonder therapeutisch of reconstructief doel, alsook de heelkundige ingrepen waarbij vooral wordt beoogd het lichaamsuiterlijk van de patiënt om esthetische redenen te veranderen zonder therapeutisch of reconstructief doel, zouden krachtens de bestreden wet slechts door erkende beroepsbeoefenaren mogen worden uitgevoerd, terwijl de niet-heelkundige technische medische ingrepen met therapeutisch of reconstructief doel, alsook de heelkundige ingrepen waarbij vooral wordt beoogd het lichaamsuiterlijk van een patiënt om esthetische redenen te veranderen met therapeutisch of reconstructief doel, door alle artsen zouden mogen worden uitgeoefend.

De verzoekende partijen betogen dat nagenoeg elke esthetische ingreep gepaard gaat met een groot psychologisch voordeel voor de patiënt die deze ingreep wenst te ondergaan. Het verhelpen van de verdringing en eenzaamheid, zelfs zelfmoordneigingen, die gepaard kunnen gaan met ontevredenheid over het uiterlijk, zou als een therapeutisch voordeel moeten worden beschouwd.

De grens tussen een esthetische en een therapeutische ingreep zou overigens vaak onduidelijk zijn : zo zouden borstverkleiningen bij aanhoudende rugproblemen therapeutisch kunnen zijn en zouden borstvergrotingen bij een aangeboren asymmetrie met medische...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT