Arrest nr. P.13.0768.N van Hof van Cassatie, België, 4 november 2014

Datum uitspraak: 4 november 2014
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

Nr. P.13.0768.N

  1. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR bevoegd voor het grondgebied van het Vlaamse Gewest, met kantoor te 1210 Brussel, Koning Albert II-laan 19 bus 22,

    eiser tot herstel,

  2. GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR bevoegd voor het grondgebied van de provincie Antwerpen, met kantoor te 3000 Leuven, Blijde Inkomststraat 103-105, en GEWESTELIJK STEDENBOUWKUNDIG INSPECTEUR bevoegd voor het grondgebied van de provincie Vlaams-Brabant, met kantoor te 3000 Leuven, Blijde Inkomststraat 103-105,

    eiser tot herstel,

    eisers,

    vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie,

    tegen

  3. D F J D C,

    beklaagde,

  4. F J A D C,

    beklaagde,

  5. K M L V,

    beklaagde,

    verweerders,

    vertegenwoordigd door mr. Paul Wouters, advocaat bij het Hof van Cassatie.

    1. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

      De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 6 maart 2013, gewezen op verwijzing na arrest van het Hof van 6 september 2011.

      De eisers voeren in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

      Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft ter griffie van het Hof op 6 oktober 2014 een schriftelijke conclusie neergelegd.

      Op de rechtszitting van 4 november 2014 heeft raadsheer Filip Van Volsem ver-slag uitgebracht en heeft de voornoemde advocaat-generaal geconcludeerd.

    2. BESLISSING VAN HET HOF

      Beoordeling

      Ontvankelijkheid van de cassatieberoepen

  6. De verweerders werpen op dat het cassatieberoep van de eiser 1 niet ont-vankelijk is omdat hij geen partij is bij de bestreden beslissing en evenmin het vereiste belang heeft om tegen het bevolen herstel op te komen. Het wettelijk op-gedragen algemeen belang werd en wordt waargenomen door de eiser 2 en de ei-ser 1 bezit geen apart of ander belang dan dit welke wordt nagestreefd door de ei-ser 2, minstens vereist dit een onderzoek van feiten.

  7. De stedenbouwkundig inspecteur kan krachtens artikel 6.1.41, § 1 en § 4, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening herstel vorderen.

    Artikel 1.1.2, 12°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat onder ste-denbouwkundig inspecteur wordt verstaan de gewestelijk stedenbouwkundig in-specteur die bevoegd is voor het geografisch gebied waarop zijn taken vermeld in die codex betrekking hebben.

    Artikel 1.4.3, 1°, Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening bepaalt dat de Vlaamse Regering de aanstellingsprocedure van de stedenbouwkundige inspecteurs vast-stelt.

    De aanstelling van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteurs wordt nader ge-regeld door de artikelen 7 tot en met 9 van het besluit van de Vlaamse regering van 19 mei 2000 tot vaststelling van de voorwaarden waaraan personen moeten voldoen om...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT