Arrest nr. P.13.1894.N van Hof van Cassatie, België, 4 november 2014

Datum uitspraak: 4 november 2014
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

Nr. P.13.1894.N

J E P V P,

beklaagde,

eiser,

met als raadsman mr. Sigfried Sergeant, advocaat bij de balie te Brugge,

tegen

  1. C P,

  2. P P,

    burgerlijke partijen,

    verweerders.

    1. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

      Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 22 oktober 2013.

      De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

      Raadsheer Antoine Lievens heeft verslag uitgebracht.

      Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

    2. BESLISSING VAN HET HOF

      Beoordeling

      Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

  3. Met bevestiging van het beroepen vonnis verklaren de appelrechters zich onbevoegd kennis te nemen van de burgerlijke rechtsvorderingen in zoverre ge-steund op artikel 792 Burgerlijk Wetboek.

    In zoverre ook tegen die beslissingen gericht is het cassatieberoep niet ontvanke-lijk.

  4. Het arrest bevestigt de beroepen beslissing die de eiser veroordeelt om aan elk van de burgerlijke partijen een voorschot van 1 euro te betalen, de beslissing over de intresten en de kosten, de rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, aanhoudt en de zaak voor verdere afhandeling op burgerlijk gebied onbepaald uitstelt. Dit zijn geen geen eindbeslissingen noch uitspraken in één der gevallen bedoeld in ar-tikel 416, eerste lid, Wetboek van Strafvordering.

    In zoverre tegen die beslissingen gericht, is het cassatieberoep voorbarig, mitsdien evenmin ontvankelijk.

    Eerste middel

  5. Het middel voert schending aan van artikel 226 Strafwetboek en de artikelen 1158, 8°, en 1183, 11°, Gerechtelijk Wetboek: het arrest verklaart de eiser schuldig aan de telastlegging; artikel 226 Strafwetboek vereist onjuiste of onvolledige gegevens; op het ogenblik van de eedaflegging bevatte de boedelbeschrijving alle beschikbare gegevens en de schulderkenning ging over dezelfde transacties.

  6. Is schuldig aan meineed in de zin van artikel 226 Strafwetboek, de partij bij de boedelbeschrijving voor de vereffening en verdeling van nalatenschappen die de bij artikel 1183, 11°, Gerechtelijk Wetboek voorgeschreven eed aflegt en daar-bij verklaart dat zij niets heeft verduisterd en evenmin van zodanige verduistering kennis heeft, terwijl zij de schenking verzwijgt die zij vanwege de erflater heeft ontvangen.

  7. De rechter oordeelt in feite, mitsdien onaantastbaar, of de boedelbeschrij-ving, op het ogenblik dat de eed werd afgelegd, verkeerde of onvolledige gege-vens bevat.

  8. Het arrest (p. 6) oordeelt: "Uit de eigen verklaringen van [de eiser] afgelegd tijdens...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT