Arrest nr. P.14.0881.N van Hof van Cassatie, België, 4 november 2014

Datum uitspraak: 4 november 2014
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

Nr. P.14.0881.N

S E,

beklaagde, aangehouden,

eiser,

met als raadsman mr. Raan Colman, advocaat bij de balie te Gent,

tegen

S T,

burgerlijke partij,

verweerster.

  1. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

    Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Gent, cor-rectionele kamer, van 29 april 2014.

    De eiser voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

    Voorzitter Paul Maffei heeft verslag uitgebracht.

    Plaatsvervangend advocaat-generaal Marc De Swaef heeft geconcludeerd.

  2. BESLISSING VAN HET HOF

    Beoordeling

    Ontvankelijkheid van het cassatieberoep

    1. Het arrest bevestigt het beroepen vonnis dat de eiser op burgerlijk gebied veroordeelt tot de betaling van een voorschot en de verdere afhandeling van de burgerlijke rechtsvordering onbepaald uitstelt. Dit is geen eindbeslissing noch een uitspraak in een der gevallen bedoeld in artikel 416, tweede lid, Wetboek van Strafvordering.

      In zoverre ook tegen die beslissing gericht, is het cassatieberoep voorbarig, mits-dien niet ontvankelijk.

      Eerste middel

      Eerste onderdeel

    2. Het onderdeel voert schending aan van artikel 6 EVRM en artikel 149 Grondwet: het arrest oordeelt dat er door de motivering van de vordering tot ge-rechtelijk onderzoek van het openbaar ministerie geen sprake is van enige onher-roepelijke en definitieve aantasting van eisers recht van verdediging; de eiser had in conclusie aangevoerd dat hij door die motivering, welke ingaat tegen het ver-moeden van onschuld, geschaad is in zijn rechten; het arrest beantwoordt niet alle door de eiser opgeworpen argumenten, met name deze met betrekking tot het af-nemen van een DNA-staal, een toxicologisch onderzoek, de weigering tot twee-maal toe een leugendetectortest uit te voeren en het niet-onderzoeken van de ge-bruikte drank; de rechter dient nochtans alle aangevoerde gegevens te onder-zoeken en af te wegen.

    3. Het arrest oordeelt dat:

      - de eiser slecht geplaatst is om zich te beklagen over het gegeven dat er geen bloedstaal werd afgenomen en pas tot afname van een DNA-staal werd over-gegaan op zijn uitdrukkelijk verzoek, daar uit het strafdossier blijkt dat hij naar aanleiding van zijn arrestatie elke medewerking weigerde en zich hevig verzette bij een poging tot afname van een bloedstaal;

      - de eiser niet alleen uitermate agressief was, maar in het ziekenhuis moest worden meegesleept omdat hij weigerde te lopen;

      - in de gegeven omstandigheden de afname van een bloedstaal of een DNA-swap kort na de arrestatie niet...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT