Arrest nr. P.14.0812.N van Hof van Cassatie, België, 28 oktober 2014

Datum uitspraak:28 oktober 2014
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

Nr. P.14.0812.N

  1. Z B,

    beklaagde,

    met als raadsman mr. Hans Van Bavel, advocaat bij de balie te Brussel,

  2. S E B,

    beklaagde,

    eisers,

    tegen

  3. D E H, in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger van zijn minderjarige zoon I E H,

    burgerlijke partij,

  4. L B, in eigen naam en als wettelijk vertegenwoordiger van haar minderjarige zoon I E H,

    burgerlijke partij,

  5. M E H,

    burgerlijke partij,

  6. H A,

    burgerlijke partij,

  7. J E H,

    burgerlijke partij,

  8. J E H,

    burgerlijke partij,

  9. N E H,

    burgerlijke partij,

  10. R E H,

    burgerlijke partij,

  11. D A,

    burgerlijke partij,

  12. Y E H,

    burgerlijke partij,

  13. F E H,

    burgerlijke partij,

  14. N E H,

    burgerlijke partij,

  15. E H E H,

    burgerlijke partij,

  16. S E H,

    burgerlijke partij,

  17. H E H,

    burgerlijke partij,

  18. S E H,

    burgerlijke partij,

  19. M E H,

    burgerlijke partij,

    verweerders.

    I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF

    De cassatieberoepen zijn gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Ant-werpen, correctionele kamer, van 7 april 2014.

    De eiser 1 voert in een memorie die aan dit arrest is gehecht, een middel aan.

    De eiser 2 voert geen middel aan.

    Raadsheer Peter Hoet heeft verslag uitgebracht.

    Advocaat-generaal met opdracht Alain Winants heeft geconcludeerd.

    II. BESLISSING VAN HET HOF

    Beoordeling

    Middel van de eiser 1

  20. Het middel voert schending aan van artikel 56, tweede lid, Strafwetboek en de artikelen 1319, 1320 en 1322 Burgerlijk Wetboek: het bestreden arrest leidt de wettelijke herhaling ten onrechte af uit het arrest van het hof van beroep te Brussel van 12 september 2011, dat immers de eiser 1 niet veroordeelde tot een gevange-nisstraf van twee jaar met gedeeltelijk uitstel; hem werd immers geen bijkomende straf opgelegd omdat de eerder door de correctionele rechtbank te Kortrijk op 8 april 2008 uitgesproken straf van twee jaar met gedeeltelijk uitstel een juiste be-straffing was voor alle feiten, zowel deze beoordeeld door de rechtbank te Kortrijk als deze beoordeeld door het hof van beroep te Brussel; het arrest miskent de bewijskracht van het arrest van het hof van beroep te Brussel door vast te stellen dat dit de eiser veroordeelt tot een gevangenisstraf van twee jaar, terwijl het die draagwijdte niet heeft.

  21. Volgens artikel 56, tweede lid, Strafwetboek kan hij die na een vroegere veroordeling tot gevangenisstraf van ten minste één jaar, een nieuw wanbedrijf pleegt voordat vijf jaren zijn verlopen sinds hij zijn straf heeft ondergaan of sinds zijn straf is verjaard, worden veroordeeld tot het dubbele van het maximum van de straf, bij de wet op het wanbedrijf bepaald.

    De vaststelling van de toestand van wettelijke...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT