25 JUNI 2020. - Koninklijk besluit vaststelling van het model van de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad, zoals bedoeld in artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek

 
GRATIS UITTREKSEL

VERSLAG AAN DE KONING

Sire,

Het ontwerp van koninklijk besluit dat wij de eer hebben aan Uwe Majesteit ter ondertekening voor te leggen, zorgt voor de uitvoering van artikel 1250, eerste lid, van het Gerechtelijk Wetboek door een evenwicht te voorzien tussen het recht op privacy en de openbaarheid van de beslissing voor derden.

Het is vanuit dat standpunt dat dit ontwerp modellen voor de bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van de beschikkingen van de vrederechter met betrekking tot de rechterlijke bescherming van een persoon, zoals vereist op grond van artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek, vaststelt. Deze modellen dienen een bepaald aantal minimale vermeldingen te bevatten die de identificatie van de beschermde persoon en van zijn bewindvoerder alsook de aard van de maatregelen moeten toelaten, zonder er evenwel de inhoud van te specificeren.

Ter herinnering: een rechterlijke beschermingsmaatregel kan worden bevolen door de vrederechter indien de betrokkene wegens zijn gezondheidstoestand geheel of gedeeltelijk niet in staat is zonder bijstand of andere beschermingsmaatregel zijn belangen van vermogensrechtelijke of niet-vermogensrechtelijke aard zelf behoorlijk waar te nemen (artikel 488/1 van het Burgerlijk Wetboek).

Als zodanig voorziet voornoemd artikel 1250 van het Gerechtelijk Wetboek in een verplichte bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van de beslissingen, zonder evenwel de nadere regels ter zake vast te leggen. Daaruit volgt dat de bekendmaking van de uittreksels niet eenvormig is en varieert van kanton tot kanton. Met het oogmerk de verschillende handelwijzen te normaliseren, preciseert dit ontwerp van koninklijk besluit derhalve - door middel van verschillende modellen die als bijlage gaan - welke gegevens de bekendmaking bij uittreksel in het Belgisch Staatsblad van de beslissingen moet bevatten, door een parallel te maken met de gegevens die de uittreksels uit de bevolkingsregisters met betrekking tot de rechterlijke bescherming van een persoon moeten bevatten (zie artikel 1251 van het Gerechtelijk Wetboek).

Er moet worden opgemerkt dat deze bekendmaking in de eerste plaats een publiciteitsmaatregel is die speelt in het voordeel van derde personen. Zij hebben inderdaad niet altijd weet van de maatregelen die de vrederechter heeft uitgesproken, hetgeen bijzonder belangrijk is wanneer deze maatregelen een mogelijke weerslag hebben op het vermogen van de beschermde persoon (schuldeisers, enz.).

De bekendmaking moet echter gebeuren met inachtneming van de belangen van de beschermde persoon en met name van zijn recht op privacy zoals verankerd in artikel 22 van de Grondwet, artikel 7 van het Handvest van de grondrechten van de Europese Unie en artikel 8 van het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens. Er mag niet worden vergeten dat de bescherming van de persoon en de goederen van de betrokkene de eerste overweging moet blijven (Wetsontwerp houdende diverse bepalingen inzake justitie, memorie van toelichting, Gedr. St., Kamer, gewone zitting 2017-2018, nr. 54-3303/001, blz. 10), aangezien die bijzonder kwetsbaar blijft. De bedoeling van de bevolen maatregelen bestaat in de omkadering van de situatie van een persoon die wegens zijn gezondheidstoestand niet langer in staat is die belangen waar te nemen (Wetsvoorstel tot invoering van een globaal beschermingsstatuut voor meerderjarige wilsonbekwame personen, memorie van toelichting, Gedr. St., Kamer, gewone zitting 2011-2012, nr. 53-1009/001, blz. 33).

De opeenvolgende hervormingen van de regeling van de meerderjarige wilsonbekwame personen besteden aandacht aan de bescherming van het recht op hun privacy en hebben daaraan voorrang gegeven op het recht op de bekendmaking van de beschermingsmaatregelen.

Aldus kunnen de derde personen pas toegang krijgen tot de inhoud van het administratief dossier van de beschermde persoon - dat nader is omschreven in artikel 1253 van het Gerechtelijk Wetboek - nadat de vrederechter zich een oordeel heeft gevormd over de rechten en belangen van de verzoeker en de belangen van de beschermde persoon, en in het bijzonder het recht op zijn privacy. Indien de rechter een gunstig gevolg aan dit verzoekschrift geeft, preciseert hij welke documenten de persoon kan raadplegen en eventueel kopiëren (artikel 1253/1, §§ 2 en 3, van het Gerechtelijk Wetboek).

Bij de toevoeging van een punt 9° /1 in artikel 3 van de wet van 8 augustus 1983 tot regeling van een Rijksregister van de natuurlijke personen, heeft de wetgever van 2013 bovendien - door de formulering ervan - erop toegezien dat enkel kennis kan worden genomen van het bestaan van een beschermingsregeling ten aanzien van de goederen of de persoon van de betrokkene, zonder evenwel de strekking daarvan nader te omschrijven (Wetsontwerp tot hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid en tot instelling van een nieuwe beschermingsstatus die strookt met de menselijke waardigheid, verslag namens de Commissie voor de Justitie, Gedr. St., Kamer, gewone zitting 2011-2012, nr. 53-1009/10, blz. 59).

Wat de rechterlijke beschermingsmaatregelen betreft, zou het volgens dezelfde logica aangewezen zijn om enkel bekend te maken wat strikt noodzakelijk is en niet alle maatregelen die de vrederechter ten aanzien van de beschermde persoon neemt in het Belgisch Staatsblad op te sommen. Alle andere oplossingen zouden tot gevolg hebben dat alle modaliteiten van de rechterlijke bescherming van een persoon moeten worden bekendgemaakt: gedetailleerde informatie over het stelsel van bijstand of vertegenwoordiging, opsomming van de goederen die al dan niet onder de bescherming vallen of persoonlijke handelingen die een persoon al dan niet gerechtigd is te verrichten (erkenning van een kind, huwelijk, enz.).

Kort samengevat, zou de bekendmaking van de uittreksels in het Belgisch Staatsblad bedoeld zijn om mee te delen dat een rechterlijke beschermingsmaatregel is genomen ten aanzien van een persoon. Zoals het nieuwe artikel 1249/2, § 3, van het Gerechtelijk Wetboek thans daarin voorziet, zouden derden die een bijzonder belang verantwoorden in verband met de bescherming van de betrokken persoon evenwel kennis kunnen krijgen van de inhoud van de maatregel door een uittreksel dat het beschikkend gedeelte van de beschikking bevat op te vragen en te verkrijgen.

Ondanks de periode van lopende zaken is de goedkeuring van dit koninklijk besluit volkomen verantwoord omdat de handhaving van de huidige situatie nadelig is voor de beschermde personen en tevens hun recht op privacy zou beperken, blijkens de handelwijze van griffies met betrekking tot de bekendmaking van de uittreksels van de beslissingen (bekendmaking van alle maatregelen die ten aanzien van een beschermde persoon worden bevolen, zelfs uiterst persoonlijke maatregelen), zulks terwijl het recht op privacy een belangrijk punt is in de hervorming van de regelingen inzake onbekwaamheid. De verduidelijking van deze nadere regels inzake bekendmaking is des te belangrijker omdat zij de bekwaamheid betreft, een aangelegenheid die van openbare orde is aangezien zij van belang is voor de maatschappij en de rechtszekerheid (Y.-H. LELEU, Droit des personnes et des familles, Brussel, Larcier, 2016, derde uitgave, blz. 217, nr. 163).

Tot slot moet de nieuwe vereenvoudigde procedure tot plaatsing onder rechterlijke bescherming, waarin de regeling inzake de bekendmaking van de bevolen beschermingsmaatregelen is geïntegreerd, in werking treden op 1 maart 2019 (artikel 98, derde lid, van de voornoemde wet van 21 december 2018). Deze nieuwe procedure zou dus zo snel mogelijk in voege moeten treden.

Hoewel de huidige bepalingen de regeling inzake de bekendmaking van de rechterlijke beschermingsmaatregelen reeds omkaderen, moet zij tevens volkomen coherent zijn, mogen de beginselen die zij bevat niet tot overlappingen leiden, moet zij rekening houden met de rechten van de beschermde persoon en moet zij door iedereen goed worden begrepen.

Aangezien deze nieuwe nadere regels voor de tenuitvoerlegging van de verplichting tot bekendmaking bedoeld zijn om derden kennis te geven van een beschermingsregeling, lijkt het logisch dat de gegevens die vermeld moeten worden in de uittreksels van de beschermingsmaatregelen die in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt moeten worden, vergelijkbaar zijn met de gegevens die vermeld moeten worden in de uittreksels van het bevolkingsregister. Naar het voorbeeld van waarin artikel 1251 van het Gerechtelijk Wetboek reeds voorziet, zouden de modellen voor de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT