23 SEPTEMBER 2020. - Koninklijk besluit tot wijziging van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register

 
GRATIS UITTREKSEL

VERSLAG AAN DE KONING

Sire,

Het besluit dat de Regering de eer heeft U ter ondertekening voor te leggen, beoogt een aantal wijzigingen aan te brengen aan het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register.

Algemene commentaar

Het koninklijk besluit van 30 juli 2018 betreffende de werkingsmodaliteiten van het UBO-register bevat de bepalingen inzake de werking van het UBO-register. Dit UBO-register is het register zoals bedoeld in artikelen 73 tot 75 van de wet van 18 september 2017 betreffende de voorkoming van het witwassen van geld en de financiering van terrorisme en de beperking van het gebruik van contanten (hierna de "wet van 18 september 2017" genoemd), ter omzetting van Richtlijn 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en richtlijn 2006/70/EG van de Commissie (hierna de "4e Richtlijn"), zoals gewijzigd bij Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering en tot wijziging van Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU (hierna "5e Richtlijn" genoemd).

Dit register heeft tot doel te beschikken over een gecentraliseerde databank van alle personen die één van de juridische entiteiten geïdentificeerd in de wet van 18 september 2017 bezitten of er controle over uitoefenen.

Het hier voorliggende ontwerp van koninklijk besluit beoogt het koninklijk besluit van 30 juli 2018 volledig conform te maken aan de meest recente juridische ontwikkelingen en dit door een aantal wijzigingen door te voeren.

Deze wijzigingen zijn noodzakelijk voor de volgende redenen:

- De toevoeging van een aantal bepalingen die door de Europese Commissie als tekortkomingen zijn aangemerkt in haar met redenen omkleed advies nr. 2017/0516 van 24 januari 2019 gericht tot het Koninkrijk België krachtens artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wegens niet-kennisgeving van de maatregelen tot omzetting in nationaal recht van Richtlijn (EU) 2015/849 van het Europees Parlement en de Raad van 20 mei 2015 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, tot wijziging van Verordening (EU) nr. 648/2012 van het Europees Parlement en de Raad en tot intrekking van Richtlijn 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad en Richtlijn 2006/70/EG van de Commissie ("4e Richtlijn");

- De bepalingen van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 volledig in overeenstemming brengen met Richtlijn (EU) 2018/843 van het Europees Parlement en de Raad van 30 mei 2018 tot wijziging van Richtlijn (EU) 2015/849 inzake de voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld of terrorismefinanciering, en tot wijziging van de Richtlijnen 2009/138/EG en 2013/36/EU ("5e Richtlijn"). Het betreft in hoofdzaak technische correcties aan de terminologie;

- Het aanpassen van de bepalingen inzake de bescherming van persoonsgegevens om zo conform te zijn aan het huidig wettelijk kader, in het bijzonder aan Verordening (EU) 2016/679 van het Europees parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming, "GDPR"), de wet van 30 juli 2018 betreffende de bescherming van natuurlijke personen met betrekking tot de verwerking van persoonsgegevens en aan de wet van 3 augustus 2012 houdende bepalingen betreffende de verwerking van persoonsgegevens door de Federale Overheidsdienst Financiën in het kader van zijn opdrachten;

- Het aanbrengen van een aantal technische en taalkundige correcties en aanvullingen.

Het ontwerp van koninklijk besluit en dit verslag werden aangepast overeenkomstig de adviezen van de Raad van State en de Gegevensbeschermingsautoriteit. Voor wat betreft de bepalingen inzake de verwerking van persoonsgegevens is in hoofdzaak voorrang gegeven aan het advies van de Gegevensbeschermingsautoriteit.

Artikelsgewijze commentaar

Artikel 1

Het voorliggende ontwerp strekt in hoofdzaak tot de gedeeltelijke omzetting in het Belgische recht van Richtlijn 2015/849 en Richtlijn 2018/843. Overeenkomstig artikel 67, lid 1, paragraaf 6 van Richtlijn 2015/849 en artikel 4, lid 1, paragraaf 2, van Richtlijn 2018/843 bevat het ontwerpartikel een verwijzing naar die Richtlijnen.

Het betreft een gedeeltelijke omzetting daar de meeste bepalingen van deze Richtlijnen zijn omgezet door andere wetgeving, in het bijzonder door de wet van 18 september 2017.

Art. 2.

Dit ontwerpartikel actualiseert de definities in punten 11° en 12° van het huidig artikel 2 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018.

Art. 3.

Ontwerpartikel 3 actualiseert de verwijzingen naar het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Punt 15° van artikel 3 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 heeft tot doel het percentage te identificeren van het kapitaal of van de stemrechten waarover de uiteindelijke begunstigde beschikt die toebehoort aan de in artikel 4, 27°, van de wet van 18 september 2017 bedoelde categorie, en dit op elk niveau van de controle- of eigendomsstructuur.

Ontwerpartikel 3 voegt een precisering toe aan punt 15°, b), zodat het duidelijk wordt dat de informatie die door de informatieplichtigen aan het UBO-register moet worden meegedeeld de informatie is voor elke niveau van de eigendomsstructuur. Dit om de aard en de omvang van het uiteindelijke belang van de uiteindelijke begunstigde preciezer te identificeren.

In punt 15° wordt ook de bepaling onder c) toegevoegd om te verduidelijken dat de middelen waarmee de controle wordt uitgeoefend geregistreerd dienen te worden.

Punten 4° en 6° van het ontwerpartikel beogen het verzekeren van de doeltreffende toegang door de bevoegde autoriteiten tot de toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigden.

Deze punten voegen aldus de verplichting toe voor de informatieplichtigen die een vennootschap, een (internationale) vereniging zonder winstoogmerk of stichting zijn om elk document te verstrekken dat aantoont dat de informatie opgenomen in het register toereikend, accuraat en actueel is.

Art. 4.

Ontwerpartikel 4, punt a), is een technische correctie om zo de aangewende terminologie volledig in overeenstemming te brengen met die in de 4e en 5e Richtlijn.

Bovendien wordt artikel 4 van het koninklijk besluit van 30 juli 2018 aangevuld om de doeltreffendheid te garanderen van de toegang door de bevoegde autoriteiten tot de toereikende, accurate en actuele informatie over de uiteindelijke begunstigden.

Dit ontwerpartikel voegt daarom de verplichting toe voor de informatieplichtigen die een trust, fiducie of soortgelijke juridische constuctie zijn om elk document te verstrekken dat aantoont dat de informatie opgenomen in het register toereikend, accuraat en actueel is.

Dit ontwerpartikel voegt eveneens de nodige precisering toe aan de registratie in het UBO-register van de uiteindelijke begunstigden voor zijn juridische constructies, met name het zich voorafgaandelijk inschrijven in de Kruispuntbank van Ondernemingen om een uniek identificatienummer toegekend te krijgen. Dit is een noodzakelijke toevoeging om de omzetting van artikel 31, lid 3bis van de 4e Richtlijn operationeel te maken aangezien de registratie in het register enkel kan plaatsvinden via het uniek identificatienummer dat toegekend wordt volgend op de inschrijving in de Kruispuntbank van Ondernemingen.

Art. 5.

Ontwerpartikel 5 actualiseert de verwijzingen naar het Wetboek van vennootschappen en verenigingen.

Art. 6.

Punt a) verduidelijkt dat de toegang tot de gegevens voor de bevoegde autoriteiten en de onderworpen entiteiten betrekking heeft op zowel de actuele gegevens die op het moment van de raadpleging in het register beschikbaar zijn als op de historiek van de wijzigingen zoals ze door het register bewaard worden.

De toegang tot de historiek van de gegevens betreffende de UBO is een doorslaggevend element dat toelaat de effectiviteit van het ingestelde systeem te garanderen. Deze toegang is namelijk nodig om de gebruikers toe te laten hun analyses uit te voeren rekening houdend met de historische evoluties van de controlestructuur van de informatieplichtige.

Deze wijziging is bovendien noodzakelijk voor de omzetting van (met name) de artikelen 30, §§ 5 en 6, en 31, §§ 3bis en 4, van de Richtlijn.

Punt b) en c) in het ontwerpartikel zorgt voor de correcte omzetting van artikel 30, leden 5 en 6 van de 4e Richtlijn zoals gewijzigd door artikel 1, c) en d) van de 5e Richtlijn, door het toevoegen van de woorden "tijdig en zonder enige beperking" in punt 1° en het woord "tijdig" in punt 2°.

Zoals de Europese Commissie vaststelt in haar met redenen omkleed advies nr. 2017/0516 van 24 januari 2019 gericht tot het Koninkrijk België krachtens artikel 258 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie, wegens niet-kennisgeving van de maatregelen tot omzetting in nationaal recht van de 4e Richtlijn, is deze toevoeging noodzakelijk om een correcte omzetting van de voornoemde bepalingen van deze Richtlijn te verzekeren.

Het punt d) is een technische correctie om zo de in het Nederlands aangewende terminologie volledig in overeenstemming te brengen met de 5e Richtlijn.

Art. 7.

Punt a) verduidelijkt dat de toegang tot de gegevens voor de bevoegde autoriteiten en de onderworpen entiteiten betrekking heeft op zowel de actuele gegevens die op het moment van de raadpleging in het register beschikbaar zijn als op de historiek van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT