23 MAART 2017. - Ordonnantie houdende de oprichting van de bicommunautaire Dienst voor Gezondheid (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

De Verenigde Vergadering van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie heeft aangenomen en Wij, Executieve, bekrachtigen, het geen volgt :

HOOFDSTUK I. - Algemene bepalingen

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 135 van de Grondwet.

Art. 2. § 1. Er wordt een « bicommunautaire Dienst voor Gezondheid, Bijstand aan Personen en Gezinsbijslag » opgericht die over rechtspersoonlijkheid beschikt en die de naam « Iriscare » draagt.

§ 2. De Dienst heeft zijn zetel op het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad.

§ 3. Het Verenigd College is gemachtigd om de benaming van de Dienst te wijzigen.

Art. 3. Voor de toepassing van deze ordonnantie dient te worden verstaan onder :

  1. Dienst : de bicommunautaire dienst voor gezondheid, bijstand aan personen en gezinsbijslag;

  2. Zorgverstrekker : elke natuurlijke of rechtspersoon die prestaties of diensten verstrekt die verband houden met het bevoegdheidsgebied bedoeld in artikel 4;

  3. Verzekeringsinstellingen : de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen bedoeld in de wet van 6 augustus 1990 betreffende de ziekenfondsen en de landsbonden van ziekenfondsen die bewijzen dat ze actief zijn op het tweetalige gebied Brussel-Hoofdstad;

  4. Kinderbijslagfondsen : de door het Verenigd College erkende kinderbijslagfondsen;

  5. Overeenkomst : akkoord dat de verhoudingen tussen de instellingen, diensten, inrichtingen of zorgverstrekkers, de Dienst en de verzekeringsinstellingen bepaalt;

  6. Revalidatieovereenkomst : akkoord gesloten met een revalidatie- of beroepsherscholingsinstelling of met een gecoördineerd multidisciplinair zorgcentrum.

    HOOFDSTUK II. - Bevoegdheden

    Art. 4. § 1. De Dienst oefent de opdrachten uit die hem door deze ordonnantie zijn toevertrouwd volgens de regels en bijzondere voorwaarden vastgelegd door de in hoofdstuk III bedoelde beheersovereenkomst in de volgende materies :

  7. het gezondheidsbeleid, binnen de perken vastgesteld door artikel 5, § 1, I, 1° tot 6° en 8°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen en met uitzondering van:

    1. het ziekenhuisbeleid;

    2. het beleid betreffende de verstrekkingen van geestelijke gezondheidszorg in de verplegingsinrichtingen buiten de ziekenhuizen, behalve wat betreft de financiering van de uitbating van die instellingen in het kader van individuele zorgverstrekking;

    3. de organisatie van de eerstelijnsgezondheidszorg en van de ondersteuning van de gezondheidszorgberoepen van de eerste lijn, behalve wat betreft de financiering van de eerstelijnsmaatregelen in het kader van individuele zorgverstrekking;

    4. de gezondheidsopvoeding alsook van de activiteiten en diensten op het vlak van de preventieve gezondheidszorg, evenals alle initiatieven inzake de preventieve gezondheidszorg, behalve wat betreft de financiering van de preventiemaatregelen in het kader van individuele zorgverstrekking;

  8. het gezinsbeleid bedoeld in artikel 5, § 1, II, 1°, van de bijzondere wet van 8 augustus 1980 tot hervorming der instellingen;

  9. het beleid inzake mindervaliden, binnen de perken vastgesteld door artikel 5, § 1, II, 4°, van dezelfde bijzondere wet;

  10. het bejaardenbeleid, binnen de perken vastgesteld door artikel 5, § 1, II, 5°, van dezelfde bijzondere wet;

  11. de gezinsbijslag bedoeld in artikel 5, § 1, IV, van dezelfde bijzondere wet.

    § 2. Onverminderd artikel 4, § 1, 1° tot 5°, is de Dienst niet bevoegd voor de infrastructuren die gekoppeld zijn aan de materies bedoeld in § 1. Het Verenigd College vraagt het advies van de Dienst alvorens enige beslissing te nemen met betrekking tot de infrastructuur.

    § 3. Voor de materies bedoeld in artikel 4, § 1, 1°, c), vraagt het Verenigd College het advies van de Dienst voor het nemen van maatregelen die kaderen in deze materies.

    § 4. De Dienst neemt alle nuttige initiatieven met het oog op de bepaling van de bedragen, de toekenningsvoorwaarden, de verwerkingswijze van de dossiers, de wijze van vereffening, betaling en toezicht op de steun, bijslagen of tussenkomsten verbonden aan de uitoefening van de bevoegdheden bedoeld in het eerste lid.

    § 5. De voorbereiding en de opvolging van de erkenningen en de inspectie- en controleopdrachten kunnen toevertrouwd worden aan de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie, die in dat kader optreden voor de Dienst. Een protocol legt de nadere regels van de krachtens deze ordonnantie ingestelde samenwerking vast.

    § 6. De Dienst kan, tegen kostprijs, diensten leveren ten gunste van de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie. Een protocol legt de nadere regels van de krachtens deze ordonnantie ingestelde samenwerking vast.

    § 7. De Dienst en de diensten van het Verenigd College van de Gemeenschappelijke Gemeenschapscommissie kunnen gemeenschappelijke diensten oprichten, volgens de door het Verenigd College vastgelegde nadere regels. Bij de ontwikkeling van die gemeenschappelijke diensten moet de beheersautonomie van iedere entiteit gerespecteerd worden.

    Art. 5. De Dienst kan, mits het Verenigd College hiertoe vooraf zijn goedkeuring verleent, betalende activiteiten uitoefenen die verzoenbaar zijn met de opdrachten die hem zijn toevertrouwd.

    Art. 6. Met het oog op de uitvoering van zijn opdrachten, pleegt de Dienst regelmatig overleg met de openbare diensten bevoegd in de materies bedoeld in artikel 4 van de andere Belgische deelstaten. Hij pleegt tevens overleg met de federale overheid.

    Het Verenigd College kan de modaliteiten van het door de Dienst gevoerde overleg bepalen.

    Art. 7. De Dienst kan alle overeenkomsten sluiten die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van zijn opdrachten.

    Hij kan, mits het Verenigd College hiertoe vooraf zijn goedkeuring verleent en volgens de voorwaarden die het uitvaardigt, deelnemen in de oprichting en in het beheer van zowel openbare als privé-instellingen, -verenigingen of -stichtingen, voor zover dit bijdraagt tot de uitoefening van zijn opdrachten.

    HOOFDSTUK III. - De beheersovereenkomst

    Art. 8. § 1. De bijzondere regels en voorwaarden op grond waarvan de Dienst de opdrachten vervult die hem zijn toevertrouwd door deze ordonnantie, worden uitgevaardigd in een beheersovereenkomst gesloten tussen het Verenigd College en de Dienst, vertegenwoordigd door een afvaardiging van stemgerechtigde leden van het Algemeen Beheerscomité, de leidend ambtenaar en de adjunct-leidend ambtenaar.

    § 2. De beheersovereenkomst omvat in het bijzonder :

  12. de nauwkeurige omschrijving van de taken die de Dienst verricht met het oog op de uitvoering van de opdrachten waarmee hij belast is;

  13. de kwantitatieve en kwalitatieve doelstellingen die de partijen worden opgelegd met het oog op de uitvoering van de opdrachten waarmee de Dienst belast is;

  14. de concrete verbintenissen van de Dienst inzake dienstverlening aan het publiek, het beheer van zijn middelen, de middelen die moeten worden ingezet om doelstellingen en termijnen te respecteren;

  15. de praktische modaliteiten voor de uitvoering en opvolging van de beheersovereenkomst.

    § 3. Het Algemeen Beheerscomité en twee door het college van commissarissen aangestelde commissarissen van het Verenigd College stellen jaarlijks voor het Verenigd College een verslag op over de uitvoering van de beheersovereenkomst.

    Het Verenigd College stuurt hiervan een kopie naar de Verenigde Vergadering.

    § 4. Het Verenigd College stelt vooraf de duur van de beheersovereenkomst vast, die hernieuwbaar is.

    Zodra ze is afgesloten, wordt de beheersovereenkomst ter informatie meegedeeld aan de Verenigde Vergadering.

    De beheersovereenkomst wordt in het Belgisch Staatsblad bekendgemaakt.

    Het Algemeen Beheerscomité legt ten laatste zes maanden vóór het verstrijken van de termijn een ontwerp van nieuwe beheersovereenkomst voor aan het Verenigd College.

    Indien bij het verstrijken van de overeengekomen termijn geen nieuwe overeenkomst in werking is getreden, dan wordt zij van rechtswege verlengd tot de inwerkingtreding van de nieuwe beheersovereenkomst.

    Deze verlenging wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad.

    Indien een jaar na de verlenging bedoeld in het vorige lid nog geen nieuwe beheersovereenkomst van kracht is, dan kan het Verenigd College voorlopige regels uitvaardigen.

    Deze voorlopige regels gelden als nieuwe beheersovereenkomst en zijn van toepassing tot een nieuwe beheersovereenkomst in werking treedt.

    § 5. Op basis van het in § 3 bedoelde verslag wordt de beheersovereenkomst in voorkomend geval jaarlijks geherevalueerd door toepassing van de objectieve parameters waarin zij voorziet.

    Enige andere aanpassing, voorgesteld door één van de partijen of door beide partijen, gebeurt via een bijakte overeenkomstig de procedure bedoeld in § 1 van dit artikel.

    HOOFDSTUK IV. - Beheer van de dienst

    Afdeling 1. - De organen

    Art. 9. § 1. Het beheer van de Dienst wordt verzekerd door drie organen :

    - het Algemeen Beheerscomité;

    - de Beheerraad voor Gezondheid en Bijstand aan Personen;

    - de Beheerraad voor Gezinsbijslag.

    § 2. Elk van deze organen bestaat uit twee taalgroepen.

    Twee derde van de vaste leden moet behoren tot dezelfde taalgroep als de grootste taalgroep in de Verenigde Vergadering, het overblijvende derde moet behoren tot de kleinste taalgroep van diezelfde Vergadering.

    Elk orgaan moet voor hoogstens twee derde uit vaste leden van hetzelfde geslacht bestaan.

    § 3. Het Verenigd College benoemt de voorzitter en de ondervoorzitter van elk orgaan.

    Zij behoren tot een verschillende taalgroep.

    Zij moeten :

    1. gedomicilieerd zijn in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest;

    2. onafhankelijk zijn van de organisaties die in het Algemeen Beheerscomité vertegenwoordigd zijn;

    3. hiërarchisch niet onder de Regering of een College van één van de gemeenschapscommissies vallen.

    § 4. Het Verenigd College stelt de vaste en plaatsvervangende leden van elk orgaan aan, in gelijk aantal, op dubbele lijsten voorgedragen door de belanghebbende organisaties. Die lijsten moeten voor hoogstens twee derde uit...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT