22 DECEMBER 2021. - Ministerieel besluit houdende tijdelijke aanvullende maatregelen voor het jaar 2022 tot het behoud van de visbestanden in zee

Rechtsgronden

Dit besluit is gebaseerd op:

- Verordening (EU) nr. 1380/2013 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2013 inzake het gemeenschappelijk visserijbeleid, tot wijziging van Verordeningen (EG) nr. 1954/2003 en (EG) nr. 1224/2009 van de Raad en tot intrekking van Verordeningen (EG) nr. 2371/2002 en (EG) nr. 639/2004 van de Raad en Besluit 2004/585/EG van de Raad, artikel 15;

- Verordening (EU) nr. 2022/ van de Raad van januari 2022 tot vaststelling, voor 2022, van de vangstmogelijkheden voor sommige visbestanden en groepen visbestanden welke in de wateren van de Unie en, voor vaartuigen van de Unie in bepaalde wateren buiten de Unie van toepassing zijn;

- gedelegeerde verordening (EU) nr. 2020/2014 van de Commissie van 21 augustus 2020 tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting voor bepaalde demersale visserijen en bepaalde kleine pelagische visserijen en visserijen voor industriële doeleinden in de Noordzee voor de periode 2021-2023;

- gedelegeerde verordening (EU) nr. 2020/2015 van de Commissie van 21 augustus 2020 tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde demersale visserijen in de westelijke wateren voor de periode 2021-2023;

- het decreet van 28 juni 2013 betreffende het landbouw- en visserijbeleid, artikel 24;

- het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden, artikel 18.

Vormvereiste

Artikel 3, § 1 van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, staat toe dat er een vrijstelling wordt verleend van de aanvraag van een advies wegens dringende noodzakelijkheid.

De dringende noodzakelijkheid wordt verantwoord door het feit dat dit ministerieel besluit in werking moet treden op 1 januari 2022 en een looptijd van één jaar heeft.

Het ministerieel besluit kon niet eerder genomen worden, gelet op de onderhandelingen op Europees niveau over de verschillende vangstbeperkingen.

De inhoud van dit ministerieel besluit is onderworpen aan administratieve handhaving enerzijds. Anderzijds is het noodzakelijk om de continuïteit van de opdrachten als overheidsdienst te verzekeren met inachtneming van de verplichtingen die door de Europese en internationale regelgeving op het gebied van de zeevisserij worden opgelegd.

Motivering

Dit besluit is gebaseerd op de volgende motieven:

De quotacommissie heeft op haar zitting van 7 december 2021 het voorstel tot visplan 2022 besproken en maatregelen voor de eerste toewijsperiode in 2022 vastgesteld.

Tijdens de Raad van Ministers bevoegd voor visserij van 12 tot 14 december 2021 werd er geen akkoord bereikt met het Verenigd Koninkrijk over de gedeelde bestanden. Daarom werden hiervoor op Europees niveau vangstmogelijkheden vastgelegd voor de eerste 3 maanden van 2022. Definitieve vangstmogelijkheden werden dan weer vastgelegd voor o.m. gedeelde bestanden met Noorwegen, en voor autonome EU-bestanden.

Op nationaal vlak moeten er zonder verwijl behoudsmaatregelen worden getroffen zodat ook vanaf 1 januari 2022 verder kan gevist worden. Tijdens de Raad van Ministers bevoegd voor visserij werd daarom besloten om een roll-over van 25% van de Total Allowable Catch (TAC) voor gedeelde bestanden toe te passen voor de periode van 1 januari 2022 tot en met 31 maart 2022.

Tijdens de bespreking van het visplan en het vaststellen van de toe te wijzen quota werd met deze mogelijkheid rekening gehouden en ervoor geopteerd om de normale toewijsperiodes aan te houden.

DE VLAAMSE MINISTER VAN ECONOMIE, INNOVATIE, WERK, SOCIALE ECONOMIE EN LANDBOUW BESLUIT:

TITEL 1. - Algemene bepalingen

HOOFDSTUK 1. - Definities

Artikel 1. In dit besluit wordt verstaan onder:

  1. bevoegde entiteit: het Departement Landbouw en Visserij van het Vlaams Ministerie van Landbouw en Visserij vermeld in artikel 26, § 1, van het besluit van de Vlaamse Regering van 3 juni 2005 met betrekking tot de organisatie van de Vlaamse administratie;

  2. de-minimis hoeveelheden: hoeveelheden van soorten die onder de aanlandingsplicht vallen en die mogen overboord gezet worden ten belope van een maximale hoeveelheid uitgedrukt in een percentage van de totale vangsten door de nationale vloot van die soort en in dat gebied;

  3. elektronisch logboek: elektronisch niet-papieren logboek voor elektronische registratie van visserijlogboekgegevens en de gegevens van de aangifte van aanlanding;

  4. gereglementeerde vistuigen: BT1 boomkor met maaswijdte groter dan 120 mm; BT2 boomkor met maaswijdte 80-119 mm; TR1 trawl (Bordenvisserij (OTB) en Schotse zegens (SSC)) met maaswijdte groter dan 100mm; TR2 trawl (OTB en SSC) met maaswijdte 80-99 mm; TR3 trawl (OTB) met maaswijdte 20-55 mm; GNS (staand net) alle warrelnetten; GTR alle schakels.

  5. KVS: klein vlootsegment zoals bepaald in artikel 1, 7°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden;

  6. GVS: groot vlootsegment zoals bepaald in artikel 1, 6°, van het besluit van de Vlaamse Regering van 16 december 2005 tot de instelling van een visvergunning en houdende tijdelijke maatregelen voor de uitvoering van de communautaire regeling inzake de instandhouding en de duurzame exploitatie van de visbestanden;

  7. ICES-gebieden: de beschrijving van gebieden en sectoren, vermeld in bijlage III van Verordening (EG) nr. 218/2009 van het Europees parlement en de Raad van 11 maart 2009 inzake de verstrekking van statistieken van de nominale vangsten van Lidstaten die in het noordoostelijke gedeelte van de Atlantische Oceaan vissen;

  8. motorvermogen: het vermogen zoals bepaald in de Officiële lijst der Belgische zeeschepen 2020, eventueel verhoogd met het bijkomend motorvermogen, vermeld op de visvergunning;

  9. teruggooiplan Noordzee: teruggooiplan zoals vermeld in gedelegeerde verordening (EU) nr. 2020/2014 van de Commissie tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting voor bepaalde demersale visserijen en bepaalde kleine pelagische visserijen en visserijen voor industriële doeleinden in de Noordzee voor de periode 2021-2023;

  10. teruggooiplan westelijke wateren: teruggooiplan zoals bepaald bij gedelegeerde verordening (EU) nr. 2020/2015 van de Commissie tot vaststelling van een teruggooiplan voor bepaalde demersale visserijen in de westelijke wateren voor de periode 2021-2023;

  11. vaartdag: de ononderbroken aanwezigheid op zee van ten minste vier uur. Het uitvaren van een vissersschip voor een duur die 24 uur niet overschrijdt, wordt als één vaartdag beschouwd. Het uitvaren van een vissersschip voor een duur die 24 uur of een veelvoud van 24 uur overschrijdt, levert telkens een nieuwe vaartdag op. Een vaartdag heeft enkel betrekking op de visreis;

  12. vismachtiging: het visdocument, vermeld in artikel 7 van Verordening (EG) nr. 1224/2009 van de Raad van 20 november 2009 tot vaststelling van een communautaire controleregeling die de naleving van de regels van het gemeenschappelijk visserijbeleid moet garanderen, tot wijziging van verordeningen (EG) nr. 847/96, (EG) nr. 2371/2002, (EG) nr. 811/2004, (EG) nr. 768/2005, (EG) nr. 2115/2005, (EG) nr. 2166/2005, (EG) nr. 388/2006, (EG) nr. 509/2007, (EG) nr. 676/2007, (EG) nr. 1098/2007, (EG) nr. 1300/2008, (EG) nr. 1342/2008 en tot intrekking van verordeningen (EEG) nr. 2847/93, (EG) nr. 1627/94 en (EG) nr. 1966/2006;

  13. vissersvaartuig: elk vaartuig dat uitgerust is voor de commerciële exploitatie van visbestanden en vermeld is in de Officiële lijst der Belgische zeeschepen 2022;

  14. zeedag: een aaneengesloten periode van aanwezigheid op zee van maximaal 24 uur;

  15. communautaire zeedag: een doorlopende periode van 24 uur als vermeld in het elektronisch logboek waarin een vaartuig buitengaats en aanwezig is in een bepaald ICES-gebied of tijdens een gedeelte van die periode;

  16. visserijinspanning: het product van de capaciteit en de activiteit van een vissersvaartuig. Voor een groep vaartuigen is dit de som van de visserijinspanningen van elk van de vaartuigen in de groep;

  17. binnengaats vissen: vissen op de Schelde stroomopwaarts tot een denkbeeldige lijn tussen het meest westelijke punt van het eiland Walcheren en het snijpunt op de basislijn van de Belgisch-Nederlandse grens;

  18. spanvisserij: visserij waarbij twee vaartuigen het net samen voorttrekken en openhouden door op een bepaalde afstand van elkaar te blijven;

  19. zeeflap: een netvoorziening zoals gedefinieerd in artikel 1 van het ministerieel besluit van 8 juli 2002 houdende bepalingen wat betreft het gebruik van zeeflappen bij de garnaalvisserij, waarvan het gebruik verplicht is in de garnaalvisserij;

  20. Vlaams Paneel: het paneel zoals onder andere gedefinieerd in artikel 2 punt 2 van de gedelegeerde verordening (EU) 2020/2014 van de Commissie van 21 augustus 2020 tot vaststelling van nadere bepalingen ter uitvoering van de aanlandingsverplichting voor bepaalde visserijen in de Noordzee voor de periode 2021-2023;

  21. Schelde-estuarium: het gedeelte van de Schelde waar de getijdenwerking zich laat voelen. Het betreft de Zeeschelde, Westerschelde alsook het volledige mondingsgebied van de Schelde;

  22. Noorse zone: de Noorse Exclusieve Economische zone ten zuiden van 62° N.

  23. dagplafond: een maximale hoeveelheid dat per zeedag mag worden opgevist zoals vastgelegd in dit besluit.

    HOOFDSTUK 2. - Algemene bepalingen en visverboden

    Art. 2. De hoeveelheid vis van de soorten waarvoor aanvullende vangstbeperkingen gelden en die toegewezen zijn aan een vissersvaartuig, zijn niet overdraagbaar aan een ander vissersvaartuig.

    De hoeveelheid vis per vissoort uitgedrukt in kg is het productgewicht na weging en sortering van de vangsten.

    De maximale hoeveelheden vis van bijvangstsoorten vermeld in...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT