2 JULI 2020. - Decreet tot omzetting van richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

Het Waalse Parlement heeft aangenomen en Wij, Waalse Regering, bekrachtigen hetgeen volgt:

HOOFDSTUK I. - Algemene bepaling

Artikel 1. § 1. Bij dit decreet wordt richtlijn (EU) 2017/1852 van de Raad van 10 oktober 2017 betreffende mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie, hierna richtlijn (EU) 2017/1852 genoemd, omgezet.

§ 2. Bij dit decreet worden voorschriften vastgesteld met betrekking tot een mechanisme ter beslechting van geschillen tussen lidstaten welke ontstaan naar aanleiding van de uitleg en toepassing van overeenkomsten en verdragen ter voorkoming van de dubbele belasting op inkomsten en, waar van toepassing, op vermogen.

Dit decreet is van toepassing voor zover deze belastingen en taksen belastingen op inkomsten en, in voorkomend geval, op het vermogen zijn in de zin van artikel 1 van richtlijn (EU) 2017/1852 betreffende:

  1. gewestelijke belastingen, in hoofdsom en interesten, en boetes, die gevestigd worden door decreten behalve voor zover bedoelde decreten daarvan afwijken;

  2. de gewestelijke belastingen bedoeld in artikel 3 van de bijzondere wet van 16 januari 1989 betreffende de financiering van de Gemeenschappen en de Gewesten;

  3. de andere belastingen en taksen waarop de artikelen L3321-1 tot en met L3321-12 van het Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisering van toepassing zijn.

    HOOFDSTUK II. - Mechanismen ter beslechting van belastinggeschillen in de Europese Unie

    Afdeling 1. - Begripsomschrijvingen

    Art. 2. Voor de toepassing van dit decreet wordt verstaan onder:

  4. de betrokken lidstaat: een lidstaat van de Europese Unie en zijn territoriale of administratieve entiteiten, met inbegrip van zijn plaatselijke overheden, die bij het geschil betrokken zijn;

  5. de bevoegde autoriteit: de door de Regering aangewezen autoriteit;

  6. de buitenlandse autoriteit: de in artikel 2, lid 1, onder a), van richtlijn (EU) 2017/1852 bedoelde autoriteit van een andere lidstaat, die als zodanig door elke betrokken lidstaat is aangewezen;

  7. de bevoegde rechtbank: naar gelang van het geval, de rechtbank van eerste aanleg of de president van de rechtbank van eerste aanleg, die zitting houdt als in kort geding;

  8. de dubbele belasting: de heffing door twee of meer lidstaten over dezelfde belastbare inkomsten of over hetzelfde belastbare vermogen met betrekking tot belastingen die vallen onder een overeenkomst of verdrag ter voorkoming van dubbele belasting op de inkomsten en, in voorkomend geval, op het vermogen, wanneer deze heffing aanleiding geeft tot:

    1. een additionele belastingheffing;

    2. een toename van de belastingverplichtingen;

    3. de annulering of vermindering van verliezen die met belastbare winst kunnen worden verrekend;

  9. de belanghebbende : elke persoon die een fiscaal ingezetene is van een lidstaat en voor wiens belastingheffing het geschilpunt rechtstreekse gevolgen heeft;

  10. de grote onderneming: een onderneming die op de sluitingsdatum van de balans meer dan twee van de volgende drie criteria overschrijdt:

    1. totaal van de balans: 20 000 000 euro;

    2. netto-omzet : 40 000 000 euro;

    3. gemiddelde personeelsbestand gedurende het boekjaar: 250;

  11. de grote groep : een groep bestaande uit in een consolidatie op te nemen moeder- en dochterondernemingen die, op geconsolideerde basis, op de balansdatum van de moederonderneming de grensbedragen voor ten minste twee van de volgende drie criteria overschrijdt:

    1. totaal van de balans: 20 000 000 euro;

    2. netto-omzet : 40 000 000 euro;

    3. gemiddeld personeelsbestand gedurende het boekjaar: 250;

  12. het geschil: het geval dat aanleiding geeft tot een geschil als bedoeld in artikel 1, § 2;

  13. de verwerkingsverantwoordelijke: de persoon bedoeld in artikel 4, 7) van verordening (EU) 2016/679 van het Europees Parlement en de Raad van 27 april 2016 betreffende de bescherming van natuurlijke personen in verband met de verwerking van persoonsgegevens en betreffende het vrije verkeer van die gegevens en tot intrekking van Richtlijn 95/46/EG (algemene verordening gegevensbescherming), die persoon is de bevoegde autoriteit, de in artikel 7 bedoelde raadgevende commissie of de in artikel 9 bedoelde commissie voor alternatieve geschilbeslechting, elk voor de gegevensverwerking die zij verrichten ten behoeve van de uitoefening van de opdrachten van openbare dienst die hun bij dit decreet zijn toevertrouwd.

    Afdeling 2. - Klacht

    Art. 3. § 1. Elke belanghebbende kan een klacht indienen met betrekking tot een geschilpunt bij de bevoegde autoriteit, waarbij om de beslechting van het geschil wordt verzocht.

    De klacht moet worden ingediend binnen een termijn van drie jaar, te rekenen vanaf de ontvangst van de eerste kennisgeving van de handeling die tot het geschilpunt aanleiding geeft of zal geven, ongeacht of de belanghebbende de nationale rechtsmiddelen aanwendt.

    De belanghebbende dient de klacht tegelijkertijd en met dezelfde gegevens bij de bevoegde buitenlandse autoriteit in en geeft in de klacht aan welke andere lidstaten betrokken zijn bij het geschil.

    § 2. Elke klacht wordt binnen twee maanden na ontvangst door de bevoegde autoriteit bevestigd.

    § 3. De bevoegde autoriteit stelt de buitenlandse autoriteit binnen de in paragraaf 2 bedoelde termijn in kennis van een deze klacht. De bevoegde autoriteit stelt de buitenlandse autoriteit op dat moment in kennis van de taal of talen waarin zij tijdens de desbetreffende procedurehandelingen wil communiceren.

    § 4. De klacht bedoeld in paragraaf 1 wordt alleen aanvaard indien de belanghebbende die de klacht indient in een eerste fase de bevoegde autoriteit de volgende inlichtingen verschaft:

  14. het/de naam (namen), adres (adressen), fisca(a)le identificatienummer(s) en alle andere inlichtingen die nodig zijn voor de identificatie van de belanghebbende (belanghebbenden) die de klacht heeft (hebben) ingediend bij de bevoegde autoriteit, de buitenlandse autoriteit en van elke andere belanghebbende;

  15. het betrokken aanslagjaar, of bij gebrek de belastingtijdvakken;

  16. nadere informatie over de relevante feiten en omstandigheden van de zaak (met inbegrip van bijzonderheden over de structuur van de transactie en over de verhouding tussen de belanghebbende en de andere partijen bij de relevante transacties, alsmede van de feiten die te goeder trouw in een wederzijds bindende overeenkomst tussen de belanghebbende en de belastingdienst zijn vastgelegd, waar van toepassing) en meer in het bijzonder de aard en de datum van de handelingen die aanleiding geven tot het geschilpunt (waaronder, in voorkomend geval, bijzonderheden over dezelfde in de andere lidstaat ontvangen inkomsten en over de opneming daarvan in de belastbare inkomsten in de andere lidstaat, en bijzonderheden over de belastingen die in verband met die inkomsten in de andere lidstaat zijn geheven of zullen worden geheven), alsmede de daarmee verband houdende bedragen in de valuta's van de betrokken lidstaten, met een afschrift van eventuele bewijsstukken;

  17. een verwijzing naar de toepasselijke wettelijke regels en naar de overeenkomsten of verdragen als bedoeld in artikel 1, § 2, eerste lid; indien meer dan één overeenkomst of verdrag van toepassing is, vermeldt de belanghebbende die de klacht indient welke overeenkomst of welk verdrag met betrekking tot het geschilpunt in kwestie wordt uitgelegd. Die overeenkomst of dat verdrag is voor de toepassing van dit decreet de toepasselijke overeenkomst of het toepasselijke verdrag;

  18. de volgende informatie, verstrekt door de belanghebbende die de klacht heeft ingediend bij de bevoegde autoriteit, samen met een afschrift van eventuele bewijsstukken:

    1. een verklaring waarom de belanghebbende meent dat er sprake is van een geschilpunt;

    2. nadere bijzonderheden over elk door de belanghebbende ingesteld beroep en elke door de belanghebbende opgestarte rechtszaak met betrekking tot de relevante transacties, en over elke rechterlijke beslissing in verband met het geschilpunt;

    3. een toezegging van de belanghebbende dat hij zo volledig en zo snel mogelijk op alle toepasselijke verzoeken van een bevoegde autoriteit zal reageren en op verzoek van de bevoegde autoriteit of de buitenlandse autoriteit alle documentatie zal verstrekken;

    4. in voorkomend geval, een afschrift van het definitieve besluit over de belastingaanslag - in de vorm van een definitieve belastingaanslag, een verslag van de belastingcontrole of een ander gelijkwaardig document - dat aanleiding geeft tot het geschilpunt, en een afschrift van elk ander document dat de belastingautoriteiten met betrekking tot het geschilpunt hebben verstrekt;

    5. in voorkomend geval, informatie over eventuele klachten die door de belanghebbende zijn ingediend uit hoofde van een andere procedure voor onderling overleg of uit hoofde van een andere geschilbeslechtingsprocedure, als omschreven in artikel 16, § 5, en een uitdrukkelijke toezegging van de belanghebbende dat hij het bepaalde in artikel 16, § 5, zal naleven;

  19. alle door de bevoegde autoriteiten gevraagde specifieke aanvullende informatie die noodzakelijk wordt geacht voor een grondig onderzoek van de zaak in kwestie.

    § 5. De bevoegde autoriteit kan om de in paragraaf 4, 6°, bedoelde informatie verzoeken binnen drie maanden, te rekenen vanaf de ontvangst van de klacht.

    Indien dit door de bevoegde autoriteit nodig wordt geacht, kunnen verdere verzoeken om informatie worden gedaan tijdens de in artikel 4 bedoelde procedure voor onderling overleg.

    Het in het lid 1 en 2 bedoelde verzoek mag niet leiden tot de bekendmaking van een handels-, bedrijfs-, nijverheids- of beroepsgeheim of van een fabrieks- of handelswerkwijze.

    Een belanghebbende die een verzoek bedoeld in paragraaf 4, 6°, ontvangt, antwoordt binnen drie maanden na ontvangst van het verzoek.

    Tegelijkertijd wordt ook een afschrift van dit antwoord toegezonden aan de buitenlandse autoriteit.

    § 6. Binnen zes maanden na ontvangst van de klacht door de bevoegde autoriteit of binnen zes maanden na ontvangst van de in paragraaf 4, 6°, bedoelde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT