2 FEBRUARI 2021. - Wet houdende diverse bepalingen inzake Economie (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

HOOFDSTUK 1. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

Deze wet voorziet gedeeltelijk in de omzetting van richtlijn 2015/2366/EU van het Europees Parlement en de Raad van 25 november 2015 betreffende betalingsdiensten in de interne markt, houdende wijziging van de richtlijnen 2002/65/EG, 2009/110/EG en 2013/36/EU en Verordening (EU) nr. 1093/2010 en houdende intrekking van richtlijn 2007/64/EG.

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingen van het Wetboek van economisch recht

Afdeling 1. - Wijzigingen van boek IV van het Wetboek van economisch recht

Art. 2. In artikel IV.24, § 2, van het Wetboek van economisch recht, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "artikel IV.17, § 2" vervangen door de woorden "artikel IV.17, § 3".

Art. 3. In artikel IV.66, § 3, tweede lid, 1°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden "voor het Mededingingscollege" opgeheven.

Art. 4. Artikel IV.80 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 3 april 2013 en vervangen bij de wet van 2 mei 2019, wordt vervangen als volgt :

"Art. IV.80. § 1. Het Mededingingscollege kan de bij artikel IV.79, § 1, eerste lid, bedoelde geldboeten en dwangsommen opleggen in geval van inbreuk op artikel IV.10, § 4, en wegens niet-naleving van de beslissingen bedoeld in artikel IV.52, § 1, 8°.

§ 2. In afwijking van paragraaf 1, kan de geldboete wegens niet-naleving van een beslissing die betrekking heeft op misbruik van economische afhankelijkheid in de zin van artikel IV.2/1, niet meer bedragen dan 2 % van de omzet van de betrokken onderneming of ondernemingsvereniging en beloopt de dwangsom tot 2 % van de gemiddelde dagelijkse omzet per dag vertraging te rekenen vanaf de dag bepaald door het Mededingingscollege.".

Art. 5. In artikel IV.84, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de woorden ", IV.80, § 2," ingevoegd tussen de woorden "artikel IV.79" en de woorden "en IV.82".

Art. 6. In artikel IV.90 van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  1. in paragraaf 1, tweede lid, worden de woorden "artikel IV.26, § 2, 13° " vervangen door de woorden "artikel IV.26, § 3, 13° ";

  2. in paragraaf 2, derde lid, worden de woorden "of door het Mededingingscollege opgelegde voorwaarden en verplichtingen inzake concentraties" ingevoegd tussen het woord "concentraties" en de woorden ", en in".

    Art. 7. In artikel IV.92, § 3, 6°, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 2 mei 2019, worden de volgende wijzigingen aangebracht :

  3. in de Franse tekst, wordt het woord "plaignant" telkens vervangen door het woord "demandeur";

  4. het woord "zetel," wordt ingevoegd tussen het woord "geen" en het woord "inrichting".

    Art. 8. In artikel VII.3, § 2, van hetzelfde Wetboek, ingevoegd bij de wet van 19 april 2014 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2018 en 27 mei 2020, wordt de bepaling onder 6° bis vervangen als volgt :

    6° bis. de tijdelijke contracten middels dewelke de kredietgevers inzake consumentenkrediet gemachtigd zijn, tijdens de periode van 1 februari en 31 maart 2021, tijdelijk uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen toe te staan voor een maximale termijn van 3 maanden, met uitzondering van artikel VII.107, en de artikelen VII.148 tot VII.154, evenals hun uitvoeringsbesluiten.

    De maximale duur van het betalingsuitstel mag echter niet meer bedragen dan negen maanden in de periode tussen 1 mei 2020 en 30 juni 2021.

    Het tijdelijke uitstel van terugbetaling van een lening of verkoop op afbetaling, alsmede de verlenging van de nulstellingstermijn in geval van kredietopeningen zijn niet van toepassing op kredietovereenkomsten die werden afgesloten na 1 mei 2020.

    De volgende nadere regels zijn van toepassing:

    1° om te genieten van dit tijdelijk regime van schorsing van de verplichtingen van terugbetaling of de verlenging van een nulstellingstermijn, dient te worden voldaan aan de volgende cumulatieve voorwaarden:

    - de kredietnemer vraagt zelf een uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn van zijn krediet;

    - er is geen betalingsachterstand van het betrokken krediet van meer dan één maand op 1 januari 2021;

    - de kredietnemer lijdt een inkomensverlies ten gevolge de coronacrisis. Indien er meerdere personen officieel op hetzelfde adres wonen, is het voldoende dat één van deze personen een inkomensverlies lijdt ten gevolge van de coronacrisis om aan deze voorwaarde te voldoen, ook wanneer het krediet niet op zijn of haar naam, maar op de naam van één van de andere personen werd aangegaan.

    - de maandelijkse terugbetaling van het kapitaal en interesten van het betrokken krediet bedraagt minstens 50 euro per maand.

    2° wanneer de cumulatieve voorwaarden van het vierde lid, 1°, zijn vervuld, dient de betrokken kredietgever:

    - overeenkomstig zijn keuze geheel of gedeeltelijk uitstel van terugbetaling van kapitaal en interesten toe te kennen voor een lening of verkoop op afbetaling van het betrokken krediet.

    De kredietlooptijd wordt verlengd ten belope van de periode van uitstel.

    De uitgestelde intresten worden gespreid over de nog resterende terugbetalingstermijnen. Bij toekenning van het uitstel zal een aangepaste aflossingstabel worden opgemaakt voor de nog resterende terugbetalingstermijnen van het krediet na het uitstel.

    - de nulstellingstermijn voor een kredietopening uit te stellen met maximaal drie maanden indien de nulstellingstermijn van die kredietopening wordt bereikt in de periode tussen 1 februari en 31 maart 2021. Tijdens de periode van dit uitstel blijven de op de kredietopening contractueel van toepassing zijnde interesten verschuldigd.

    3° indien op het moment van de aanvraag tot betalingsuitstel het totaal roerend vermogen op zicht- en spaarrekeningen en in een beleggingsportefeuille bij de eigen of een andere bank cumulatief groter is dan 25 000 euro, is de kredietgever niet meer verplicht om het uitstel toe te staan. Pensioensparen wordt hier niet in meegerekend. Het bewijs hiervoor kan geleverd worden mits een verklaring op eer door de kredietnemer.

    4° de tijdelijke opschorting van de terugbetalingsverplichtingen of verlenging van de nulstellingstermijn wordt niet beschouwd als een nieuwe kredietovereenkomst noch als een wanbetaling die overeenkomstig het koninklijk besluit van 23 maart 2017 moet worden gemeld in het negatieve luik van de Centrale voor Kredieten aan Particulieren, maar als een toegelaten wijziging van de kredietovereenkomst en ze kan leiden tot een overschrijding van de bij koninklijk besluit van 14 september 2016 bepaalde maximale terugbetalingstermijn en nulstellingstermijn.

    De wijzigingen van de kredietovereenkomst, met inbegrip van de nieuwe einddatum van het krediet, dienen geregistreerd te worden in de Centrale voor Kredieten aan Particulieren.

    5° de wijziging van de kredietovereenkomst die bestaat uit het uitstel van terugbetaling of de verlenging van de nulstellingstermijn hoeft niet in de kredietovereenkomst zelf te worden geformaliseerd, maar kan worden vastgesteld via een bijvoegsel op een duurzame drager dat het bewijs levert van de instemming van de partijen met de inhoud.

    6° er worden geen dossierkosten, noch nalatigheidsinteresten noch enige andere kosten aangerekend voor het uitstel van betalingen in het kader van de toepassing van dit artikel, met uitzondering van de contractueel bedongen debetrentevoet en eventuele kosten bij normale...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT