18 JULI 2018. - Wet betreffende de economische relance en de versterking van de sociale cohesie (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

De Kamer van volksvertegenwoordigers heeft aangenomen en Wij bekrachtigen, hetgeen volgt :

TITEL 1. - Algemene bepaling

Artikel 1. Deze wet regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 74 van de Grondwet.

TITEL 2. - Sociale Zaken

HOOFDSTUK 1. - Het verenigingswerk

Afdeling 1. - Definities en toepassingsgebied

Art. 2. Voor de toepassing van deze titel wordt verstaan onder:

  1. verenigingswerk: elke activiteit:

    1. die binnen de grenzen bepaald in dit hoofdstuk, tegen vergoeding wordt verricht;

    2. die verricht wordt ten behoeve van één of meer personen, andere dan degene die de activiteit verricht, van een groep of organisatie of van de samenleving als geheel;

    3. die ingericht wordt door een organisatie;

    4. die wordt verricht door een persoon die, onder de voorwaarden van dit hoofdstuk, eveneens gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsbezigheid uitoefent zoals bepaald in artikel 4 van deze wet;

    5. die wordt verricht door een persoon die, in de periode waarin hij of zij prestaties inzake verenigingswerk als bedoeld in deze wet levert, niet is verbonden door een arbeidsovereenkomst, een dienstencontract of een statutaire aanstelling met dezelfde organisatie, noch fungeert als vrijwilliger in de zin van de wet van 3 juli 2005 betreffende de rechten van vrijwilligers voor dezelfde organisatie voor zover hij een kostenvergoeding ontvangt;

    6. en die niet berust op een loutere deelname aan activiteiten.

  2. verenigingswerker: elke natuurlijke persoon die een in 1° bedoelde activiteit verricht;

  3. organisatie: elke feitelijke vereniging of private of publieke rechtspersoon, die noch rechtstreeks noch onrechtstreeks enig vermogensvoordeel uitkeert of bezorgt aan de stichters, de bestuurders of enig andere persoon, behalve in dit laatste geval, voor het in de statuten bepaald belangeloos doel, die werkt met verenigingswerkers, en voor zover de voornoemde private of publieke rechtspersoon ingeschreven is in de Kruispuntbank van Ondernemingen (KBO) overeenkomstig Boek III, Titel II, van het Wetboek van economisch recht of, voor de feitelijke verenigingen, geïdentificeerd is bij de Rijksdienst voor Sociale Zekerheid;

  4. feitelijke vereniging: elke vereniging zonder rechtspersoonlijkheid van twee of meer personen die in onderling overleg een activiteit organiseren met het oog op de verwezenlijking van een onbaatzuchtige doelstelling, met uitsluiting van enige winstverdeling onder haar leden en bestuurders, en die een rechtstreekse controle uitoefenen op de werking van de vereniging.

  5. gepensioneerde: de persoon die een pensioen, geniet, als bedoeld in artikel 68, § 1, eerste lid, a) en b), van de wet van 30 maart 1994 houdende sociale bepalingen, met uitsluiting van de overgangsuitkering.

    Art. 3. De activiteiten die in het kader van het verenigingswerk als bedoeld in dit hoofdstuk kunnen worden verricht zijn de volgende:

    1. Animator, leider, monitor of coördinator die sportinitiatie en/of sportactiviteiten verstrekt of persoon die actief is binnen een jeugdbeweging en/of een speelpleinwerking;

    2. Sporttrainer, sportlesgever, sportcoach, jeugdsportcoördinator, sportscheidsrechter, jurylid, steward, terreinverzorger-materiaalmeester, seingever bij sportwedstrijden;

    3. Conciërge van jeugd-, sport-, culturele en artistieke infrastructuur;

    4. Persoon die instaat voor het gebouwenbeheer van buurtvoorzieningen, laagdrempelige ontmoetingsplaatsen in samenlevingsopbouw met als opdracht sleutelbeheer en kleine onderhoudswerkzaamheden zoals kleine herstellingen en poetsen;

    5. Artistieke of kunsttechnische begeleider in de amateurkunstensector, de artistieke en de cultuur-educatieve sector;

    6. Gidsen of publieksbegeleider van cultureel erfgoed en natuur;

    7. De vormingsmedewerker in het kader van de bijstand aan personen;

    8. Begeleider in de opvang voor, tijdens en/of na de schooluren georganiseerd op de school of tijdens schoolvakanties evenals bij het transport van en naar de school;

    9. Persoon die actief is bij initiatieven van sociaalcultureel volwassenwerk, organisaties voor de bescherming van het leefmilieu, cultureel en onroerend erfgoed, duurzame ontwikkelingssamenwerking of -educatie, culturele en artistieke organisaties;

    10. De nachtoppas, te weten het inslapen, evenals de dagoppas bij hulpbehoevende personen volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere gemeenschap bepaalt;

    11. Begeleider van schooluitstappen, activiteiten op school, activiteiten van het oudercomité of de ouderraad en occasionele of kleinschalige verfraaiingswerken aan de school of speelplaats;

    12. Hulp en ondersteuning bieden op occasionele en kleinschalige basis op het vlak van het administratief beheer, het bestuur, het ordenen van archieven of de praktische organisatie van activiteiten van organisaties actief in de volgende sectoren: onroerend en cultureel erfgoed, jeugd, sport, inrichter van onderwijs, ontwikkelingssamenwerking, natuurbescherming, sociaal-cultureel volwassenwerk, cultuureducatie en kunst;

    13. Hulp bieden op occasionele en kleinschalige basis bij het beheer, het onderhoud en het openstellen voor het grote publiek van natuurgebieden en cultureel erfgoed;

    14. Hulp bieden op occasionele en kleinschalige basis bij het opstellen van nieuwsbrieven en andere publicaties evenals websites met het oog op informeren, sensibiliseren of regelmatige educatie van een groot publiek voor sportverenigingen, natuurorganisaties, organisaties ter bescherming van het cultureel en historisch erfgoed, inrichter van onderwijs, jeugdorganisaties, organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, musea, verenigingen ter bevordering van plastische en literaire kunst, theaterhuizen en -gezelschappen, muziekensembles, zanggezelschappen, dansgezelschappen en circusgroepen;

    15. Verstrekker van opleidingen, lezingen, presentaties en voorstellingen over culturele, artistieke en maatschappelijke thema's evenals thema's met betrekking tot het leefmilieu, bij sportverenigingen, natuurorganisaties, organisaties ter bescherming van het cultureel en historisch erfgoed, jeugdorganisaties, organisaties voor ontwikkelingssamenwerking, musea, verenigingen ter bevordering van plastische en literaire kunst, theaterhuizen en -gezelschappen, muziekensembles, zanggezelschappen, dansgezelschappen en circusgroepen en bibliotheken;

    16. Met naleving van de regelgeving betreffende kwaliteitsvereisten voor het beroepshalve uitoefenen van die activiteiten: ondersteuning bieden in woonzorgcentra evenals in voorzieningen voor personen met een handicap aanvullend op de activiteiten van het vaste personeel waaronder, en niet limitatief, mensen gezelschap houden, meehelpen bij activiteiten en uitstappen;

    17. Opvang van baby's en peuters en buitenschoolse opvang van schoolgaande kinderen volgens de voorwaarden en kwaliteitscriteria die iedere Gemeenschap bepaalt.

    In afwijking van artikel 44 van deze wet kunnen de hierboven vermelde activiteiten zoals bepaald onder de punten 9, 10 en 16 slechts met ingang van 1 juli 2018 met toepassing van deze titel worden uitgeoefend.

    Art. 4. § 1. Dit hoofdstuk is enkel van toepassing voor zover de verenigingswerker gewoonlijk en hoofdzakelijk een beroepsactiviteit uitoefent, en dit overeenkomstig één van de volgende voorwaarden:

  6. in de hoedanigheid van werknemer tewerkgesteld zijn bij één of meerdere werkgever(s) waarbij betrokkene een totale tewerkstelling heeft die minimaal gelijk is aan 4/5e van een voltijdse job van een referentiepersoon van de sector waarin de 4/5e tewerkstelling wordt gepresteerd, en dit gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat en voor zover de in rekening genomen prestaties niet bestaan uit gelijkgestelde prestaties van gedeeltelijke onderbreking van de loopbaan of tijdskrediet in een systeem met een tussenkomst van de RVA of van de bevoegde regionale dienst;

  7. gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat zijn bezigheid behoort tot een ander pensioenstelsel dan dat der werknemers of dat der zelfstandigen, dat gevestigd is door of krachtens een wet, een provinciaal reglement of door de Nationale Maatschappij der Belgische Spoorwegen, en hij heeft een totale tewerkstelling die minimaal gelijk is aan 4/5e van een voltijdse aanstelling, of, zo het prestaties in het dag- of avondonderwijs betreft, overeenkomt met ten minste 8/10 van het uurrooster voorzien voor de toekenning van een volledige vergoeding;

  8. hij oefent gedurende het referentiekwartaal T-3 dat het begin van de tewerkstelling als verenigingswerker voorafgaat een beroepsbezigheid uit als zelfstandige en zijn op die grond verschuldigde voorlopige socialezekerheidsbijdragen worden ten minste berekend op basis van het bedrag bedoeld in artikel 12, § 1, tweede lid, van het koninklijk besluit nr. 38 van 27 juli 1967 houdende inrichting van het sociaal statuut der zelfstandigen of desgevallend worden berekend op basis van een lager bedrag waarbij de zelfstandige evenwel wordt geacht een bijdrage betaald te hebben die minstens gelijk is aan de bijdrage bedoeld bij genoemd artikel 12, § 1, tweede lid.

    Om te voldoen aan de minimale tewerkstelling van 4/5e van een voltijdse job van een referentiepersoon als bedoeld in 1° wordt voor de berekening in het kwartaal T-3 rekening gehouden met alle door de werkgever betaalde periodes en alle niet door de werkgever betaalde periodes van schorsing van de arbeidsovereenkomst, als bedoeld in de artikelen 30, 31, 33, 34, 34bis, 34ter, 39, 40, 45, 47 en 51 tot en met 60 van het koninklijk besluit van 10 juni 2001 tot eenvormige definiëring van begrippen met betrekking tot arbeidstijdgegevens ten behoeve van de sociale zekerheid, met toepassing van artikel 39 van de wet van 26 juli 1996 tot modernisering van de sociale zekerheid en tot vrijwaring van de leefbaarheid van de wettelijke pensioenstelsels.

    Worden met gewerkte dagen gelijkgesteld, de dagen gedekt...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT