17 DECEMBER 2019. - Ordonnantie houdende de wijziging van de procedurele bepalingen in het kader van de overname van de dienst van de verkeersbelastingen en houdende diverse bepalingen

Het Brusselse Hoofdstedelijke Parlement heeft aangenomen en Wij, Regering, bekrachtigen, het geen volgt :

HOOFDSTUK 1. - Inleidende bepaling

Artikel 1. Deze ordonnantie regelt een aangelegenheid als bedoeld in artikel 39 van de Grondwet.

HOOFDSTUK 2. - Wijzigingsbepalingen van de Brusselse Codex Fiscale Procedure

Art. 2. Artikel 3 van de Brusselse Codex Fiscale Procedure wordt aangevuld met de bepalingen onder 9° en 10°, luidend :

9° op de verkeersbelasting op de autovoertuigen bedoeld in Titel II van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen ;

10° op de belasting op de inverkeerstelling bedoeld in Titel V van het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen.

.

Art. 3. In artikel 4 van dezelfde Codex wordt de bepaling onder 1° /1 ingevoegd, luidend :

1° /1 het WIGB : het Wetboek van de met inkomstenbelastingen gelijkgestelde belastingen ;

.

Art. 4. Artikel 6 van dezelfde Codex wordt aangevuld met een paragraaf 3, luidend :

§ 3. In afwijking van de paragrafen 1 en 2, stelt het Gewest, voor de belasting bedoeld in artikel 3, 9°, aan de belastingplichtige een formulier ter beschikking dat dient te worden gebruikt voor het indienen van de aangifte bedoeld in artikel 8, § 1, vijfde lid.

De modaliteiten van de terbeschikkingstelling van dit formulier worden bepaald door de Regering.

.

Art. 5. Artikel 8, § 1, van dezelfde Codex wordt aangevuld met drie leden, luidend :

In afwijking van het derde en vierde lid, voor de belasting bedoeld in artikel 3, 9°, moet de belastingplichtige, voor de voertuigen bedoeld in artikel 36bis van het WIGB, vóór de ingebruikname op de openbare weg, een aangifte onderschrijven die alle gegevens moet behelzen die nodig zijn voor het berekenen van de belasting en voor het toezicht.

Het voertuig wordt verondersteld in gebruik te blijven op de openbare weg zolang de belastingplichtige geen tegengestelde kennisgeving heeft gedaan.

Bij gebrek aan tegengestelde kennisgeving, is de bij toepassing van het vijfde lid voor een jaar ingediende aangifte geldig voor de volgende jaren. De belastingplichtige is evenwel gehouden elke wijziging van één van de elementen van de aangifte aan te geven vóór elk gebruik van het voertuig in zijn gewijzigde toestand.

.

Art. 6. In artikel 11 van dezelfde Codex worden de woorden « , 1° tot 8° » ingevoegd tussen de woorden « artikel 3 » en de woorden « zijn verschuldigd ».

Art. 7. In afdeling 1 van hoofdstuk 2 van titel 2 van dezelfde Codex, wordt artikel 11/1 ingevoegde, luidend :

Art. 11/1. Met uitzondering van de belasting verschuldigd voor de voertuigen bedoeld in artikel 36bis van het WIGB, is de belasting bedoeld in artikel 3, 9°, verschuldigd voor perioden van twaalf opeenvolgende maanden, het eerste tijdperk beginnend op de eerste dag van de maand waarin het voertuig is of moet worden ingeschreven in het repertorium van de voertuigen bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen.

De belasting bedoeld in artikel 3, 10° is verschuldigd :

1° als het gaat om een voertuig bedoeld in artikel 94, 1° van het WIGB, ten tijde van zijn inschrijving in het repertorium van de voertuigen bedoeld in artikel 6 van het koninklijk besluit van 20 juli 2001 betreffende de inschrijving van voertuigen ;

2° als het gaat om een vliegtuig, watervliegtuig, helikopter, zweefvliegtuig, luchtballon of bestuurbaar luchtschip of elk ander luchtvaartuig bedoeld in artikel 94, 2° van het WIBG, ten tijde van zijn inschrijving in het luchtvaartregister bedoeld in artikel 2 van het koninklijk besluit van 15 maart 1954 tot regeling der luchtvaart ;

3° als het gaat om een jacht of een pleziervaartuig bedoeld in artikel 94, 3° van het WIGB, ten tijde van zijn inschrijving in het register van Belgische pleziervaartuigen bedoeld in artikel 2.5 van het koninklijk besluit van 28 juni 2019 betreffende de pleziervaart.

.

Art. 8. Artikel 12 van dezelfde Codex wordt vervangen als volgt :

Art. 12. De aanslagtermijn van de belastingen bedoeld in artikel 3, 1° tot 8°, bedraagt vijf jaar te rekenen vanaf 1 januari van het aanslagjaar.

De aanslagtermijn van de in artikel 3, 9° en 10°, bedoelde belastingen bedraagt vijf jaar te rekenen vanaf de eerste dag van het aanslagjaar waaraan de belasting is verbonden.

.

Art. 9. Artikel 17, § 2, van dezelfde Codex wordt aangevuld met een lid, luidend :

In afwijking van het eerste lid mag hetzelfde nummer van het kohierartikel meerdere van de in artikel 3, 9° en 10°, bedoelde belastingen vermelden. In voorkomend geval dient het bedrag van elke belasting en het feit dat de opeisbaarheid rechtvaardigt, worden vermeld.

.

Art. 10. In de Nederlandse versie van artikel 38, derde lid, van dezelfde Codex wordt de bepaling onder 1) vervangen als volgt :

1) ofwel vanaf de eerste dag van de kalendermaand die volgt op de betaling van de teveel betaalde bedragen door de betrokken persoon ;

.

Art. 11. In dezelfde Codex, wordt artikel 57/1 ingevoegd, luidend :

Art. 57/1. § 1. Voor de controle van de inning van de belastingen bedoeld in artikel 3, 9° en 10°, zijn de bevoegde...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT