13 JULI 2023. - Besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering tot wijziging van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 augustus 2017 houdende het administratief statuut en de bezoldigingsregeling van het operationeel personeel van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp

VERSLAG AAN DE REGERING

Dit ontwerpbesluit wijzigt het administratief- en bezoldigingsstatuut van het operationeel personeel van de Dienst voor Brandbestrijding en Dringende Medische Hulp (hierna "het operationele statuut").

De eerste doelstelling van deze wijziging van het operatonele statuut is uitvoering te geven aan een actueel diversiteitsbeleid. Daartoe is de voorgestelde wijziging van het statuut gebaseerd op de aanbevelingen van een audit over dit onderwerp, alsmede op de adviezen van UNIA [adviesnr. 305 van 31 maart 2022] en het IGVM [adviesnr. 2022-A/004].

In het kader van een globale denkoefening over het moederschap zijn de komende statuutwijzigingen vooral gericht op uitbreiding van de voorwaarden voor toekenning van de premie voor operationaliteit tijdens de zwangerschap en na de bevalling (artikel 351).

Daarnaast worden andere maatregelen voorgesteld om discriminatie in verband met zwangerschap op te heffen of de periode van moederschap te vergemakkelijken:

- Afschaffing van artikel 191 § 3: sinds de wet van 12 juni 2020 worden alle werkonbekwaamheid of volledige werkverwijdering gelijkgesteld met periodes van arbeid. Concreet: indien deze twee types van afwezigheid voorkomen tussen de 6de en 2 de week vóór de bevalling, zullen ze het recht op moederschapsverlof niet meer verminderen [art 91];

- Verduidelijking van het artikel 198 § 3 m.b.t. de borstvoedingspauze voor operationele werkregelingen (art 93);

- Artikel 225/2: Ziekteverlof dat wordt toegekend om medische redenen die rechtstreeks verband houden met de zwangerschap, wordt niet in mindering gebracht op het ziekteverlofkapitaal [art 95].

Tot slot moet worden vermeld dat het verlof na de bevalling van de echtgenote of van de samenwonende partner van het personeelslid op het ogenblik van de gebeurtenis wordt aangepast tot vijftien dagen vanaf 1 januari 2021 en tot twintig dagen vanaf 1 januari 2023), naar analogie met wat de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten bepaalt ten aanzien van gecontracteerde werknemers (art. 30 § 2).

Om de DBDMH meer inclusief te maken, is de tuchtprocedure opnieuw ontworpen om maximale onpartijdigheid te waarborgen.

Wat het statuut zijn de belangrijkste wijzigingen de volgende:

- wijziging van de gezagsdragers die over de straf moeten beslissen:

o voorstel van straf: officier-dienstchef;

o definitieve sanctie: disciplinaire commissie;

- wijziging van bepaalde termijnen om het vervolgde personeelslid in de gelegenheid te stellen een nota met opmerkingen in te dienen naar aanleiding van het door de tuchtoverheid opgestelde tuchtverslag.

Naast de procedurekwesties, zijn ook de straffen en de administratieve gevolgen daarvan herzien of verduidelijkt.

De tweede doelstelling van deze wijziging van het statuut van het operationele personeel van de DBDMH is de verbetering van talrijke procedures (stage, bevordering, mutatie, reaffectatie, disciplinair...) in verband met de in de praktijk vastgestelde moeilijkheden.

De derde doelstelling van deze wijziging is het statuut aan te passen aan het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones (hierna "federaal statuut") dat van toepassing is hetzij krachtens de algemene beginselen bepaald in artikel 306 van dat statuut, hetzij op basis van het samenwerkingsakkoord van 27 maart 2017 tot uitvoering van artikel 306 § 2, van het koninklijk besluit van 19 april 2014 betreffende het administratief statuut van het operationeel personeel van de hulpverleningszones, met name wat de aanwervingsprocedure betreft (artikelen 13, 14, 18).

Een belangrijke verandering die indirect verband houdt met het federaal statuut zal ook worden belicht. Een niveauverandering is voorzien voor de graden van sergeant, sergeant-majoor en adjudant, historisch gezien van C- naar B-niveau. Het C-niveau beantwoordt niet langer aan het soort taken, noch aan de voorwaarden om op dit niveau te worden aangeworven. De federale regelgeving vereist namelijk een diploma niveau B om als sergeant te worden aangeworven (artikel 37/1, 6° van het federaal statuut). Daarom worden in het statuut alle bepalingen die deze graden aan niveau C koppelen, gewijzigd in niveau B. Wat de bezoldiging betreft, geniet het operationeel personeel in de door de wijziging getroffen graden reeds hogere schalen dan het administratief personeel op niveau B. Deze niveauverandering brengt dus geen wijziging van de schalen met zich mee.

De vierde en laatste doelstelling van deze wijziging is het corrigeren van typfouten en het in overeenstemming brengen van de Franse en de Nederlandse versie van de tekst.

Meer bepaald vragen de volgende wijzigingen om aanvullende opmerkingen.

• Art. 1 gewijzigd door artikel 3

De wijziging in 14° van paragraaf 1 (vervanging van de woorden "operationele" en "van het hoger kader" door "personeelsleden van niveau A") houdt in dat enkel personeelsleden van niveau A van die dienst beslissingen mogen nemen en ondertekenen, maar mag niet impliceren dat die dienst uitsluitend uit personeelsleden van niveau A bestaat.

• Art. 7/1 toegevoegd door artikel 9

Er wordt een bepaling ingevoegd die duidelijk maakt wie bevoegd is om functiebeschrijvingen goed te keuren. De bevoegde autoriteit is de directeur-generaal naar het voorbeeld van het besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 21 maart 2018 betreffende het administratief en geldelijk statuut van de personeelsleden van de instellingen van openbaar nut van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (hierna " algemeen statuut"), zodat voor de operationele en administratieve personeelsleden dezelfde procedure geldt.

• Art. 7/2 toegevoegd door artikel 10

Het statuut bepaalt nu duidelijk dat de raad van bestuur de keuze van de procedure voor het vervullen van een vacature moet goedkeuren. Dit zal de procedure harmoniseren en zorgen voor samenhang bij de uitvoering van het personeelsplan.

• Art 8 gewijzigd door artikel 11

De wijziging van het vijfde lid strekt ertoe te verduidelijken dat de bevoegdheden die aan de administratieve coördinator kunnen worden gedelegeerd, uitsluitend administratieve bevoegdheden zijn als bedoeld in artikel 6bis van de ordonnantie houdende organisatie van de DBDMH, en geen operationele bevoegdheden.

Voorts wordt verduidelijkt dat de delegatie van bevoegdheden hetzij aan de adjunct-directeur-generaal, hetzij aan de administratieve coördinator kan geschieden, en niet cumulatief zoals de vorige formulering deed vermoeden.

De wijziging van het zesde lid maakt het mogelijk de officier-tweede in bevel gelijk te stellen met de zonecommandant, zoals bepaald in de federale regelgeving. Deze verduidelijking leidt niet tot een wijziging vanuit beheersoogpunt (besluit van de Brusselse Hoofdstedelijke Regering van 24 augustus 2017 tot vaststelling, in de Dienst Brandweer en Dringende Medische Hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest, de delegaties van bevoegdheden en ondertekeningsvolmachten aan de directeur-generaal en aan de adjunct-directeur-generaal, de modaliteiten van het advies van de administratieve coördinator in de materies die onder zijn bevoegdheid vallen en houdende diverse bepalingen (Verordening van 4 maart 1999 tot vaststelling van de regels voor de werking van de Brusselse Hoofdstedelijke Dienst voor Brandweer en Dringende Medische Hulp, artikel 3) wanneer dit reglement voorziet in de vervanging van functies. Anderzijds maakt deze verduidelijking het mogelijk dat de officier-tweede in bevel kan profiteren van de bepalingen voor de zonecommandant (met name wat betreft opleiding of gelijkwaardigheid) in de federale regelgeving, die geen rekening houdt met de in Brussel opgelegde dubbele leiding.

Artikel 17 § 6 van de wet van 15 mei 2007 betreffende de civiele veiligheid bepaalt dat "De term "zonecommandant" wordt begrepen als een verwijzing naar het bevoegde orgaan van de brandweerdienst en de dringende medische hulp van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest overeenkomstig de Brusselse gewestelijke reglementering (...)".

De federale overheid verwijst daarom naar het Gewest om de bevoegde autoriteit aan te duiden - met betrekking tot de specifieke organisatie van de DBDMH - om de functies van zonecommandant uit te oefenen.

Gezien de verwisseling van de functies (operationeel en administratief) tussen directeur-generaal en adjunct-directeur-generaal - uniek bij de DBDMH - is het gerechtvaardigd om de commandant tweede in bevel gelijk te stellen met de zonecommandant voor de toepassing van de federale regelgevingen bij de DBDMH.

• Art. 16 gewijzigd door artikel 17

Door te toetsen of de kandidaat aan de functiebeschrijving voldoet, voorkomt de functioneel bevoegde minister directe en indirecte discriminatie. Het advies van het Instituut voor de gelijkheid van vrouwen en mannen nr. 2019-A/003 kan hiervoor als basis dienen. Bij de toetsing van de conformiteit van de kandidaat voor de DBDMH zorgt de minister er functioneel voor dat er objectieve toetsen worden afgenomen, bijvoorbeeld over de kennis van de DBDMH als zodanig, de Brusselse instellingen of de regionale topografie.

• Art. 17 gewijzigd door artikel 18

Het spreekt vanzelf dat indien de functioneel bevoegde minister niet bepaalt hoeveel geslaagden tot de reserve worden toegelaten, alle geslaagden tot de reserve worden toegelaten.

• Art. 20 vervangen door artikel 20

Tussen het slagen voor de fysieke tests bij aanwerving en de toelating tot de stage kan enkele jaren liggen. Deze bepaling biedt derhalve de mogelijkheid om vóór het begin van de stage een fysieke test te organiseren om ervoor te zorgen dat de geslaagde kandidaten in voldoende goede fysieke conditie zijn om aan de stage te beginnen. Het is niet de bedoeling succesvolle laureaten uit te sluiten; daarom komen de fysieke tests overeen met die welke zij reeds hebben moeten afleggen om het federaal geschiktheidsattest te verkrijgen. Bovendien voorziet de wijziging, om te zware gevolgen in geval van fysieke problemen...

Pour continuer la lecture

SOLLICITEZ VOTRE ESSAI

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT