1 APRIL 2016. - Koninklijk besluit waarbij algemeen verbindend wordt verklaard de collectieve arbeidsovereenkomst van 24 februari 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, betreffende het nationaal akkoord 2013-2014 (1)

 
GRATIS UITTREKSEL

FILIP, Koning der Belgen,

Aan allen die nu zijn en hierna wezen zullen, Onze Groet.

Gelet op de wet van 5 december 1968 betreffende de collectieve arbeidsovereenkomsten en de paritaire comités, inzonderheid op artikel 28;

Gelet op het verzoek van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw;

Op de voordracht van de Minister van Werk,

Hebben Wij besloten en besluiten Wij :

Artikel 1. Algemeen verbindend wordt verklaard de als bijlage overgenomen collectieve arbeidsovereenkomst van 24 februari 2014, gesloten in het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, betreffende het nationaal akkoord 2013-2014.

Art. 2. De minister bevoegd voor Werk is belast met de uitvoering van dit besluit.

Gegeven te Brussel, 1 april 2016.

FILIP

Van Koningswege :

De Minister van Werk,

K. PEETERS

_______

Nota

(1) Verwijzing naar het Belgisch Staatsblad :

Wet van 5 december 1968, Belgisch Staatsblad van 15 januari 1969.

Bijlage

Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw

Collectieve arbeidsovereenkomst van 24 februari 2014

Nationaal akkoord 2013-2014

(Overeenkomst geregistreerd op 4 augustus 2014 onder het nummer 122936/CO/111)

Preambule

Investeren in de industrie

De sociale partners onderstrepen het bijzondere belang van de industrie en in het bijzonder van de metaal- en technologische industrie.

De industrie is immers cruciaal voor de ontwikkeling van de economie in het algemeen, voor de openbare financiën, voor de tewerkstelling, voor de welvaart en voor het welzijn.

De ondertekenaars van dit akkoord doen hierbij een oproep aan alle stakeholders op alle niveaus, in de eerste plaats de overheden maar ook de ondernemingen en de vakbondsvertegenwoordigers.

Deze oproep viseert enerzijds de best mogelijke maatregelen te nemen en omgevingsfactoren te creëren opdat de industrie zich zou kunnen ontwikkelen en anderzijds dat men zich zou onthouden om initiatieven te nemen die deze ontwikkeling bemoeilijken.

Tegelijk onderstrepen de sociale partners dat deze maatregelen en initiatieven dienen te gebeuren binnen het kader van het sociaal overleg en mits naleving van sociaal aanvaardbare waarden.

Toenadering statuten arbeiders-bedienden

De sociale partners uit het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw wensen stappen te zetten in de toenadering in de statuten arbeiders/bedienden op sectorvlak.

In het kader van de nieuwe ontslagwetgeving wensen ze vooreerst uitvoering te geven aan het activeringsluik. Het is absoluut wenselijk dat deze besprekingen plaats hebben samen met de vertegenwoordigers van het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid.

Daarnaast willen de sociale partners van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw starten met de toenadering van de sectorale bepalingen uit het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw en het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid. Ook deze besprekingen kunnen alleen maar plaats hebben samen met de vertegenwoordigers van het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid. Hiervoor dienen de thema's en de timing als eerste stap te worden bepaald.

De sociale partners van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw wensen de sociale partners van het Paritair Comité voor de bedienden der metaalfabrikatennijverheid uit te nodigen om voor wat betreft de twee bovenstaande punten samen de besprekingen te organiseren.

Tenslotte wordt met het sectoraal akkoord van het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw voor het jaar 2014 een stap gezet om de stelsels van het aanvullend pensioen die op sectorvlak bestaan dichter bij elkaar te brengen.

HOOFDSTUK I. - Inleiding

Artikel 1. Toepassingsgebied

Deze collectieve arbeidsovereenkomst is van toepassing op de werkgevers en werklieden van de ondernemingen die ressorteren onder het Paritair Comité voor de metaal-, machine- en elektrische bouw, met uitzondering van de ondernemingen welke bruggen en metalen gebinten monteren.

Onder "werklieden" wordt verstaan : de mannelijke en vrouwelijke arbeiders.

HOOFDSTUK II. - Voorwerp

Art. 2. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt neergelegd op de Griffie van de Algemene Directie Collectieve Arbeidsbetrekkingen van de Federale Overheidsdienst Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, overeenkomstig de bepalingen van het koninklijk besluit van 7 november 1969 tot vaststelling van de modaliteiten van neerlegging van de collectieve arbeidsovereenkomsten.

Ondertekenende partijen vragen dat onderhavige collectieve arbeidsovereenkomst zo vlug mogelijk bij koninklijk besluit algemeen verbindend wordt verklaard.

Art. 3. Deze collectieve arbeidsovereenkomst wordt gesloten met inachtname van :

het koninklijk besluit van 28 april 2013 tot uitvoering van artikel 7, § 1 van de wet van 26 juli 1996 tot bevordering van de werkgelegenheid en tot de preventieve vrijwaring van het concurrentievermogen (Belgisch Staatsblad van 2 mei 2013).

HOOFDSTUK III. - Inkomenszekerheid

Art. 4. Alternatieve besteding ecocheques

§ 1. Principe

Het sectoraal stelsel ecocheques wordt geregeld in artikel 5, afdeling 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst houdende het nationaal akkoord 2009-2010 van 18 mei 2009, geregistreerd onder het nummer 94402/CO/111 en in artikel 4, afdeling 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst houdende het nationaal akkoord 2011-2012 van 11 juli 2011, geregistreerd onder het nummer 108610/CO/111.

Op ondernemingsvlak kan gekozen worden voor een alternatieve en equivalente besteding van onbepaalde duur van de ecocheques die conform bovenstaand sectoraal stelsel toegekend worden.

§ 2. Modaliteiten voor bedrijven met een syndicale delegatie

- De alternatieve besteding gebeurt op basis van een bedrag van 250 EUR (kosten en werkgeverslasten inbegrepen, met uitzondering van de administratieve kosten);

- De alternatieve besteding is enkel mogelijk voor de ecocheques die vanaf oktober 2014 (met referteperiode van 1 oktober 2013 tot en met 30 september 2014) worden toegekend. De ingangsdatum van de alternatieve besteding is vanaf 1 oktober 2013 of moet betrekking hebben op dezelfde referteperiode;

- Indien gekozen wordt voor de omzetting van de 250 EUR in brutoloon, komt het bedrag van 250 EUR overeen met een verhoging van 0,0875 EUR per uur.

De herbrutering is enkel mogelijk vanaf 1 oktober 2013 voor de ecocheques die in oktober 2014 (referteperiode van 1 oktober 2013 tot 30 september 2014) worden toegekend;

- De onderhandelingen moeten ten laatste op 30 juni 2014 leiden tot een collectieve arbeidsovereenkomst inzake de alternatieve besteding.

§ 3. Modaliteiten voor bedrijven zonder een syndicale delegatie

- De alternatieve besteding gebeurt op basis van een bedrag van 250 EUR (kosten en werkgeverslasten inbegrepen, met uitzondering van de administratieve kosten);

- Voor de alternatieve besteding kan uitsluitend gekozen worden uit de volgende 3 mogelijkheden (keuzemenu) :

- invoering of verbetering van een bestaande polis collectieve hospitalisatieverzekering;

- invoering of verbetering van een bestaand aanvullend pensioenplan op ondernemingsvlak;

- een omzetting van het bedrag van 250 EUR in brutoloon à rato van een verhoging van de effectieve uurlonen met 0,0875 EUR in een 38-uren werkweek;

- Zowel de omzetting in brutoloon als de twee andere alternatieve bestedingen van de ecocheques zijn enkel mogelijk vanaf 1 oktober 2013 voor de ecocheques die vanaf oktober 2014 (referteperiode van 1 oktober 2013 tot en met 30 september 2014) worden toegekend;

- De toetreding tot het bovengenoemd keuzemenu gebeurt door de werkgever door middel van een toetredingsakte die uiterlijk tegen 30 juni 2014 via een aangetekend schrijven wordt overgemaakt aan de voorzitter van het nationaal paritair comité.

De voorzitter brengt op zijn beurt de sociale partners hiervan op de hoogte.

Een model van toetredingsakte is als bijlage aan deze collectieve arbeidsovereenkomst toegevoegd.

§ 4. Terugvalpositie

De bepalingen van artikel 5, afdeling 1 van de collectieve arbeidsovereenkomst houdende het nationaal akkoord 2009-2010 van 18 mei 2009 en van artikel 4, afdeling 2 van de collectieve arbeidsovereenkomst houdende het nationaal akkoord 2011-2012 van 11 juli 2011, blijven onverkort van kracht in geval van :

- het ontbreken van een akkoord inzake de alternatieve besteding van de ecocheques conform § 2, vóór 30 juni 2014;

- het ontbreken van een toetredingsakte conform § 3 vóór 30 juni 2014, voor ondernemingen zonder syndicale delegatie.

§ 5. Recurrentie

Elke vorm van invulling van de koopkracht voorzien in dit artikel geldt voor onbepaalde duur.

Art. 5. Uitzendkrachten

Het loon van de uitzendkracht mag niet lager zijn dan datgene waarop hij recht zou hebben gehad indien hij onder dezelfde voorwaarden als vast werknemer door de gebruiker was in dienst genomen.

Art. 6. Bestaanszekerheid : verlenging en/of wijzigingen van bestaande bepalingen van bepaalde duur

Volgende bepalingen van de collectieve arbeidsovereenkomst van 11 juli 2011, met registratienummer 105521/CO/111, algemeen bindend verklaard bij koninklijk besluit van 8 mei 2013, gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 18 juli 2013 houdende de statuten van het "Fonds voor bestaanszekerheid voor de metaalverwerkende nijverheid", gewijzigd door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 november 2011, geregistreerd onder het nummer 107599/CO/111 en door de collectieve arbeidsovereenkomst van 21 oktober 2013, geregistreerd onder het nummer 118265/CO/111, worden verlengd en/of gewijzigd :

Het artikel 14, § 2 van de statuten wordt vervangen als volgt :

" § 2. Bijdragen voor bestaanszekerheid

  1. Bijdragen voor de financiering van de algemene werking van het fonds

    Vanaf 1 januari 1975 wordt een bijdrage van onbepaalde duur geheven van 0,60 pct..

    Deze bijdrage wordt vanaf 1 juli 1981 verhoogd met een bijdrage van onbepaalde duur van 0,20 pct.. Deze verhoging kan door elk van de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT