Arrest nr. 2009/AR/142 van Hof van Beroep, Gent, 18 november 2009

Datum uitspraak:18 november 2009
Uitgevende instantie::Gent
 
GRATIS UITTREKSEL

Hof van beroep

te Gent

12 Kamer

________

Terechtzitting

van

18 november 2009

EINDARREST

zaak terug naar de eerste rechter

- In de zaak met het rolnummer 2009/AR/142 van:

bvba BOPLANT, plantkwekerij

met zetel te 9340 Oordegem, Grote Steenweg 28,

met ondernemingsnr. 0477.519.221,

appellante tegen het vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, op tegenspraak gewezen door de vijfde kamer dd. 30-10-2008, oorspronkelijk eiseres,

hebbende als raadslieden

- mr. SCHEIRLYNCK Patricia, advocaat te 8630 Veurne, Statiestraat 6;

- mr. VAN MECHELEN Wendy, advocaat te 9000 Gent, Fr. Rooseveltlaan 349 bus 29;

tegen :

1. BVBA TREF EGO SUBSTRATES BELGIE,

(in besluiten van deze partij : bvba ET. TREF EGO SUBSTRATES BELGIE)

met zetel te 9080 Lochristi, Bedrijvenlaan 30,

met ondernemingsnr. 0499.617.467,

eerste geïntimeerde, oorspronkelijk verweerster,

hebbende als raadsman mr. VAN POUCKE Mark, advocaat te 9000 Gent, Coupure 373

2. TREF EGO SUBSTRATES BV,

vennootschap naar Nederlands recht

met zetel te Nederland - 4782 PX Moerdijk, Appelweg 3,

ingeschreven in de KvK West Brabant onder nr. 04042567,

3. AS TREFFEX,

vennootschap naar het recht van Estland

met zetel te Estland 86602 Paikuse - Pärnumaa, Paid nt. 19 B,

ingeschreven in het handelsregister aldaar onder nr. 10836870,

4. nv FORTIS CORPORATE INSURANCE,

vennootschap naar Nederlands recht

met zetel te Nederland 1183 AT, Prof J.H. Bavincklaan 1, (Postbus 2190, 1180 ED Amstelveen)

tweede, derde en vierde geïntimeerden,

tweede geïntimeerde : oorspronkelijk verweerster,

derde en vierde geïntimeerden : oorspronkelijk vrijwillig tussenkomende partijen;

hebbende als raadslieden mr. KEULERS Hugo en mr. Lodewijckx Sandra, beiden advocaat te 1000 Brussel, Havenlaan 86C bus 113;

mede in zaak :

5. B. K., expert landbouw & milieu,

wonende te ..............................................,

gerechtsdeskundige,

(als deskundige aangesteld in vervanging van de heer Oswald Kamoen bij vonnis van de rechtbank van koophandel te Gent, op tegenspraak gewezen door de vijfde kamer dd. 14-9-2006),

velt het hof het volgend arrest.

Het hof heeft de partijen in raadkamer gehoord en kennis genomen van hun stukken en conclusies. Het hof heeft eveneens de deskundige in raadkamer gehoord.

Het hoger beroep tegen het vonnis op tegenspraak van de rechtbank van koophandel te Gent, vijfde kamer, van 30 oktober 2008 (AR nr. A/06/01672) werd ingesteld bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van het hof op 16 januari 2009. Het is regelmatig naar de vorm. Het is eveneens tijdig aangezien er geen betekeningsakte wordt voorgelegd en door geen van de partijen beweerd wordt dat het vonnis betekend is.

Door geen van de partijen wordt beweerd dat het hoger beroep onontvankelijk is, terwijl het hof evenmin redenen van onontvankelijkheid vaststelt. Het hoger beroep is bijgevolg ontvankelijk.

Antecedenten

1.

In de dagvaarding ten gronde, door de bvba Boplant (hierna "Boplant" of "appellante" genoemd) op 25.4.2006 betekend aan de bvba Tref Ego Substrates België (hierna "eerste geïntimeerde") en op 20.4.2006 betekend aan de vennootschap naar Nederlands recht Tref Ego Substrates (hierna "tweede geïntimeerde"), zette Boplant uiteen dat zij op 22.6.2004 en 16.7.2004 twee partijen potgrond bij de bvba Tref Ego Substrates België had aangekocht, waarvan na de ingebruikname werd vastgesteld dat het pH-gehalte sterk was opgelopen, met aanzienlijke plantschade tot gevolg.

Boplant vorderde de veroordeling van de gedaagden, in solidum, minstens de ene bij gebrek aan de andere, tot het betalen van een schadevergoeding van 100.000,00 EUR op een vordering, begroot op 200.000,00 EUR, en subsidiair de aanstelling van een deskundige met onder meer als opdracht: "

- de teelttechnische vaardigheden bij het bedrijf van verzoekster te onderzoeken;

- kennis te nemen van alle stukken die hem ter hand zullen worden gesteld door de partijen waaronder onder meer uitslagen van bodemanalyses van genomen monsters, de reeds voor handen zijnde technische verslagen, fotomateriaal omtrent de ontwikkeling van de planten en dergelijke meer;

- advies te verlenen omtrent de oorzaak van de afwijkende groei- en bloei-ontwikkeling van de teelten die werden gekweekt op de door de gedaagden geleverde potgrond op het bedrijf van de verzoekster van het plantenseizoen 2004-2005

- advies te verlenen met betrekking tot de aangewende receptuur, meer bepaald met betrekking tot de vraag of de toevoeging van 6 kg. Dolokal noodwendig was

- advies te verlenen omtrent de omvang van de door de verzoekster geleden bedrijfsschade, zowel rechtstreekse als onrechtstreekse;".

Met verzoekschrift, neergelegd op 9.6.2006, kwam de vennootschap naar het recht van Estland, AS Treffex (hierna "derde geïntimeerde"), producent van de potgrond, vrijwillig in de procedure tussen. Op dezelfde dag kwam de nv Fortis Corporate Insurance (hierna "vierde geïntimeerde"), BA-verzekeraar van Tref Ego Substrates bv, eveneens vrijwillig tussen. Zij vroegen beiden een aanpassing van de opdracht van de deskundige.

Bij vonnis van 9 juni 2006 stelde de rechtbank de heer Oswald Kamoen als deskundige aan, met opdracht:

"- kennis te nemen van de uitslagen van de bodemanalysen van genomen monsters;

- de teelttechnische vaardigheden bij het bedrijf van BVBA Boplant te onderzoeken;

- te verifiëren of de potgrond waarvan de BVBA Boplant zich beklaagt wel van de levering van Tref Trade BV (Nederland) en desgevallend van AS Treffex (Estland) afkomstig is;

- zo ja deze potgrond te identificeren, te beschrijven, grondig te onderzoeken en in een gemotiveerd technisch advies te zeggen of zij de gebreken vertonen die door de BVBA Boplant worden aangeduid, met name dat de pH gehalte te hoog zou zijn geweest en niet zou voldoen wat betreft kwaliteit doordat de planten die in deze potgrond werden verpot te klein bleven of een rood-bruin-geel verkleuring hadden, en zo ja, de gebreken te beschrijven;

- bij vaststelling van eventuele gebreken in de partij potgrond, de oorzaken van deze gebreken te bepalen, met name te zeggen of de gebreken te wijten zijn aan:

o een te hoge gehalte kalk bij de productie van de potgrond op de automatische menglijn van AS Treffex in Estland;

o het gieten van de planten met water met verschillende voedingselementen en de daaropvolgend afwezige controle door de BVBA Boplant;

o iedere andere oorzaak of gebruik;

- de door de BVBA Boplant genomen maatregelen om de schade te beperken;

- te bepalen aan welke partij deze gebreken technisch en feitelijk toe te rekenen zijn;

- het soort schade en het schadebedrag te bepalen in hoofde van de verschillende partijen;"

Bij vonnis van 14.9.2006 werd de heer Kamoen vervangen door de heer K. B..

Er grepen meerdere expertisevergaderingen plaats, namelijk op 28.11.2006, 23.5.2007, op 20.6.2007 (in Estland), op 10.7.2007 en op 25.2.2008.

Ter gelegenheid van de vergadering van 23.5.2007 merkte de deskundige op dat hij een plaatsbezoek op het bedrijf van AS Treffex in Estland noodzakelijk achtte. Met brieven dd. 4.6.2007 en 8.6.2007 maakten de raadslieden van de geïntimeerden bezwaren tegen het geplande bezoek en wezen zij op de EG-verordening 1206/2001 betreffende de samenwerking tussen de gerechten van de Lidstaten op het gebied van bewijsverkrijging in burgerlijke en handelszaken, zodat er een verzoek van het Belgische gerecht aan het gerecht te Estland moest gericht worden om de expertise in het buitenland uit te voeren.

In een schrijven van 12.6.2007 motiveerde de deskundige zijn beslissing voor een plaatsbezoek in Estland, doch er werden geen maatregelen genomen in uitvoering van voormelde verordening 1206/2001.

Op de vergadering van 10.7.2007 vroeg Boplant de deskundige eveneens een bezoek te brengen aan een ander bedrijf dat schade had geleden, namelijk de bvba Handelskwekerij Delfoplant te Sint-Niklaas. Echter zonder dat blijkt dat de deskundige de partijen daartoe uitgenodigd had, ging de deskundige daar ter plaatse, waarbij hij eveneens plantschade zou hebben vastgesteld. Eveneens bracht hij in het kader van een stagebegeleiding een bezoek aan een bedrijf ID Flor te Lochristi, waar hij ook plantschade vaststelde.

Bij brief van 22.1.2008 meldde hij beide bezoeken aan de partijen, stellende dat zich op deze bedrijven problemen hebben voorgedaan met een te hoge pH na het gebruik van potgrond, geleverd door de bvba Tref Ego Substrates België. Terzelfder tijd nodigde hij de partijen uit voor een nieuwe vergadering op 25.2.2008, met als agendapunten:

"- Bespreking van de stukken toegestuurd door het advocatenkantoor Lydian op 07/09/2007;

- Bespreking oorzakelijk verband schade bij eiser en de door verweerders geleverde potgrond;

- Opmaak van de begroting van de opgelopen schade bij eiser."

Met brief van 20.2.2008 maakte de raadsman van tweede tot vierde geïntimeerden bezwaar tegen het niet-tegensprekelijk karakter van de bezoeken aan Delfoplant en ID Flor.

Op de vergadering van 25.2.2008 kwam het tot een discussie omtrent de niet-tegensprekelijkheid van deze bezoeken, waarna de vergadering werd geschorst om de discussie voor te leggen aan de rechtbank.

De raadsman van Boplant legde op 18.3.2008 een verzoek neer om, overeenkomstig artikel 973 § 2 Ger. W., de partijen te willen oproepen in raadkamer, teneinde toe te zien op het verloop van het deskundigenonderzoek en, in voorkomend geval, over te gaan tot aanpassing of uitbreiding van de opdracht van de deskundige....

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT