Vonnis van Raad van State, 27 maart 2000

Datum uitspraak:27 maart 2000
Jurisdictie:Schorsing
Nature:Arrest
SAMENVATTING

Het middel is gericht tegen de uitvoeringsmodaliteiten en niet tegen het bevel als dusdanig. Het bevel om het grondgebied te verlaten is uitvoerbaar, gelet op de verwerping van de vordering tot schorsing, ingesteld tegen de bevestigende beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen.

 
GRATIS UITTREKSEL

RAAD VAN STATE, AFDELING ADMINISTRATIE.

A R R E S T nr. 86.260 van 27 maart 2000 in de zaak A. 86.149/VII-19.161.

In zake :

XXX, die woonplaats kiest bij Advocaat Chr. LEPINOIS, kantoor houdende te BRUSSEL,

Bolwerksquare 1A tegen : de Belgische Staat, vertegenwoordigd door de Minister van Binnenlandse Zaken.

DE Wnd. VOORZITTER VAN DE VIIe KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat XXX, van Congolese nationaliteit, op 26 juli 1999 heeft ingediend om de schorsing te vorderen van de tenuitvoerlegging van het bevel om het grondgebied van het Rijk te verlaten van de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken van 27 mei 1999, aan verzoeker op dezelfde datum betekend;

Gelet op de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973, inzonderheid op de artikelen 17 en 18;

Gezien de nota van de verwerende partij;

Gezien het verslag opgemaakt door Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST;

Gelet op de kennisgeving van het verslag aan partijen;Gelet op de beschikking van 4 februari 2000 waarbij de terechtzitting bepaald wordt op 10 maart 2000;

Gehoord het verslag van Staatsraad D. MOONS;

Gehoord de opmerkingen van Advocaat Chr. LEPINOIS, die verschijnt voor verzoeker, en van Advocaat E. MATTERNE, die verschijnt voor de verwerende partij;

Gehoord het eensluidend advies van Eerste Auditeur-afdelingshoofd H. VERHULST;

Gelet op titel VI, hoofdstuk II, van de wetten op de Raad van State, gecoördineerd op 12 januari 1973;

1.

Overwegende dat bij arrest nr. 83.924 van 7 december 1999 van de XIde kamer van de Raad van State de vordering tot schorsing van de tenuitvoerlegging van de afwijzende beslissing van de adjunct van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 9 februari 1999, werd verworpen; dat de gemachtigde van de Minister van Binnenlandse Zaken op 27 mei 1999 een bevel heeft uitgevaardigd om het grondgebied van het Rijk te verlaten, ter uitvoering van voornoemde afwijzende...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT