Beslissing nr. 06-2675/W12684 van Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen, 27 april 2007

Spreker:A. Van Isacker
Datum uitspraak:27 april 2007
Uitgevende instantie::Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen
Land:Erreur
 
GRATIS UITTREKSEL

BESLISSING

W12684 van 27 april 2007

In zake:XGekozen woonplaats: X

tegen:

de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen.

-----------------------------------------------------------------------------------------------------------------

DE GEMACHTIGDE BIJZITTER VAN DE 2de NEDERLANDSE KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat X, van Nepalese nationaliteit, op 28 juni 2006 heeft ingediend om de hervorming te vorderen van de beslissing tot weigering van de erkenning van de status van vluchteling van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen van 12 juni 2006, aan de verzoekende partij verzonden op 14 juni 2006.

Gezien het verzoekschrift tot voortzetting van het geding ingediend op 11 januari 2007.

Gezien de nota van de verwerende partij ingediend op 21 maart 2007.

Gelet op de beschikking van 29 maart 2007, verzonden op 30 maart 2007, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 26 april 2007.

Gehoord het verslag van gemachtigde bijzitter A. Van Isacker.

Gehoord de opmerkingen van advocaat A. Delcroix, die loco advocaat S. Micholt verschijnt voor de verzoekende partij en van attaché G. Desnyder, die verschijnt voor de verwerende partij.

1. Over de feitelijke gegevens van de zaak.

1.1. Verzoeker die volgens zijn verklaringen op 11 april 2005 het Rijk binnenkwam, verklaarde zich dezelfde dag vluchteling in België.

1.2. De Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen verwerpt verzoekers asielaanvraag bij beslissing van 12 juni 2006, verstuurd op 14 juni 2006.

1.3. De feiten aan de basis van verzoekers asielaanvraag kunnen als volgt worden samengevat: verzoeker verklaart zich tussen twee vuren te bevinden: enerzijds de Maobadi die verzoekers steun eisen en anderzijds de veiligheidsdiensten / het leger / de autoriteiten die verzoeker daarover aanpakten.

1.4. De bestreden beslissing hecht geen geloof aan verzoekers asielrelaas en baseert zich hiervoor op twijfels aangaande de beweerde reisroute naar Europa, twijfels en ontwijkende verklaringen aangaande de Nepalese identiteitskaart, een ernstige tegenstrijdigheid, vage verklaringen en het ontbreken van documenten die staven dat verzoekers familie het slachtoffer werd van een maoïstische bomaanslag.

2. Over de ontvankelijkheid van de zaak.

2.1. Verwerende partij werpt in een eerste exceptie de onontvankelijkheid van de vordering op aangezien het verzoekschrift geen keuze van woonplaats in België bevat.

2.2. Verwerende partij doet ter zitting afstand van de opgeworpen exceptie.

3. Over de gegrondheid van de zaak.

3.1. De Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingen beschikt inzake beslissingen van de Commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen over volheid van rechtsmacht, dit wil zeggen dat de Commissie het geschil in zijn geheel aan een nieuw onderzoek onderwerpt en als administratieve rechter in laatste aanleg uitspraak doet over de grond van het geschil (Wetsontwerp tot hervorming van de Raad van State en tot...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT