Beslissing nr. 04-2676/W11905 van Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen, 12 september 2006

Spreker:G. de Moffarts
Datum uitspraak:12 september 2006
Uitgevende instantie::Vaste Beroepscommissie voor Vluchtelingen
Land:Soudanaise
 
GRATIS UITTREKSEL

Vaste Beroepscommissie voor vluchtelingenAangaande: NAAM, VOORNAAM: XGEBOREN TE: X OP(IN): XLAND VAN HERKOMST : SoedanGEKOZEN WOONPLAATS : XDe Vaste Beroepscommissie voor vluchtelin­gen, 2de Nederlandse kamer,Gelet op het Internationaal Verdrag betreffende de Status van Vluchtelingen, ondertekend te Genève op 28 juli 1951 en goedgekeurd bij wet van 26 juni 1953, en het Pro­tocol van New-York van 31 januari 1967 betreffende de status van vluchte­lin­gen, goedgekeurd bij wet van 27 februari 1969;Gelet op hoofdstuk II van titel II van de wet van 15 decem­ber 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, zoals gewijzigd bij de wetten van 14 juli 1987 en 18 juli 1991, bij het koninklijk besluit van 13 juli 1992, bij de wetten van 6 mei 1993, 10 juli 1996, 15 juli 1996, 9 maart 1998, 22 december 2003 en 16 maart 2005;Gelet op het koninklijk besluit van 19 mei 1993 tot regeling van de werking van en de rechtspleging voor de Vaste Beroepscommis­sie voor vluchtelin­gen, gewijzigd bij de konink­lijke besluiten van 27 september 1996 en 10 november 2005;Gelet op de aanvraag tot erkenning van de hoeda­nigheid van vluchteling ingediend op 29 oktober 2003;Gelet op de beslissing van de Commissaris-generaal voor de vluch­telingen en de staat­lozen van 31 augustus 2004;Gelet op het verzoekschrift ingediend op 8 september 2004;Gelet op de oproeping van appellant op 6 juli 2006 voor de zitting van 12 september 2006;Gehoord appellant en zijn advoc­aat, mr. G. Verreyt;W11.905Overwegende dat de feiten in de bestreden beslissing als volgt luiden: "U verklaart een Soedanees staatsburger te zijn, behorende tot de Berti-etnie en afkomstig van Khartoem.Op 6 oktober 2003 heeft u Soedan verlaten om op 27 oktober 2003 in België aan te komen, waar u op 29 oktober 2003 asiel heeft aangevraagd.Op 13 augustus 2004 werd u in het kader van deze asielaanvraag gehoord op het Commissariaat-generaal in aanwezigheid van uw advocaat, X. Volgens uw verklaringen studeerde u van 1998 tot 2001 rechten aan de Universiteit van X. Tijdens uw studies was u sympathisant van de illegale oppositiepartij X, u woonde hun debatten bij. Na uw studies werkte u samen met uw vader in de bouw.Op 5 juli 2002 kreeg u een brief van X, een X die afkomstig is van het dorp Abou Zerouga waar ook uw ouders van afkomstig zijn, waarin hij opriep om een vereniging voor de X op te richten.Op 1 september 2002 vond de oprichtingsvergadering van de "Vereniging van de zonen van de X" plaats, op dewelke u werd verkozen tot sociaal secretaris van de afdeling in Khartoem. Uw taak bestond in het organiseren van vergaderingen.Op 30 januari 2003 werd u thuis gearresteerd en meegenomen naar het gebouw van de Veiligheidstroepen. Bij een huiszoeking vond men een aantal documenten van de vereniging. Tijdens uw detentie werd u mishandeld.Op 13 februari 2003 kwam u vrij na het ondertekenen van een document waarin u beloofde geen politieke activiteiten meer te hebben. Na uw vrijlating vernam u dat de vijf leden van de afdeling van X eveneens waren gearresteerd en weer vrijgelaten. U bleef actief voor de vereniging.Op 5 april 2003 werd u opnieuw bij u thuis gearresteerd en meegenomen naar hetzelfde gebouw. Uw arrestatie maakte deel uit van een arrestatiecampagne van mensen met oppositie-activiteiten afkomstig uit het westen van Soedan. U werd opnieuw mishandeld.Op 17 april 2003 werd u vrijgelaten onder voorwaarde dat u zich elke dag ging aanbieden. Men dreigde er eveneens mee dat als u nog een derde keer zou worden gearresteerd, u niet meer levend zou vrijkomen.Op 24 april 2003 bood u zich voor de laatste keer aan en tekende u een document waarin u beloofde te stoppen met uw activiteiten voor de vereniging. Na een week hernam u uw activiteiten.Op 10 juni 2003 werd u terug thuis gearresteerd, omwille van een vergadering op 23 mei 2003. U zat tot 22 juni 2003 opgesloten in het gebouw van de Veiligheidstroepen. Vervolgens werd u overgebracht naar de gevangenis "X".Van 10 tot 12 juli 2003 werd u opnieuw mishandeld in het gebouw van de Veiligheidstroepen, hierna werd u weer overgebracht naar X.Van 21 tot 23 augustus 2003 werd u nog eens mishandeld in het gebouw van de Veiligheidstroepen en daarna weer teruggebracht naar X. Op 20 september 2003 slaagde u erin te ontsnappen. U vluchtte naar uw vriend X.Op 21 september 2003 kreeg u bezoek van uw oom X, die u vertelde dat de autoriteiten u thuis waren komen zoeken met een arrestatiebevel en dat uw collega bij de vereniging, X, op dezelfde dag als u was gearresteerd omdat de vergadering bij hem had plaatsgevonden.";Overwegende dat de verklaringen van de appellant een vol­doende bewijs kunnen zijn van zijn hoeda­nigheid van vluc­hte­ling op voorwaarde dat ze mogelijk, plausibel en oprecht zijn; dat de verklaringen van de appellant cohe­rent moe­ten zijn en niet in strijd met alge­meen beken­de feiten; dat de bewijslast in beginsel rust op de appellant en hij in de mate van het mogelijke bewijzen moet aanbrengen van de feiten die hij aanhaalt;W11.905dat het vervolgens de taak is van de persoon die de erkenning van de hoedanigheid van vluchteling moet onderzoeken om de waarde van de bewijsele­menten en de geloofwaardigheid van de verklaringen van betrokkene te beoordelen (UNHCR, Guide des procédures et critères à ap­pli­quer pour déter­miner le statut de réfugié, Genève, septem­ber 1979, 53);dat de Vaste Beroepscommissie niet moet bewijzen dat de aangehaalde feiten onwaar zouden zijn (R.v.St., X, 19 mei 1993, nr. 43.027); dat het niet de taak is van de Vaste Beroepscommissie zelf de lacunes in de bewijsvoering van de vreemdeling aan te vullen (R.v.St., X, 26 oktober 2004, nr. 136.692);Overwegende dat appellant zijn identiteit bewijst met een originele geboorteakte;Overwegende dat appellant noch zijn reisweg, noch het ogenblik dat hij zijn land verliet of in België aankwam, bewijst; dat hij stelt dat hij gereisd is met een schip van Port Soedan naar Antwerpen en er aangekomen is op 27 oktober 2003;Dat het gebrek aan bewijs van de reisweg een negatieve indicatie is voor zijn asielaanvraag;Overwegende dat appellant als bewijs van de aangehaalde feiten een "origineel arrestatiebevel" voorlegt; dat het een fotokopie van slechte kwaliteit betreft waarvan een aantal gegevens met een pen ingevuld zijn dat appellant ter zitting stelt dat hij eerst een fotokopie neergelegd had, die hij van zijn broer verkregen had, die ze van de politieagent kreeg, die naar appellant kwam vragen op zijn woonplaats in X; dat er in België naar een origineel gevraagd werd en door betaling zijn broer het originele document kon krijgen van bovenvermelde...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT