Arrest nr. 2012AR1512 van Hof van Beroep, Antwerpen, 19 mei 2014

Datum uitspraak:19 mei 2014
Uitgevende instantie::Antwerpen
 
GRATIS UITTREKSEL
  1. 2012/AR/1512

    A. M., zonder gekend beroep, geboren te ... en wonende te ...;

    appellant,

    vertegenwoordigd door mr. Sofie Borgers, advocaat te 2550 Kontich, Antwerpsesteenweg 26;

    tegen het vonnis van de tweede BI kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 21 maart 2012, aldaar gekend onder nr. A.R. 09/3354/A;

    tegen:

    1. K. M., medewerkend echtgenoot, geboren te ... en wonende te ...;

      vertegenwoordigd door mr. Marcel Govaerts, advocaat te 2018 Antwerpen, Molenstraat 75;

    2. M. V.B., advocaat, kantoor houdende te ..., in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over het minderjarig kind, L. M., geboren te ... en wonende te ..., daartoe aangesteld bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 15 april 2009;

      vertegenwoordigd door mr. Dominique Van Boven, advocaat te 2600 Berchem-Antwerpen, Elisabethlaan 58;

      geïntimeerden,

  2. 2012/AR/1840

    M. V.B., voormeld, in haar hoedanigheid van voogd ad hoc over het minderjarig kind, L. M., voormeld, daartoe aangesteld bij beschikking van de voorzitter van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 15 april 2009;

    appellante q.q.,

    vertegenwoordigd door mr. Dominique Van Boven, voormeld;

    tegen het vonnis van de tweede BI kamer van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 21 maart 2012, aldaar gekend onder nr. A.R. 09/3354/A;

    tegen:

    1. K. M., voormeld;

      vertegenwoordigd door mr. Marcel Govaerts, voormeld;

    2. A. M., voormeld;

      vertegenwoordigd door mr. Sofie Borgers, voormeld;

      geïntimeerden,

      * * * * *

    3. De feiten

      De feitelijke gegevens die aan het geschil ten grondslag liggen, kunnen worden samengevat als volgt:

      - wijlen R. V. is testamentloos overleden op 11 juni 2008;

      - als enige wettige en reservataire erfgenamen liet zij na, haar twee zonen, zijnde K. M. (hierna de eerste geïntimeerde) en A. M. (hierna de appellant);

      - sinds 2003 was wijlen R. V. via haar werkgever (ArcelorMittal) aangesloten bij een groepsverzekering, afgesloten bij Ethias (70% van het risico overlijden) en Integrale (100% van het risico pensioen en 30% van het risico overlijden); het doel van die verzekering was het garanderen aan de aangeslotene zelf, van een kapitaal of een levenslange pensioenrente indien zij in leven is op de eindleeftijd (vastgesteld op de eerste dag van de maand die volgt op de 65e verjaardag van de aangeslotene), en aan de begunstigde, van een kapitaal of overlevingsrente in geval van overlijden van de aangeslotene vóór de eindleeftijd;

      - in 2006 duidde wijlen R. V. de appellant en L. M. (de tweede geïntimeerde, dochter van de appellant) elk voor de helft aan als begunstigden in geval zij mocht overlijden vóór ze de eindleeftijd zou hebben bereikt;

      - wijlen R. V. overleed vóór het bereiken van de eindleeftijd, zodat de verzekeraars overgingen tot uitkering aan de appellant en aan de tweede geïntimeerde als volgt:

      i. Integrale betaalde aan elk van hen 1.858,92 EUR;

      ii. Ethias betaalde aan elk van hen 75.739,22 EUR;

      - als reservataire erfgenaam achtte de eerste geïntimeerde zich benadeeld;

      - hij dagvaardde daarop de appellant tot uitonverdeeldheidtreding; in die procedure is de tweede geïntimeerde vrijwillig tussengekomen;

      - bij vonnis van 14 september 2009 werd de uitonverdeeldheidtreding bevolen; notaris

      P. K. te ... werd aangesteld als boedelnotaris en notaris C. V. te ... met vertegenwoor-digingsbevoegdheid;

      - de partijen hebben vervolgens aan de boedelnotaris medegedeeld dat tussen hen enkel betwisting bestond over het lot van de uitkeringen van de groepsverzekering en dat hij zijn werkzaamheden derhalve kon beperken tot het innemen van een standpunt omtrent die betwisting;

      - de boedelnotaris was van oordeel dat de uitkeringen van de groepsverzekering geen deel uitmaken van de nalatenschap van wijlen R. V.;

      - de eerste geïntimeerde heeft dienaangaande zwarigheden geformuleerd;

      - de boedelnotaris heeft daarop geantwoord en verder gehandeld conform artikel 1219, §2 Ger. W.

    4. De voorafgaande rechtspleging

      2.1. Bij het bestreden vonnis op 21 maart 2012 op tegenspraak verleend door de tweede...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT