Arrest nr. 2002AR2199 van Hof van Beroep, Brussel, 23 februari 2009

Datum uitspraak:23 februari 2009
Uitgevende instantie::Brussel
 
GRATIS UITTREKSEL

ARREST

Het Hof van Beroep te BRUSSEL, eerste kamer, na beraadslaging, spreekt volgend arrest uit :

Rep. Nr. 2009/

A.R. nr. 2002/AR/2199

INZAKE VAN :

1) De heer A. V., en zijn echtgenote

2) Mevrouw Y. C.,

samenwonende te ...

3) De heer E. R., wonende te ...

appellanten tegen vonnissen uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 15 december 2000 en 12 april 2002,

vertegenwoordigd door Meester Joost BOSQUET loco Meester Peter FLAMEY, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Jan Van Rijswijcklaan 16,

1ste kamer

TEGEN :

Onteigening

De INTERCOMMUNALE MAATSCHAPPIJ INTERLEUVEN, waarvan de maatschappelijke zetel gevestigd is te 3000 LEUVEN, Brouwersstraat 6,

geïntimeerde, vertegenwoordigd door Meester Krista ESSELENS loco Meester Marc KADANER, advocaat te 1170 BRUSSEL, Terhulpsesteenweg 150,

IN AANWEZIGHEID VAN :

1) Mevrouw M. V., wonende te

2) Mevrouw M. L., wonende te

3) Mevrouw J. L., wonende

4) Mevrouw M. L., wonende te

eerste tot en met vierde opgeroepen partijen, vertegenwoordigd door Meester Ted KAPPETIJN loco Meester Bert BEELEN, advocaat te 3000 LEUVEN, Justus Lipsiusstraat 24,

5) De heer J. D., wonende te

6) Mevrouw J. N., wonende te

vijfde en zesde opgeroepen partijen, niet verschijnende, noch door iemand vertegenwoordigd;

Gelet op de procedurestukken:

· het voor eensluidend verklaard afschrift van het tussenvonnis en het eindvonnis uitgesproken door de rechtbank van eerste aanleg te Leuven op 15 december 2000 en op 12 april 2002, beslissingen waarvan geen akte van betekening wordt overgelegd;

· de akte van hoger beroep betekend bij exploten van 22 juli en 24 juli 2002;

· de conclusie van de consorten L. neergelegd ter griffie op 12 mei 2003;

· de syntheseconclusie van appellanten neergelegd ter griffie op 6 oktober 2005;

· de syntheseconclusie van geïntimeerde neergelegd ter griffie op 5 december 2005.

Gehoord de advocaten van partijen ter openbare terechtzitting van 10 november 2008 en gelet op de stukken die zij neerlegden.

Het hoger beroep en het incidenteel beroep werden regelmatig naar vorm en termijn ingesteld en zijn bijgevolg ontvankelijk (zie verder punt 2.1. van huidig arrest).

  1. De feiten en procedurele antecedenten.

    1.1. Bij besluit van 31 januari 1989 werd Interleuven gemachtigd een aantal percelen grond, gelegen in X., te onteigenen. Deze percelen liggen volgens het gewestplan Tienen - Landen (K.B. 24 maart 1978) - en niet het gewestplan Leuven zoals in bepaalde conclusies geponeerd wordt - in ambachtelijk gebied. De onteigening werd doorgevoerd met het oog op het aanleggen van een ambachtelijke zone in X..

    1.2. Appellanten sub 1 en 2 waren eigenaar van de percelen, kadastraal gekend onder wijk C, nrs. 5/a en 9/d met een totale oppervlakte van 2ha 32a 70ca. Een oppervlakte van 1ha 10a 70ca was als landbouwgrond in gebruik door het echtpaar D. - N. (= de mede in zake geroepen partijen sub 6 en 7 dewelke thans geen vordering meer instellen en tegen wie evenmin enige vordering wordt ingesteld).

    Appellant sub 3 was eigenaar van de percelen, kadastraal gekend onder wijk C, nrs. 8/a, 9/c, 7/b, met een totale oppervlakte van 1ha 52a 40ca, en kadastraal gekend onder wijk C, nr. 16/b met een oppervlakte van 23a 10ca. Ook deze oppervlakte werd bewerkt door pachter D..

    1.3. Bij afzonderlijke exploten van 12 juni 1989 werden enerzijds appellanten sub 1 en 2 en anderzijds appellant sub 3 samen met de gebruikers van die percelen gedagvaard voor de vrederechter op verzoek van Interleuven, huidige geïntimeerde.

    De vrederechter sprak drie provisionele vonnissen uit op 23 juni 1989. Het ene vonnis betreft appellanten sub 1 en 2 en hierin werd de onteigeningsprocedure regelmatig en wettig verklaard en werd hen samen met de pachters een voorlopige provisionele vergoeding toegekend van 3.490.500 BEF of 86.527,23 euro .

    Het tweede vonnis betreft appellant sub 3 en hierin werd de onteigeningsprocedure regelmatig en wettig verklaard en werd de voorlopige provisionele vergoeding vastgesteld op 1.066.800 BEF of 26.445,28 euro (voor de percelen 8/a, 9/c en 7/b).

    Het derde vonnis had tevens betrekking op appellant sub 3 en voor het perceel 16/b werd hem een provisionele vergoeding toegekend van 115.500 BEF of 2.863,17 euro nadat de regelmatigheid van de onteigeningsprocedure was vastgesteld.

    Op 21 april 1997 volgden twee vonnissen van de vrederechter waarin telkens de provisionele vonnissen bevestigd worden met dien verstande dat aan appellanten sub 1 en 2 een onteigeningsvergoeding wordt toegekend van 162.671,20 euro of 6.562.140 BEF (voor de percelen 5/a en 9/d), aan appellant sub 3 van 103.542,65 euro of 4.176.900 BEF (voor de percelen 8/a, 9/c, 7/b en 16/b) en aan pachter D. een vergoeding van 6.860,45 euro of 276.750 BEF.

    1.4. De onteigening had tevens betrekking op een perceel grond kadastraal gekend onder wijk C, nr. 20/n met een oppervlakte van 21a 50ca. Bij onderhandse akte van 17 mei 1989 werd de volle eigendom van dit perceel door de heer L. overgedragen aan appellant sub 3.

    M.b.t. deze onteigening werd de procedure ingeleid voor de vrederechter bij verzoekschrift neergelegd op 31 mei 1989. Hangende deze procedure zal de heer L. - die volgens appellant sub 3 toen geen eigenaar meer was van dat perceel - op 22 juni 1989 een akkoord sluiten met Interleuven waarbij overeengekomen werd de onteigeningsvergoeding vast te stellen op 14.873,61 euro . Op diezelfde dag zal Interleuven aan de instrumenterende notaris een schrijven richten waarin gevraagd wordt niet over te gaan tot het ondertekenen van de authentieke akte van verkoop - de ondertekening zou doorgaan op 28 juni 1989 - gezien het akkoord dat zij inmiddels bereikt had met verkoper L.. Het verlijden van de authentieke akte vond dus nooit plaats. De heer L. is inmiddels overleden en de mede in zake geroepen partijen sub 2 t.e.m.5 zijn de rechtsopvolgers van betrokkene.

    In deze onteigeningsprocedure volgt dan een provisioneel vonnis van de vrederechter op 23 juni 1989 waarin de onteigeningsprocedure opnieuw regelmatig en wettig verklaard werd en de provisionele vergoeding vastgesteld werd op 13.324,28 euro . Op 2 september 1994 zal appellant sub 3 (die zich de koper noemt) in deze procedure vrijwillig tussenkomen.

    Nog steeds in deze specifieke procedure velt de vrederechter ook op 21 april 1997 een eindvonnis waarin (1) de tussenkomst van appellant sub 3 niet toegelaten wordt gezien inmiddels een vordering hangende was bij de rechtbank van eerste aanleg met als voorwerp een betwisting van eigendom, (2) akte verleend wordt aan appellant sub 3 van zijn excepties m.b.t. de onwettigheid van de onteigening, hem voorbehoud wordt verleend wat de terugvordering van het perceel betreft, (3) de onteigeningsvergoeding t.a.v. L. vastgesteld wordt op 14.873,61 euro (= voorwerp van het akkoord) en (4) aan de pachters D. - N. een vergoeding wordt toegekend van 1.332,43 euro .

    1.5. Tegen alle voornoemde vonnissen van de vrederechter van 23 juni 1989 en van 21 april 1997 worden dan verschillende procedures in herziening aanhangig gemaakt bij de rechtbank van eerste aanleg te Leuven, met name (zeer schematisch):

  2. Herziening op dagvaarding van 19 juli 1997 uitgaande van Interleuven tegen appellanten sub 1 en 2 en tegen de pachters D. - N. strekkende tot herleiding van de toegekende vergoedingen (= A.R. nr. 97/1960/A);

  3. Herziening op dagvaarding van 29 augustus 1997 uitgaande van appellanten sub 1 en 2 tegen Interleuven waarbij in hoofdorde gevraagd werd het onteigeningsbesluit onwettig te verklaren en de teruggave te bevelen van de onteigende percelen en in ondergeschikte orde de toegekende vergoedingen worden betwist (A.R. nr. 97/2449/A);

  4. Herziening op dagvaarding van 16 juli 1997 uitgaande van Interleuven tegen appellant sub 3 ertoe strekkende de toegekende vergoedingen te herleiden (A.R. nr. 97/1964/A);

  5. Herziening op dagvaarding van 29 augustus 1997 uitgaande van appellant sub 3 tegen Interleuven waarbij in hoofdorde gevraagd werd het onteigeningsbesluit onwettig te verklaren en de teruggave te bevelen van de onteigende percelen en in ondergeschikte orde de toegekende vergoedingen worden betwist (A.R. nr. 97/2450/A);

  6. Herziening op dagvaarding van 16 juli 1997 uitgaande van Interleuven tegen pachters D. - N. strekkende tot herleiding van de toegekende vergoedingen (A.R. nr. 97/1963/A);

  7. Herziening op dagvaarding van 29 augustus 1997 uitgaande van appellant sub 3 tegen Interleuven (= perceel 20n) waarbij gevraagd wordt te bepalen dat het betrokken perceel zijn eigendom is en de onteigeningsprocedure tegen hem had moeten gevoerd worden, het onteigeningsbesluit onwettig te verklaren en de teruggave te bevelen van het onteigende perceel en in ondergeschikte orde de toegekende vergoedingen worden betwist (A.R. nr. 97/2451/A).

    1.6. Bij tussenvonnis van 15 december 2000 besliste de rechtbank van eerste aanleg te Leuven (1) om alle voormelde zaken samen te voegen, (2) dat de vordering van appellant sub 3 in de zaak A.R. nr. 97/2451/A (= punt 6) ongegrond was en (3) alvorens verder rechter te doen ten gronde de heropening van de debatten te bevelen teneinde aan Interleuven toe te laten een aantal specifieke stukken neer te leggen.

    Bij eindvonnis van 12 april 2002 werden alle ingestelde vorderingen in herziening ongegrond verklaard en werden derhalve de bestreden vonnissen gewezen door de vrederechter integraal bevestigd.

    1.7. Appellanten sub 1 en 2 (partij V. - C.) vragen thans in hoger beroep:

    a) Voorafgaandelijk Interleuven te bevelen van de stukken betreffende de verkoopprijs van de onteigende gronden aan derden conform artikel 877 Ger.W. neer te leggen;

    b) In hoofdorde, het machtigingsbesluit van 31 januari 1989 onregelmatig en onwettig te verklaren bij toepassing van artikel 159 G.W.;

    c) Dienvolgens de teruggave te bevelen van het onteigende goed, de overschrijving te bevelen in de registers van de hypotheekbewaarder en Interleuven te veroordelen tot betaling van de tengevolge van de onteigening geleden schade, begroot ten titel van provisie op...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT