Arrest nr. 13/926/A van Rechtbank van eerste aanleg, Mechelen, 30 april 2014

Datum uitspraak:30 april 2014
Uitgevende instantie::Mechelen
 
GRATIS UITTREKSEL

De rechtbank van eerste aanleg Antwerpen, afdeling Mechelen, vierde kamer, rechtsprekend in burgerlijke zaken, wijst het volgende vonnis :

A.R. nr. 13/926/A INZAKE :

Mevrouw L. S., eiseres, die als raadsman heeft Mr. Francine Borremans, advocaat te 2800 Mechelen, Drabstraat 10,

TEGEN :

De heer R. S., verweerder, die als raadsman heeft Mr. Anneleen Van Hout, advocaat te 1850 Grimbergen, ‘s Gravenmolenstraat 40,

* * * * *

De rechtbank neemt in acht :

- de inleidende dagvaarding van 10 juni 2013

- de beschikking van 28 juni 2013 verleend overeenkomstig artikel 747 §1 van het gerechtelijk wetboek

- de conclusie voor mevrouw S. neergelegd ter griffie op 24 februari 2014

- de conclusie voor de heer S. neergelegd ter griffie op 3 april 2014

- de voor de partijen neergelegde stukken.

* * * * *

  1. Relevante gegevens

    Partijen zijn uit de echt gescheiden door onderlinge toestemming bij vonnis van de derde kamer van deze rechtbank van 22 oktober 1998, op grond van een onderhandse regelingsakte die door notaris P. Verhaegen met standplaats te Puurs werd gerangschikt onder zijn minuten en aan een door hem op 15 juni 1998 verleden authentieke akte werd gehecht. In deze authentieke akte kwamen partijen tevens een aanvulling op de oorspronkelijke overeenkomst overeen.

    Voormelde overeenkomst tussen partijen bevat volgende clausule met betrekking tot de onderhoudsuitkering door de ene echtgenoot aan de andere te betalen :

    De heer S. zal aan mevrouw S., ten titel van persoonlijk onderhoudsgeld, een maandelijks bedrag betalen ten belope van 65.000 fr. jaarlijks te indexeren volgens de hiervoor vermelde formule; dit onderhoudsgeld wordt eveneens rechtstreeks gestort op het hiervoor vermelde rekeningnummer van mevrouw S., via een permanente opdracht.

    Het onderhoudsgeld is vooraf betaalbaar tegen de eerste van elke maand en voor het eerst op 01.09.1998 of vroeger indien mevrouw S. vóór deze datum de echtelijke woning verlaat.

    Het voormelde onderhoudsgeld wordt betaald tot en met de maand waarin mevrouw S. 60 jaar wordt, alsdan wordt het onderhoudsgeld herleid tot het bedrag van 50.000 fr., geïndexeerd.

    Voormeld bedrag van 50.000 fr. wordt betaald tot de maand waarin mevrouw S. 65 jaar wordt; vanaf deze datum wordt het onderhoudsgeld herleid tot 40.000 fr. / maand, geïndexeerd.

    De heer S. verbindt er zich tevens toe alle medische kosten dewelke verbonden zijn aan de huidige ziektetoestand van mevrouw S. volledig ten laste te nemen alsmede jaarlijks een extra bedrag van 15.000 fr. te betalen aan mevrouw S., als tussenkomst in de pharmaceutische produkten dewelke zij aankoopt bij apotheker A.

    Deze forfaitaire betaling zal gebeuren tot wanneer mevrouw S. de leeftijd van 60 jaar bereikt.

  2. Voorwerp van de vordering

    De vordering van eiseres, zoals geformuleerd in haar conclusie, strekt er toe bij uitvoerbaar vonnis :

    - te zeggen voor recht dat de in de regelingsakte van 15 juni 1998 overeengekomen herleiding van het door verweerder aan haar vanaf 1 maart 2012 verschuldigde onderhoudsgeld dient te worden uitgelegd als zijnde :

    "- het basisonderhoudsgeld (1.239,47 euro ) vermeerderd met 396,39 euro (indexatie van 1.239,47 euro vanaf 1.9.1999 tot en met de laatste indexatie op 1.9.2011) zodat de heer S. vanaf 1 maart 2012 aan concluante aan persoonlijk onderhoudsgeld verschuldigd is van 1.635,86 euro per maand, jaarlijks aan te passen aan de index der consumptieprijzen volgens de formule :

    Basisonderhoudsgeld (1.635,86 euro ) x nieuw indexcijfer (februari 2013,2014, 2015 enz...

    Basisindexcijfer consumptieprijzen februari 2012 (138,59-basis 1996."

    Eiseres verzoekt om verweerder te veroordelen tot de gerechtskosten, waaronder een rechtsplegingsvergoeding aan haar zijde te begroten op euro 1.320,00.

    Verweerder besluit tot de onontvankelijkheid, minstens ongegrond-heid van de vordering, en vraagt om eiseres te veroordelen tot de gerechtskosten, aan zijn zijde te begroten op een rechtsplegingsver-goeding van euro 1.320,00.

  3. Bevoegdheid

    3.1.

    Verweerder voert in de eerste plaats aan dat de rechtbank van eerste aanleg onbevoegd is om thans een uitlegging of interpretatie te geven van een overeenkomst waarvan zij geen inhoudelijke controle heeft mogen of...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT