Arrest nr. 14/2014 van Grondwettelijk Hof, 29 januari 2014

Uitgevende instantie::Grondwettelijk Hof
Datum uitspraak:29 januari 2014
SAMENVATTING

Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (art. 37, derde lid, 285 en 292)

 
GRATIS UITTREKSEL

In zake : de prejudiciële vragen betreffende de artikelen 37, derde lid, 285 en 292 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992, gesteld door de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

Het Grondwettelijk Hof,

samengesteld uit de voorzitters A. Alen en J. Spreutels, de rechters E. De Groot, L. Lavrysen, J.-P. Snappe, J.-P. Moerman, E. Derycke, T. Merckx-Van Goey, P. Nihoul, F. Daoût en T. Giet, en, overeenkomstig artikel 60bis van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof, emeritus voorzitter M. Bossuyt, bijgestaan door de griffier P.-Y. Dutilleux, onder voorzitterschap van emeritus voorzitter M. Bossuyt,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van de prejudiciële vragen en rechtspleging

Bij vonnis van 19 december 2012 in zake de nv « Nyrstar Belgium » tegen de Belgische Staat, waarvan de expeditie ter griffie van het Hof is ingekomen op 4 januari 2013, heeft de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen de volgende prejudiciële vragen gesteld :

1. « Schendt een interpretatie van de regeling inzake het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting (FBB), daaronder begrepen artikelen 285 en 292 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen, volgens dewelke het voordeel van het FBB niet overdraagbaar zou zijn naar een later belastbaar tijdperk, noch terugbetaalbaar, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat vermelde bepalingen een onderscheid maken tussen :

- enerzijds, de vennootschappen die intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB, in de loop van een belastbaar tijdperk waarin ze een positieve belastbare basis hebben en die daardoor de verschuldigde belastingen kunnen verminderen met het FBB zodat dubbele belasting volledig wordt vermeden;

- en, anderzijds, de vennootschappen die intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB, in de loop van een belastbaar tijdperk waarin ze geen of een negatieve belastbare basis hebben waardoor het voordeel van het FBB definitief verloren gaat en er dubbele belasting ontstaat ? »;

2. « Schenden artikel 37, lid 3 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen en artikel 285 juncto 292, lid 1 van het Wetboek van de Inkomstenbelastingen in verband met het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting of FBB de artikelen 10 en 11 van de Grondwet doordat vermelde bepalingen geen onderscheid maken tussen :

- enerzijds, de vennootschappen die intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB en die voor een bepaald belastbaar tijdperk een positieve belastbare basis hebben waarin het FBB is begrepen, maar die de daarover verschuldigde belastingen finaal kunnen verminderen met het FBB zodat dubbele belasting volledig wordt vermeden en de belastingdruk van deze vennootschappen wordt verminderd;

- en, anderzijds, de vennootschappen die eveneens intresten ontvangen die een verdragsrechtelijk gegarandeerd recht geven op de verrekening van het FBB en die voor een bepaald belastbaar tijdperk geen of een negatieve belastbare basis hebben waarin het FBB begrepen is, en die bij het gebrek aan belastbare basis het FBB niet effectief kunnen verrekenen waardoor het FBB het bedrag aan fiscaal overdraagbare verliezen vermindert zodat op een later tijdstip fictieve winst wordt belast en er dubbele belasting ontstaat ? ».

Memories zijn ingediend door :

- de nv « Nyrstar Belgium », met zetel te 2490 Balen, Zinkstraat 1;

- de Ministerraad.

De nv « Nyrstar Belgium » heeft ook een memorie van antwoord ingediend. Op de openbare terechtzitting van 11 december 2013 :

- zijn verschenen :

. Mr. A. Huyghe, advocaat bij de balie te Brussel, voor de nv « Nyrstar Belgium »;

. Mr. A. van Lidth de Jeude, advocaat bij de balie te Antwerpen, voor de Ministerraad;

- hebben de rechters-verslaggevers E. Derycke en J.-P. Snappe verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde advocaten gehoord;

- is de zaak in beraad genomen.

De bepalingen van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Grondwettelijk Hof met betrekking tot de rechtspleging en het gebruik van de talen werden toegepast.

II. De feiten en de rechtspleging in het bodemgeschil

De nv « Nyrstar Belgium » dient, tegen de aanslagen in de vennootschapsbelasting van 2009 en 2010, twee verzoekschriften in tot terugbetaalbaarheid of overdraagbaarheid van het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting (hierna : FGBB) ten bedrage van 6 199 828,18 euro (aanslagjaar 2009) en 1 803 482,38 euro (aanslagjaar 2010) bij de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen.

De eisende partij voor de verwijzende rechter behaalde intrestinkomsten uit een lening die werd toegekend aan een Australische dochteronderneming. Overeenkomstig artikel 11 van het dubbelbelastingverdrag tussen België en Australië worden die intresten belast in België en worden zij in Australië onderworpen aan een bronheffing van 10 pct.

Overeenkomstig artikel 24 van het dubbelbelastingbedrag tussen België en Australië wordt in België de dubbele belasting vermeden doordat « het forfaitaire gedeelte van buitenlandse belasting waarin de Belgische wetgeving voorziet, onder de voorwaarden en volgens het tarief van die wetgeving verrekend wordt met de Belgische belasting op die inkomsten, met dien verstande dat dit tarief niet lager is dan het tarief van de belasting die in Australië overeenkomstig […] artikel 11 […] mag worden geheven ». Daaruit volgt dat de nv « Nyrstar Belgium » voor de Australische bronheffing recht heeft op een belastingkrediet, zijnde het forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting.

Omdat de nv « Nyrstar Belgium » evenwel geen positieve jaarbalans had voor de aanslagjaren 2009 en 2010, en zij aldus geen belasting verschuldigd was aan de Belgische Staat, kon zij ook geen effectief gebruik maken van het belastingkrediet, terwijl echter het FGBB wel werd toegevoegd aan haar belastbare basis, waardoor haar fiscaal overdraagbare verliezen werden verminderd.

De verwijzende rechter wijst erop dat de Belgische genieters van Australische intresten die zich voor een bepaald aanslagjaar verbonden met een periode waarin zij die intresten ontvangen in een belastbare positie bevinden, effectief gebruik kunnen maken van het FGBB, terwijl de Belgische genieters van Australische intresten die zich voor een bepaald aanslagjaar verbonden met een periode waarin zij die intresten ontvangen niet in een belastbare positie bevinden, geen effectief gebruik kunnen maken van dat forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting, en dat terwijl het FGBB in beide gevallen aan de belastbare basis dient te worden toegevoegd.

Dienvolgens stelt de verwijzende rechter bovenvermelde prejudiciële vragen. III. In rechte

-A-

A.1.1. De eerste prejudiciële vraag heeft, volgens de Ministerraad, betrekking op de niet-overdraagbaarheid van het niet-verrekend forfaitair gedeelte van buitenlandse belasting (hierna : FGBB), bij ontstentenis van een belastingschuld voor het belastbaar tijdperk waarin de intresten werden ontvangen. In ondergeschikte orde rijst de vraag of, op grond van artikel 37 van het Wetboek van de inkomstenbelastingen 1992 (WIB 1992), het FGBB moet worden toegevoegd aan de belastbare basis ongeacht de effectieve mogelijkheid tot verrekenbaarheid van het FGBB.

A.1.2. Volgens de Ministerraad zou de prejudiciële vraag ongegrond zijn, aangezien zij in werkelijkheid aan het Hof de opportuniteit of het oordeelkundige karakter van de beoogde bepalingen voorlegt; dit is evenwel een problematiek die niet tot de bevoegdheid van het Hof zou behoren. Er wordt onder de belastingplichtigen geen verschil in behandeling ingevoerd, aangezien de in het geding zijnde bepalingen van toepassing zijn op al diegenen die overdraagbare verliezen hebben. Uit de combinatie van de artikelen 37, 285 en 292 van het WIB 1992 en artikel 360 van het WIB 1992 (annualiteitsbeginsel), vloeit voort dat het niet mogelijk is het niet- verrekenbare gedeelte over te dragen naar een volgend belastbaar tijdperk.

Volgens het dubbelbelastingverdrag tussen België en Australië moet de verrekening van het FGBB gebeuren overeenkomstig de Belgische internrechtelijke fiscale bepalingen inzake het FGBB en inzonderheid overeenkomstig de specifieke Belgische toepassingsmodaliteiten van dat FGBB, die België soeverein kan vastleggen.

De Ministerraad betoogt dat de door nv « Nyrstar Belgium » aangehaalde dubbele belasting, die in se een juridische dubbele belasting is, voortvloeit uit het feit dat de in het verdrag bepaalde verrekening van het FGBB in de woonstaat België niet daadwerkelijk kan plaatsvinden. De toepassing van de soevereine bronbelasting in Australië en de niet daadwerkelijke toepassing van de verrekening van het FGBB in België is het gevolg van de parallelle uitoefening van de belastingbevoegdheid door de twee betrokken landen.

A.1.3. Daarnaast is de Ministerraad van oordeel dat de prejudiciële vragen ontkennend dienen te worden beantwoord, aangezien het verschil in behandeling niet voortvloeit uit de in het geding zijnde normen.

Immers, aangaande de toepassing van artikel 37 van het WIB 1992 benadrukt de Ministerraad dat de algemene bepaling van het belastbare inkomen vervat is in artikel 6 van het WIB 1992, dat uitdrukkelijk bepaalt dat inzake de personenbelasting, « het belastbare inkomen wordt gevormd door het totale netto-inkomen, verminderd met de aftrekbare bestedingen ». Voor de toepassing van artikel 6 van het WIB 1992 wordt geen onderscheid gemaakt naargelang de betrokken rechtspersoon al dan niet effectief belasting verschuldigd zou zijn. Omdat de winst- of verliessituatie van een vennootschap mee wordt bepaald door haar belastbare grondslag, lijkt het onlogisch (en zelfs niet mogelijk) in artikel 37, derde lid, van het WIB 1992, een onderscheid te maken naar gelang van de fiscale situatie van de betrokken vennootschap.

Artikel 37, derde lid, van het WIB 1992 bepaalt dat de netto-inkomsten van de roerende goederen en kapitalen worden gevormd...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT