Vonnis nr. ME43.L1.19925-12 van Rechtbank van eerste aanleg, Mechelen, 30 september 2013

Datum uitspraak:30 september 2013
Uitgevende instantie::Mechelen
 
GRATIS UITTREKSEL

De Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, 10e kamer, rechtsprekend in correctionele zaken, wijst het volgende vonnis :

Inzake van het Openbaar Ministerie

en de burgerlijke partij :

W. R.,

Bijgestaan door mr. J. Vercammen, advocaat te 2800 Mechelen, Schuttersvest 4-8

tegen

E. N. B.,

Bijgestaan door mr. Th. Luyten, advocaat te 2800 Mechelen, Drabstraat 10.

*

VERDACHT VAN :

Te Mechelen op 9 september 2012

Opzettelijk verwondingen of slagen te hebben toegebracht aan W. R., met de omstandigheid dat de slagen of verwondingen een ziekte of ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid ten gevolge hebben gehad.

Gelet op de processtukken.

Gehoord de burgerlijke partij in haar middelen en besluiten.

Gehoord het Openbaar Ministerie in zijn vordering.

Gehoord de beklaagde in zijn middelen van verdediging.

STRAFRECHTELIJK

  1. tenlastelegging

    Beklaagde E. N. heeft onmiddellijk toegegeven dat hij R. W. op 09.09.2012 te Mechelen in het gezicht heeft geslagen. Deze feiten zijn bewezen in hoofde van beklaagde.

    Beklaagde E. N. verklaart dat hij dit gedaan heeft omdat R. W. hem zegde dat hij terug naar zijn eigen land moest gaan.

    Buurtbewoners bevestigen dat R. W. zich tegenover beklaagde grof en racistisch gedraagt.

    Beklaagde is van oordeel dat de door hem gegeven slag verschoonbaar is met een strafvermindering tot gevolg.

    De rechtbank acht de verklaring van beklaagde geloofwaardig en is van oordeel dat het uiten van beledigingen op basis van iemand zijn afkomst een zware geestelijke gewelddaad uitmaakt die de daarop volgende slagen verschoonbaar maakt.

  2. straftoemeting

    De rechtbank houdt bij de straftoemeting rekening met de persoonlijkheid van beklaagde enerzijds en de ernst en het laakbaar karakter van de feiten anderzijds.

    Beklaagde moet beseffen dat geweld geen passend antwoord is en steeds een blijk van een manifest gebrek aan respect voor andermans fysieke integriteit.

    Beklaagde vraagt de gunst van de opschorting.

    Gelet op de aanwezigheid van een straf verminderende verschoningsgrond wordt deze toegekend.

    Beklaagde moet weten dat bij een volgende veroordeling naar aanleiding van een nieuw feit in de proeftijd de thans verleende opschorting kan worden herroepen.

    OM DEZE REDENEN:

    DE RECHTBANK:

    Gelet op de artikelen:

    • 11, 12, 14, 31, 32, 34, 35, 36, 40, 41 der wet van 15 juni 1935;

    • 1, 1bis en 3 wet van 5 maart 1952, gewijzigd door de wet van 24 december 1993;

    • 28 en 29 wet van 1 augustus 1985 houdende fiscale en andere bepalingen;

    • 1 en 3...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT