Vonnis nr. 2142 A van Arbeidsrechtbank, Tongeren, 2 januari 2013

Datum uitspraak: 2 januari 2013
Uitgevende instantie::Tongeren
 
GRATIS UITTREKSEL

DE ARBEIDSRECHTBANK VAN HET ARRONDISSEMENT TONGEREN, Eerste Kamer,

heeft het volgende vonnis uitgesproken

INZAKE:

J.V.O.D.B., wonende te 3600 GENK, Grotestraat 34 bus 31.

Eisende partij, vertegenwoordigd door Mr. S. Renette, advocaat te 3500 Hasselt, Herkenrodesingel 4 bus 1.

.

TEGEN:

R.B., met zetel te 1020 BRUSSEL, Heizelesplanade 71, ondernemingsnummer 0402.725.291.

Eerste verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr. F. Tilleman, advocaat te 2000 Antwerpen, Meir 24 bus 6.

H.B., met zetel te 1180 BRUSSEL, Alsembergsesteenweg 757, met ondernemingsnummer 0460.370.809.

Tweede verwerende partij, vertegenwoordigd door Mr. B. Vanschoebeke, advocaat te 9000 Gent, Ferdinand Lousbergskaai 103 bus 4-5.

IN AANWEZIGHEID VAN:

C.G.K.R., openbare instelling onafhankelijk in de uitvoering van zijn opdrachten overeenkomstig de wet van 15 februari 1993 tot oprichting van een C.G.K.R. met zetel te 1000 BRUSSEL, Koningstraat 138.

Vrijwillig tussenkomende partij, vertegenwoordigd door Mr. L. Vermeulen, advocaat te 2230 Herselt, Kerkstraat 65.

Gezien de inleidende dagvaarding d.d. 17.11.2011, voor deze rechtbank, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder Nancy GHYSELS, plaatsvervangend gerechtsdeurwaarder van Mter Ann VAN DEN DAELE, met kantoor te Brussel, ertoe strekkende:

- De vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren en dienvolgens R.B. en H.B. in solidum te veroordelen tot de betaling van 9.351,42 euro bruto ten titel van schadevergoeding, bedrag te vermeerderen met de wettelijke en gerechtelijke intresten vanaf de datum van opeisbaarheid tot aan de datum van algehele betaling

- R.B. en H.B. te veroordelen tot de kosten van het geding, rechtsplegingsvergoeding inbegrepen, zoals voorzien in artikel 1017.2 Gerechtelijk Wetboek

- Het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande elk verhaal en met uitdrukkelijke uitsluiting van borgstelling en kantonnement.

Gezien de beschikking van de voorzitter van de arbeidsrechtbank d.d. 16.12.2011, waarbij de door partijen voorgestelde conclusietermijnen werden bekrachtigd met vaststelling rechtsdag volgens artikel 747 Ger.Wetboek op de openbare terechtzitting van 7.11.2012.

Gezien de oproeping van partijen overeenkomstig artikel 747 van het Gerechtelijk Wetboek, voor de openbare terechtzitting van 7.11.2012.

Gezien de conclusies voor eerste verweerster, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 2.3.2012.

Gezien het verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst vanwege het C. voor Gelijkheid van Kansen en Racismebestrijding, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 12.3.2012, waarbij wordt gevorderd:

- akte te verlenen van het verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst;

- dienvolgens die vrijwillige tussenkomst ontvankelijk te verklaren en de vorderingen gegrond te verklaren als volgt:

- te zeggen voor recht dat H. België bvba zich t.a.v. mw. V.O.D.B. heeft schuldig gemaakt aan een discriminatie die verboden is in toepassing van art. 14 Wet 10 mei 2007 ter bestrijding van bepaalde vormen van discriminatie;

- de nietigheid vast te stellen van de in het uniformboekje geformuleerde discriminatoire bepalingen inzake het dragen van individuele religieuze, politieke, filosofische en culturele symbolen;

- H. België bvba te veroordelen tot de kosten van het geding, inbegrepen de rechtsplegingsvergoeding begroot in hoofde van verzoekster op 1.210,00 euro.

Gezien de conclusies voor tweede verweerster, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 2.4.2012.

Gezien de conclusies voor de vrijwillig tussenkomende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 2.5.2012, waarbij eveneens werd gevorderd een aantal prejudiciële vragen te stellen, met name:

AAN HET HOF VAN JUSTITIE:

Inzake directe discriminatie

  1. Hoe dient het begrip "godsdienst" in de zin van de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep geïnterpreteerd te worden? Vallen uitingen van religieuze overtuigingen (zoals het dragen van een hoofddoek) ook onder het discriminatiecriterium, zodat het verbod van directe discriminatie, zoals voorzien in artikel 2 van de Richtlijn ook bescherming biedt aan werknemers die ongunstiger worden behandeld omwille van het feit dat zij uiting geven aan de door hen beleden godsdienst? Dient hierbij rekening te worden gehouden met de door art. 9 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden van 4 november 1950 beschermde godsdienstvrijheid en het recht op uiting van godsdienst zoals erkend door het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden?

    Inzake wezenlijke en bepalende beroepsvereisten/identiteitsgebonden ondernemingen

  2. Hoe dient artikel 4 van de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep betreffende de wezenlijke en bepalende beroepsvereisten geïnterpreteerd te worden? Kunnen werkgevers op basis van deze bepaling van hun werknemers eisen dat zij geen uiterlijke tekenen dragen van hun

    religieuze of filosofische overtuiging, zoals een hoofddoek, daar de werkgever zowel intern als extern een neutrale bedrijfsimago nastreeft? In welke mate is naar Europees recht vereist dat wezenlijke en bepalende beroepsvereisten transparant en voorzienbaar zijn bepaald in het nationale recht dat werd ingevoerd ter implementatie van de hoger genoemde Richtlijn?

    3 Kan een private onderneming zich beroepen op het uitzonderingsregime van art. 4.2 van de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep, dat voorzien is voor organisaties waarvan de grondslag op godsdienst of overtuiging is gebaseerd?

    Inzake indirecte discriminatie

    4a) Hoe dient de rechtvaardigingstoets inzake indirecte discriminatie zoals omschreven in artikel 2 b van de Richtlijn 2000/78/EG van de Raad van 27 november 2000 tot instelling van een algemeen kader voor gelijke behandeling in arbeid en beroep dan te worden uitgelegd, en in het bijzonder:

    4b) De wens om een neutraal bedrijfsimago na te streven ten einde te vermijden dat klanten aanstoot zouden nemen aan de religieuze overtuiging zoals die door de werknemer zou kunnen worden geuit (zoals bijvoorbeeld via het dragen van een hoofddoek), door die werkgever worden aangehaald als een legitieme doelstelling geheel vrij van inherente discriminatoire overwegingen? Voldoet deze legitieme doelstelling, die wordt aangedragen door een private werkgever met het oog op de bescherming van zijn private belangen, aan de voorwaarden van artikel 9.2 van het Europees Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden?

    4c) Welke gestrengheid dient de nationale rechter aan de dag te leggen bij de beoordeling van de rechtvaardiging die door de werkgever wordt naar voor gebracht? Welke elementen dient de werkgever aan te dragen om het passend en noodzakelijk karakter aan te tonen van de door hem gevoerde neutraliteitspolitiek? Volstaat een algemene verklaring dat sommige klanten of

    medewerkers aanstoot zouden kunnen nemen aan bepaalde geloofsuitingen (zoals het dragen van een hoofddoek)? In welke mate en met welke gestrengheid dient de nationale rechter het passend en noodzakelijk karakter van de aangewende middelen te onderzoeken? Welk belang dient in dit kader gehecht te worden aan het feit dat de werkgever niet ingaat op de getoonde

    bereidheid van de betrokken werkneemster om met de werkgever een compromis te sluiten rond de uiting van haar godsdienst zoals bijv. de bereidheid om een meer discrete hoofddoek te dragen?

    AAN HET GRONDWETTELIJK HOF:

    Inzake het criterium geloof:

    " Schendt de interpretatie van artikel 2 van de Antidiscriminatiewet volgens dewelke uitingen van het geloof niet vervat zijn in het beschermde criterium geloof, en aldus niet beschermd worden door voormelde wet, de artikelen 10 en 11 van de Grondwet? Dient het criterium geloof in de Antidiscriminatiewet zo te worden geïnterpreteerd, om schending van artikelen 10 en 11 van de Grondwet te vermijden, dat uitingen van geloof inbegrepen zijn in dat criterium en aldus tevens beschermd worden?

    Gezien de eerste conclusies voor eisende partij, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 3.5.2012.

    Gezien de aanvullende conclusies voor eerste verweerster, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 4.6.2012.

    Gezien de syntheseconclusies voor tweede verweerster, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 2.7.2012.

    Gezien de syntheseconclusies voor de vrijwillig tussenkomende partij, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 30.7.2012.

    Gezien de syntheseconclusies voor eisende partij, ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 3.8.2012.

    Gezien de syntheseconclusies voor eerste verweerster, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 3.9.2012.

    Gezien de syntheseconclusies voor tweede verweerster, neergelegd ter griffie op 28.9.2012.

    Gehoord ter zitting van 7.11.2012 partijen in hun middelen en gezegden.

    Gezien de voor partijen neergelegde stukken.

    Gezien het schriftelijk advies van Mevrouw Karin LOOS, arbeidsauditeur, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 19.11.2012.

    Gezien de repliekconclusies voor eisende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 3.12.2012.

    Gezien de repliekconclusies voor de vrijwillig tussenkomende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 3.12.2012.

    Gezien de repliekconclusies voor eerste verwerende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 3.12.2012.

    Gezien de repliekconclusies voor tweede verwerende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 3.12.2012.

    Gezien de aangepaste stukkeninventaris en het aanvullend stuk, voor tweede verwerende partij, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 3.12.2012.

    Gezien het schrijven van de raadsman van eisende partij, ontvangen per fax op de griffie van deze rechtbank op 5.12.2012, waarin...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT