Vonnis nr. 12/5/C van Arbeidsrechtbank, Tongeren, 18 december 2012

Datum uitspraak:18 december 2012
Uitgevende instantie::Tongeren
 
GRATIS UITTREKSEL

De Voorzitter van de Arbeidsrechtbank van het Arrondissement Tongeren, zetelend als rechter zoals in KORTGEDING, heeft volgende beschikking uitgesproken:Rep. Nr. INZAKEBVBA R., met zetel te 3740 Bilzen, Maastrichterstraat 311, met BTW BE 0885.272.577.Eisende partij, verschijnend door mr. D. Lavreysen loco mr. S. Van Haute, advocaat te 3740 Bilzen, Bergstraat 9.TEGENP.P., wonende te 3740 Bilzen, Mopertingenstraat 3 bus 1.Verwerende partij, verschijnend door mr. S. Renette, advocaat te 3500 Hasselt, Herkenrodesingel 4 bus 1. Gezien de inleidende dagvaarding d.d. 23.11.2012, voor de Voorzitter van deze Rechtbank, betekend door het ambt van Gerechtsdeurwaarder Luc Beckers, ter standplaats Genk, er kantoorhoudende Molenstraat 101, ertoe strekkende: (letterlijk citaat dagvaarding in kortgeding) "De vordering van verzoekster ontvankelijk en gegrond te verklaren.Dienvolgens gedaagde te bevelen de schending van het niet-concurrentiebeding met onmiddellijke ingang te stoppen, alsook zich te onthouden van daden van oneerlijke concurrentie en dit op straffe van een dwangsom van 10.000 euro per inbreuk, vanaf de tussen te komen beslissing.Gedaagde te veroordelen tot de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoeding op heden begroot op 1.320 euro.Het tussen te komen vonnis uitvoerbaar te horen verklaren bij voorraad niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het vermogen tot kantonnement.Onder uitdrukkelijk voorbehoud van alle rechten en middelen." Gelet op de inleidingszitting d.d. 27.11.2012.Op de inleidingszitting wordt de zaak uitgesteld naar de zitting van 11.12.2012.Verwerende partij maakt besluiten over die door de rechtbank op 04.12.2012 worden ontvangen.Eisende partij legt besluiten neer op de griffie op 07.12.2012.Eisende partij legt een dossier neer met stukken 1 tot en met 12.Verwerende partij legt synthesebesluiten neer op de zitting van 11.12.2012.Verwerende partij legt een dossier neer met inventaris en 8 stukken.Partijen zetten hun standpunten uiteen op de zitting van 11.12.2012.De zaak wordt behandeld in raadkamer.Men sprak de Nederlandse taal.Partijen vorderden geen voorafgaande verzoeningspoging, zodat hiertoe niet werd overgegaan."De minnelijke schikking kan in kortgeding, bezwaarlijk voor de partijen verplichtend worden gesteld, zelfs wanneer de wet bepaalt dat ten gronde deze minnelijke schikking vereist is."(LINDEMANS, Kortgeding, blz. 121 nr. 179)I. FEITELIJKE GEGEVENSDe rechtbank merkt op dat voor een betere leesbaarheid van deze beschikking, eisende partij vanaf hier wordt aangeduid met "R.", verwerende partij wordt vanaf hier aangeduid met "P.".Beide partijen brengen als eerste stuk de arbeidsovereenkomst van partijen bij.Uit stuk 1 blijkt dat partijen op 24.02.2010 een overeenkomst afsluiten voor bediende-handelsvertegenwoordiger.Het betreft een overeenkomst van onbepaalde duur, waarbij artikel 3, artikel 9, artikel 13, artikel 17 en 31 van belang is in het licht van huidige discussie.Artikel 3 vermeldt: "Dit contract wordt beheerst door de wetten en de beschikkingen van openbare orde betreffende de wet op de arbeidsovereenkomsten van 03 juli 1978."Artikel 9 vermeldt: "De werknemer zal zijn diensten uitsluitend ten dienste stellen van zijn werkgever. Hij gaat de formele verbintenis aan niet voor eigen rekening of voor rekening van derden te werken of enige activiteit uit te oefenen zonder voorafgaandelijke schriftelijke toestemming van de werkgever.Artikel 13 vermeldt: "Indien de werknemer de firma verlaat, hetzij vrijwillig, hetzij omwille van ernstige tekortkomingen, is het hem niet toegestaan een soortgelijke activiteit uit te gaan oefenen bij een concurrerende firma, noch voor eigen rekening, noch in gelijk welk ander bedrijf. Dit gedurende twaalf maanden te rekenen vanaf de dag waarop de dienstbetrekking een einde neemt. Dit konkurrentieverbod geldt voor . In geval van inbreuk op dit konkurrentieverbod is de werknemer aan de firma een vergoeding verschuldigd gelijk aan het loon van maanden. De werkgever behoudt zich het recht voor een hogere schadevergoeding te eisen in functie van de geleden schade.Artikel 17 vermeldt: "Het eventueel aangebrachte kliënteel is uitsluitend eigendom van de werkgever."Artikel 31 vermeldt: "De werknemer zal steeds in de geest van de firma werken. Hij zal de klanten op een beleefde en correcte manier te woord staan en zal er steeds voor zorgen dat de goede naam van de firma verdedigd wordt."Partijen zijn het erover eens dat het werkterrein van P. de streek Northrein-Westfalen betreft.R. is een firma die gespecialiseerd is in het zagen en vervaardigen van plinten en tegels.De firma werd opgericht op 21 november 2006.In 2011 werd bij de zaakvoerder, de heer R. R., een hersentumor vastgesteld. Hij overleed op 21 juli 2012 (zie stuk 9 R.).Vanaf dat ogenblik is het de echtgenote van de heer R. R., mevrouw G., die het dagelijks beleid waarneemt met de bedoeling de firma door de moeilijke periode heen te loodsen.R. stelt dat P. zich sinds de ziekte en nog meer na het overlijden van de heer Rutten meer en meer profileerde als de toekomstige of nieuwe zaakvoerder van de firma R.. R. stelt dat P. geen geloof hechtte aan de capaciteiten van mevrouw G. en plannen had om het bedrijf zonder veel tegenstand van mevrouw G., over te nemen.P. ontkent dit met klem, hij stelt nooit van plan te zijn geweest het bedrijf over te nemen.Beide partijen zijn het eens over een aantal incidenten die hebben geleid tot een vertrouwensbreuk. Beide partijen zijn het oneens over wat oorzaak en gevolg is, meer nog, hierover hebben ze tegengestelde visies.Volgens R. zijn de genomen maatregelen (geolokatiesysteem in de wagen van P., 14 dagen binnendienst, discussie over transportkosten voor de afnemers van R.) een noodzakelijk gevolg voor het ongepaste gedrag van P..Volgens P. zijn de maatregelen het bewijs voor de wijze waarop mevrouw Geleen met hem omging en geen vertrouwen stelde in zijn manier van werken en zijn ervaring. De heer P. stelt dat hij niet meer werd betrokken/erkend in zijn opgebouwde kennis en ervaring door mevrouw Geleen. P. stelt dat hij dit zeer moeilijk vond om dragen en dat hij zijn vrijheid als handelsvertegenwoordiger zeer belangrijk vindt.Partijen zijn het erover eens dat er gesprekken zijn gevoerd (in de week van 24 september 2012) om na te gaan of op een andere wijze kon worden samengewerkt.R. stelt dat aan de heer P. een salarisverhoging werd voorgesteld.P. daarentegen stelt dat hem werd voorgesteld de arbeidsovereenkomst te beëindigen en te werken met een...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT