Arrest nr. 2011AR1224 van Hof van Beroep, Antwerpen, 17 april 2013

Datum uitspraak:17 april 2013
Uitgevende instantie::Antwerpen
 
GRATIS UITTREKSEL

2011/AR/1224 - hof van beroep Antwerpen -2e kamerAG INSURANCE NV, voorheen FORTIS INSURANCE BELGIUM, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Emile Jacqmainlaan 53, KBO-nummer 0404.494.849appellante,vertegenwoordigd door Mr. VAN KELST J. loco Mr. VAN KERCKHOVEN Jan, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Tolstraat 24 en vertegenwoordigd door Mr. WEYNS B. loco Mr. DEPREZ Gus, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Lange Leemstraat 59 tegen het vonnis van de Rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 13 december 2010tegen1. V. J.,geïntimeerde, ter zitting van 20.11.2012 in persoon aanwezigbijgestaan door Mr. SEGERS K. loco Mr. SEGERS Paul, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 12 bus 16 2. DEXIA VERZEKERING BELGIË NV, met maatschappelijke zetel te 1000 BRUSSEL, Livingstonelaan 6, KBO-nummer 0405.764.064geïntimeerde,vertegenwoordigd door Mr. SEGERS K. loco Mr. SEGERS Paul, advocaat te 2000 ANTWERPEN, Mechelsesteenweg 12 bus 16 3. V.L. B., geïntimeerde,vertegenwoordigd door Mr. LEENAARDS R. loco Mr. DERWAEL Peter, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Quinten Matsijslei 34 4. K. I.,geïntimeerde,vertegenwoordigd door Mr. LEENAARDS R. loco Mr. DERWAEL Peter, advocaat te 2018 ANTWERPEN, Quinten Matsijslei 34 ***1. De feiten1.1. Op 1 januari 2006 werd de woning te K; toebehorende aan B. V.L. en I. K., door een brand geteisterd.De aanpalende woning te K;, eigendom van J. V. liep eveneens schade op. Naar verluidt werden keuken, badkamer en de scheidsmuur ter hoogte van de achterbouw rechtstreeks door de brand getroffen en leed de gehele woning rook- en roetschade.B. V.L. en I. K. hadden een verzekeringsovereenkomst "Top Woning" gesloten met de nv Fortis AG, rechtsvoorganger van AG Insurance (polisnr. 48356463).1.2. Volgens J. V. lieten B. V.L. en I. K. na onmiddellijk na de brand de nodige herstellingen te doen aan de regenwaterafvoer van het geteisterde gebouw en voorkwamen zij aldus niet dat het regenwater langs de gemene muur in zijn woning binnendrong en daar schade aanrichtte aan de bezetting, het behang en het schilderwerk in de woonkamer en de slaapkamer.J. V. hield voor dat de schade aan zijn woning nog uitbreiding nam in de loop van 2006. 1.3. J. V. ging dan over tot de dagvaarding in kort geding van B. V.L., I. K. en hun verzekeraar de NV Fortis AG. Hij vorderde een deskundigenonderzoek. De voorzitter van eerste aanleg te Antwerpen, zitting houdend in kort geding, heeft in een beschikking van 18 mei 2006 Jos Verbraeken als gerechtsdeskundige aangesteld. 1.4. Gerechtsdeskundige Verbraeken heeft zijn opdracht uitgevoerd en kwam tot de volgende besluiten.Hij heeft de kostprijs van de herstellingswerken tot bewaring van de te redden gedeelten van de woning van J. V. geraamd op euro 3 096,36, de schade ingevolge de brand en/of bluswater op euro 13 407,60 + euro 880,03 (voor coördinatie en veiligheid) en de bijkomende schade door niet tijdig, vakkundig herstel van de verbrande dakgoot van het pand nr. 93 op euro 9 516,44 + euro 662,11 (voor coördinatie en veiligheid) + euro 1 345,98 (voor luchtontvochtiger) + euro 339,20 (voor werken ter voorkoming van uitbreiding van de schade).De gerechtsdeskundige adviseerde een mindergenot van euro 8 125,00 + euro 3 125,00 en een aftrek op de vergoedI.n voor vetustiteit van euro 2 011,14 en euro 1 427,47. Gerechtsdeskundige Verbraeken stelde tevens dat de woning van V. op het ogenblik van zijn installatievergadering op 13 juni 2006 gemeubeld en in principe bewoonbaar was, maar dat V. stelde er niet te kunnen wonen omwille van gezondheidsproblemen en omwille van de grote luchtvochtigheid en de huiszwam in de woning. De deskundige verwees naar een medisch attest, facturen van hotel-, verhuis- en verzekeringskosten en een huurcontract van een appartement maar stelde: "... gezien het juridisch karakter van de zaak niet bevoegd te zijn hierover uitspraak te formuleren".2. De voorafgaande rechtspleging2.1. In de dagvaarding van 30 september 2009 die J. V. en de NV Dexia Verzekeringen België uitbrachten tegen B. V.L., I. K. en de NV AG Insurance om te verschijnen voor de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen, vorderden zij de veroordeling van de gedaagden, solidair, in solidum, minstens van de ene bij gebreke van de andere tot de betaling aan J. V. van de som van euro 19 666,89, te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 1 januari 2006 en met de gerechtelijke intresten, en tot de betaling aan de NV Dexia Verzekeringen België van de som van euro 37 220,92, te vermeerderen met de intresten vanaf de data van de betalingen en met de gerechtelijke intresten alsook tot de proceskosten. Zij lieten hun eis steunen op art. 1382 e.v. van het Burgerlijk Wetboek en art. 544 van het Burgerlijk Wetboek.2.2. Zowel B. V.L., I. K. als AG Insurance hebben geconcludeerd tot de afwijzing van de eisen van V. en Dexia.B. V.L. en I. K. hebben een tusseneis in vrijwaring ingesteld tegen hun verzekeraar AG Insurance. Ondergeschikt heeft AG Insurance gevraagd de tusseneis in vrijwaring te beperken tot euro 22 751,83 (hoofdsom). 2.3. Het bestreden vonnis van de rechtbank van eerste aanleg te Antwerpen van 13 december 2010 heeft de oorspronkelijke hoofdeisen gedeeltelijk gegrond verklaard door:- B. V.L., I. K. en de NV AG Insurance in solidum te veroordelen tot de betaling aan J. V. van de som van euro 17 353,27, vermeerderd met de gerechtelijke intresten vanaf 10 december 2007,- B. V.L., I. K. en de NV AG Insurance in solidum te veroordelen tot betaling aan de NV Dexia Verzekeringen België van de som van euro 37 220,92, vermeerderd met de gerechtelijke intresten vanaf 10 december 2007.De eerste rechter verklaarde de tussenvordering in vrijwaring van B. V.L. en I. K. tegen de NV AG Insurance ontvankelijk en gedeeltelijk gegrond, met name ten belope van de sommen waartoe ze zelf op hoofdeis werden aangesproken.B. V.L., I. K. en de NV AG Insurance werden in solidum veroordeeld tot de betaling van de proceskosten aan de zijde van J. V. en van de NV Dexia Verzekeringen België.De eerste rechter oordeelde dat B. V.L. en I. K. aansprakelijk waren voor de schade van J. V. op grond van art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek, meer bepaald als bewaarders van een gebrekkige zaak. Volgens de eerste rechter werd het bewijs geleverd dat B. V.L. en I. K. op het ogenblik van de brand de feitelijke en juridische bewaarders waren van hun woning en dat die woning een gebrek vertoonde in de zin van art. 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek dat schade veroorzaakte aan het gebouw van J. V..De eerste rechter oordeelde dat de NV AG Insurance rechtstreeks door J. V. en de in zijn rechten gesubrogeerde verzekeraar Dexia met toepassing van art. 86 van de Wet op de landverzekeringsovereenkomst kon worden aangesproken tot vergoeding. Het verweer van verzekeraar AG Insurance met betrekking tot de uitsluiting of het verval van dekking wegens het opzettelijk karakter van de vochtschade, werd afgewezen.De eerste rechter trad het advies van de deskundige bij wat de raming betreft van de omvang van de schade van J. V..De eerste rechter nam tevens aan dat J. V. noodzakelijkerwijze kosten heeft moeten maken voor hotel, verhuis, verzekering en de huur van een appartement.De eerste rechter gaf voor de schade met betrekking tot gas- en elektriciteitsverbruik in de beschadigde en tijdelijk onbewoonde woning, verplaatsingsonkosten tussen Schoten (appartement) en Kapellen (woning) en de aankoop van CD-roms een vergoeding naar redelijkheid en billijkheid ten belope van euro 2 000,00. Het meergevorderde werd door de eerste rechter afgewezen.2.4. De NV AG Insurance, hierna in 't kort AG genoemd, stelde een naar vorm en termijn regelmatig hoger beroep in bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van het hof op 20 april 2011. De zaak werd behandeld ter terechtzitting van 20 november 2012, 19 december 2012 en 06 februari 2013.3. De standpunten in hoger beroep3.1. AG vordert dat de oorspronkelijke eisen van J. V. en van de NV Dexia Verzekeringen België bij hervorming van het bestreden vonnis ongegrond zouden worden verklaard. AG vordert dat zou worden gezegd voor recht dat de aansprakelijkheid van haar verzekerden B. V.L. en I. K. op grond van art. 1382 en 1384, 1ste lid van het Burgerlijk Wetboek alsook hun gehoudenheid op grond van art. 544 van het Burgerlijk Wetboek niet onder de verzekeringsdekking valt en dat de verzekeringsovereenkomst in kwestie evenmin dekking voorziet voor schade ten gevolge van waterinsijpeling langs de dakgoot.Ondergeschikt vordert AG dat het hof zou oordelen dat er verval van recht op dekking minstens een uitsluiting van dekking geldt.AG besluit verder dat de tusseneis in vrijwaring van B. V.L. en I. K. alleszins ongegrond zou worden verklaard.In de meest ondergeschikte orde vordert AG dat haar tussenkomst in vrijwaring zou worden beperkt tot de rechtstreekse gevolgen van de brand te weten tot een som van euro 22 751,83.AG verzoekt J. V. te veroordelen tot de proceskosten aan haar zijde wat zijn eis betreft.AG verzoekt de NV Dexia...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT