Vonnis nr. ME60.F1.101821-11 van Rechtbank van eerste aanleg, Mechelen, 4 september 2013

Datum uitspraak: 4 september 2013
Uitgevende instantie::Mechelen
 
GRATIS UITTREKSEL

De Rechtbank van eerste aanleg te Mechelen, negende kamer, rechtspre-kend in correctionele zaken, wijst het volgende vonnis :

Inzake van het Openbaar Ministerie

tegen :

  1. B. N.,

    - Bijgestaan door Mr. W. Van Steenbrugge, advocaat, kantoorhoudende te 9820 Merelbeke, Jozef Hebbelynckstraat 2

  2. De zich noemende E. J.,

    - Niet aanwezig

  3. T. M.,

    - Bijgestaan door Mr. T. Smet loco Mr. V. Van Aelst, advocaat, kantoor-houdende te 2000 Antwerpen, Amerikalei 29

  4. E. S.,

    - Bijgestaan door Mr. F. Thiebaut, advocaat, kantoorhoudende te 2800 Mechelen, F. De Merodestraat 6

  5. E. I.,

    - Bijgestaan door Mr. T. Smet loco Mr. K. Van der Straeten, advocaat, kantoorhoudende te 9200 Gent, Justitieplein 5 bus 1

    naar deze Rechtbank verwezen door bevel van de Raadkamer.

    VERDACHT VAN :

    1. Om de misdaad of het wanbedrijf uitgevoerd te hebben of om aan de uit-voering ervan rechtstreeks medegewerkt te hebben

    2. Om, door enige daad, tot de uitvoering zodanige hulp verleend te hebben dat zonder zijn bijstand het misdrijf niet kon gepleegd worden

    3. Om, door giften, beloften, bedreigingen, misbruik van gezag of van macht, misdadige kuiperijen of arglistigheden, dit misdrijf rechtstreeks uitgelokt te hebben

    4. Om, hetzij door woorden in openbare bijeenkomsten of plaatsen gespro-ken, hetzij door enigerlei geschrift, drukwerk, prent of -zinnebeeld, aange-plakt, rondgedeeld of verkocht, te koop geboden of openlijk tentoongesteld, het feit rechtstreeks uitgelokt te hebben

    Te Mechelen en bij samenhang te Antwerpen in het gerechtelijk arron-dissement Antwerpen en bij samenhang te Brussel in het gerechtelijk arrondissement Brussel en bij samenhang elders in het Rijk, tussen 1 januari 2011 en 23 november 2011, meermaals op niet nader bepaalde data, laatst op 22 november 2011,

    A. De eerste

    Bij inbreuk op de artikelen 1, 2, 11, 26 bis en 28 van het K.B. van 31 de-cember 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, genomen in uitvoering van artikel 1 en strafbaar gesteld bij art. 2 bis, 4, 6 en 9 van de wet van 24 februari 1921, gewijzigd bij de wetten van 11 maart 1958 en 9 juli 1975, 1 juli 1976, 14 juli 1994, 4 april 2003 en 3 mei 2003, betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, zonder voorafgaande vergunning van de Minister van Volksgezondheid, de hiernavermelde verdovingsmiddelen onder bezwarende titel of om niet vervaardigd, in bezit gehad, verkocht of te koop gesteld, afgeleverd of aangeschaft te hebben, en dit buiten elke aankoop of bezit krachtens geneeskundige voorschrift, namelijk:

    - een niet nader bepaalde hoeveelheid cocainum, minstens 350 gram per week

    met de omstandigheid dat het misdrijf een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging, in de hoedanigheid van leidend persoon.

    B. De tweede, de derde, de vierde en de vijfde,

    Bij inbreuk op de artikelen 1, 2, 11, 26 bis en 28 van het K.B. van 31 de-cember 1930 houdende regeling van de slaapmiddelen en de verdovende middelen en betreffende risicobeperking en therapeutisch advies, genomen in uitvoering van artikel 1 en strafbaar gesteld bij art. 2 bis, 4, 6 en 9 van de wet van 24 februari 1921, gewijzigd bij de wetten van 11 maart 1958 en 9 juli 1975, 1 juli 1976, 14 juli 1994, 4 april 2003 en 3 mei 2003, betreffende het verhandelen van de giftstoffen, slaapmiddelen en verdovende middelen, ontsmettingsstoffen en antiseptica, en van de stoffen die kunnen gebruikt worden voor de illegale vervaardiging van verdovende middelen en psychotrope stoffen, zonder voorafgaande vergunning van de Minister van Volksgezondheid, de hiernavermelde verdovingsmiddelen onder bezwarende titel of om niet vervaardigd, in bezit gehad, verkocht of te koop gesteld, afgeleverd of aangeschaft te hebben, en dit buiten elke aankoop of bezit krachtens geneeskundige voorschrift, namelijk:

    - een niet nader bepaalde hoeveelheid cocainum, minstens 350 gram per week

    met de omstandigheid dat het misdrijf een daad is van deelneming aan de hoofd- of bijkomende bedrijvigheid van een vereniging

    Gelet op de processtukken.

    Gelet op de beschikking van de raadkamer dd. 29 mei 2012 waarbij ver-zachtende omstandigheden werden aangenomen voor de feiten waarop criminele straffen zijn gesteld en de beklaagde naar deze rechtbank werd verzonden.

    Gehoord het Openbaar Ministerie in zijn vordering.

    Gehoord de 1ste , 3de , 4de en 5de beklaagden in hun middelen van verdedi-ging.

    Overwegende dat de 2de beklaagde, alhoewel regelmatig gedagvaard, niet verschijnt.

    BEOORDELING OP STRAFGEBIED

    Beklaagden worden vervolgd voor de deelname aan een vereniging die zich bezig hield met handel in cocaïne te Mechelen en bij samenhang te Antwerpen, te Brussel en elders in het Rijk, tussen 1 januari 2011 en 23 november 2011.

    • 1. Procedure

    De verdediging werpt een heel aantal procedurele kwesties op, welke hier-na worden onderzocht. Vaak wordt hierbij uitgegaan van een wantrouwen ten aanzien van de onderzoeksrechter en de politiediensten gestoeld op de niet onderbouwde premisse dat de onderzoeksrechter en de onderzoekers malafide, of minstens onkundig zouden handelen. Tot het bewijs van het tegendeel, gaat de rechtbank uit van de goede trouw en onderlegdheid van magistraten en politieambtenaren.

    Dit betekent niet dat er in de loop van het onderzoek geen fouten kunnen gemaakt worden, die terdege onderzocht dienen te worden en waaraan desgevallend consequenties voor de bewijsvoering en / of strafvervolging gekoppeld dienen te worden. De verdediging werpt op dat de vermeende fouten stuk voor stuk tot onontvankelijkheid, nietigheid en / of verval van de strafvordering leiden. De rechtbank beoordeelt elk van deze bezwaren in het licht van de ter zake geldende wetgeving en desgevallend de Antigoonrechtspraak.

    1.1. Herkomst informatie vervat in het aanvankelijk proces-verbaal

    Eerste beklaagde, derde beklaagde, vierde beklaagde en vijfde beklaagde werpen op dat het aanvankelijk proces-verbaal ME.60.F1.101812/2011 dd. 1 april 2011 zeer veel nauwkeurige informatie bevat, waarvan de herkomst niet kan worden gecontroleerd. Zij suggereren dat de veelheid en de gede-tailleerdheid van de informatie proactieve recherche doet vermoeden. Ten-einde uitsluitsel te hebben omtrent de herkomst van deze informatie werd het openbaar ministerie bij vonnis van deze rechtbank van 3 april 2013 ver-zocht om de opsteller van voormeld proces-verbaal, de heer J. V. G., ge-rechtelijk commissaris, officier van gerechtelijke politie met het oog op ge-tuigenverhoor op te roepen ter zitting van 8 mei 2013.

    De heer V. G. verscheen ter zitting van 8 mei 2013 en verklaarde onder ede dat alle vermelde informatie verkregen werd uit informantenwerking.

    De rechtbank is, in tegenstelling tot hetgeen door de verdediging wordt ge-suggereerd, van oordeel dat de verklaring die door een politieambtenaar onder ede wordt afgelegd, als waarheid dient te worden aanvaard tot het bewijs van het tegendeel wordt geleverd. Vermits de informatie werd ont-vangen en verwerkt door de informantenbeheerder en de adjunct-informantenbeheerder van de federale gerechtelijke politie, onder toezicht van de BOM-magistraat, bestaat er geen reden om te twijfelen aan de des-kundigheid en onderlegdheid inzake BOM-materie van de betrokken verbalisanten.

    Derhalve gaat de rechtbank ervan uit dat de informatie, zoals opgenomen in het aanvankelijk proces-verbaal ME.60.F1.101812/2011 verkregen werd binnen het wettelijk kader van de informantenwerking (artikel 47 decies SV), minstens ligt geen enkel element voor waaruit zou blijken dat dat niet zo is.

    Het Grondwettelijk Hof heeft overigens gesteld dat onderscheid dient te worden gemaakt tussen het vertrouwelijk dossier aangaande de informan-ten enerzijds, en dit voor de observatie en de infiltratie anderzijds. Het ver-trouwelijk dossier in verband met de informanten heeft niet dezelfde draag-wijdte, noch dezelfde inhoud als het vertrouwelijk dossier in verband met de aanwending van een observatie of een infiltratie. Het bevat in principe geen bewijsstukken en is van essentieel belang om de anonimiteit en dus de veiligheid van de informanten te vrijwaren (cfr. Arrest 202/2004 van het Grondwettelijk Hof van 21 december 2004).

    Aangenomen wordt dat wanneer "informatie" over nog te plegen feiten als dusdanig concreet is dat die feiten een in de tijd en ruimte bepaalbaar mis-drijf gaan vormen, er geen sprake is van de in §2 van artikel 28 bis Sv. be-doelde gegevensverwerking maar wel van de verplichting tot het opstellen van een proces-verbaal overeenkomstig de wet op het politieambt, met het oog op het vatten van de daders en het verzamelen van de bewijzen. In dit opzicht worden deze "ontvangen inlichtingen" geacht geen proactieve re-cherche te vormen (cfr. R. VERSTRAETEN, Handboek strafvordering , Antwerpen, 2007, nr. 479).

    De rechtbank benadrukt dat de informatie die werd bekomen en samenge-bracht in het aanvankelijk proces-verbaal enkel aanwijzingen, inlichtingen zijn en hoedanook geen bewijzen uitmaken. De informatie in het aanvankelijk proces-verbaal geldt enkel als "inlichtingen". Deze informatie zal dienen geobjectiveerd te worden lopende het onderzoek, reden waarom het ambt van de procureur des Konings, overeenkomstig artikel 28 septies SV. is overgegaan tot het vorderen van een retro.

    Wat de eventuele betrouwbaarheid van de informatie uit het aanvankelijk proces-verbaal betreft, alsook de verenigbaarheid van het gebruik ervan met het recht op een eerlijk proces, dient er op gewezen te worden dat de inlichtingen in principe niet als bewijs gebruikt worden. Een inlichting afkomstig van een anonieme bron kan wel leiden tot het opstarten van een strafonderzoek waarin bewijselementen zullen worden verzameld, en kan aan de politieambtenaren en onderzoeksmagistraten de...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT