Arrest nr. 107854 van Raad Voor Vreemdelingenbetwistingen, 31 juli 2013

Land:Pakistan
Spreker:M.-C. Goethals
Uitgevende instantie::Raad Voor Vreemdelingenbetwistingen
Datum uitspraak:31 juli 2013
 
GRATIS UITTREKSEL
nr. 107 854 van 31 juli 201 in de zaak RvV X / IV

In zake: X

Gekozen woonplaats: X

tegen:

de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen

DE VOORZITTER VAN DE IVde KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Pakistaanse nationaliteit te zijn, op 26 april 2013 heef ingediend tegen de beslissing van de commissaris-generaal voor de vluchtelingen en de staatlozen va 25 maart 2013.

Gelet op artikel 51/4 van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, he verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen.

Gezien het administratief dossier.

Gelet op de beschikking van 17 juni 2013 met toepassing van artikel 39/73 van voormelde wet.

Gelet op het verzoek tot horen van 1 juli 2013.

Gelet op de beschikking van 16 juli 2013 waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 26 juli 2013.

Gehoord het verslag van kamervoorzitter M.-C. GOETHALS.

Gehoord de opmerkingen van advocaat M. KIWAKANA, die loco advocaat W. BUSSCHAERT verschijn voor de verzoekende partij.

WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:

1.1. Er dient op gewezen te worden dat overeenkomstig artikel 39/73, § 2 van de wet van 15 decembe 1980 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering va vreemdelingen (hierna: de vreemdelingenwet) aan de verzoekende partij de grond meegedeeld wer waarop de kamervoorzitter steunt om te oordelen dat het beroep door middel van een louter schriftelijk procedure kan verworpen worden. In casu wordt het volgende gesteld: "Uit de gegevens in het administratief dossier blijkt dat verzoekster zich voor haar asielaanvraag baseer op dezelfde motieven als degene die door haar echtgenoot A.F. worden aangevoerd. Deze vaststellin wordt in het verzoekschrift niet betwist. RvV X - Pagina 1 Inzake haar echtgenoot (A.R. 125 265) werd als volgt beschikt:

"Uit de bestreden beslissing blijkt dat verzoeker de vluchtelingenstatus en de subsidiair beschermingsstatus werden geweigerd omdat zijn asielrelaas ongeloofwaardig is en omdat hi niet afkomstig is uit de regio ten noordwesten van Pakistan waar er een uiterst lokaal conflic gaande is. De Raad stelt vast dat alle motieven waarop de commissaris-generaal zich baseert duidelijk blijken uit d stukken in het administratief dossier en dat deze motieven deugdelijk zijn. Verzoeker brengt in zij verzoekschrift geen valabele argumenten bij die de in de bestreden beslissing gedane vaststellinge weerleggen of er een aannemelijke verklaring voor geven. De bewijslast inzake...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT