Arrest nr. 107831 van Raad Voor Vreemdelingenbetwistingen, 31 juli 2013

Land:Nigeria
Spreker:A. de Smet
Uitgevende instantie::Raad Voor Vreemdelingenbetwistingen
Datum uitspraak:31 juli 2013
 
GRATIS UITTREKSEL
nr. 107 831 van 31 juli 201 in de zaak RvV X / II

In zake: X

Gekozen woonplaats: X

tegen:

de Belgische staat, vertegenwoordigd door de staatssecretaris voor Asiel e Migratie, Maatschappelijke Integratie en Armoedebestrijding.

DE VOORZITTER VAN DE IIde KAMER,

Gezien het verzoekschrift dat X, die verklaart van Nigeriaanse nationaliteit te zijn, op 14 november 201 heeft ingediend om de nietigverklaring te vorderen van de beslissing van de gemachtigde van d staatssecretaris van 14 augustus 2012 tot onontvankelijkheid van een aanvraag voor een toelating to verblijf (bijlage 15quater), en van het bevel om het grondgebied te verlaten (bijlage 13), beid beslissingen aan de verzoekende partij ter kennis gebracht op 15 oktober 2012. Gezien titel I bis, hoofdstuk 2, afdeling IV, onderafdeling 2, van de wet van 15 december 198 betreffende de toegang tot het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering va vreemdelingen. Gezien de synthesememorie. Gelet op de beschikking van 18 maart 2013, waarbij de terechtzitting wordt bepaald op 9 april 2013. Gehoord het verslag van kamervoorzitter A. DE SMET. Gehoord de opmerkingen van advocaat L. VANHEE, die loco advocaat P. STAELENS verschijnt voo de verzoekende partij en van advocaat B. HEIRMAN, die verschijnt voor de verwerende partij. WIJST NA BERAAD HET VOLGENDE ARREST:

1. Nuttige feiten ter beoordeling van de zaak Uit het verzoekschrift en de bestreden beslissing blijken volgende feiten. Verzoekster die verklaart van Nigeriaanse nationaliteit te zijn, zou op 18 maart 2011 in Nigeria gehuw zijn met een Nigeriaanse onderdaan die een verblijfsrecht heeft in België van onbeperkte duur. Verzoekster komt België binnen en doet een aankomstverklaring bij de gemeente op 6 maart 2012. Op 8 april 2012 wordt het kind van verzoekster geboren. Op 11 mei 2012 dient verzoekster een aanvraag in voor een toelating tot verblijf in toepassing van d artikelen 10 en 12bis, § 1, tweede lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot het RvV X - Pagina 1 grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen (hierna: d vreemdelingenwet). Verzoekster wordt in het bezit gesteld van een bijlage 15bis. Op 14 augustus 2012 neemt de gemachtigde van de staatssecretaris de beslissing to onontvankelijkheid van een aanvraag voor een toelating tot verblijf (bijlage 15quater). Dit is de eerst bestreden beslissing: "(...) Met het oog op artikel 12bis, §4, eerste lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang to het grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen en artikel 26/1, § 2,

tweede lid van het koninklijk besluit van 8 oktober 1981 betreffende de toegang tot het grondgebied, he verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen

Is de aanvraag voor een toelating tot verblijf, ingediend op 11.05.2012, in toepassing van de artikele 10, 12bis, § 1, tweede lid van de wet van 15 december 1980 betreffende de toegang tot he grondgebied, het verblijf, de vestiging en de verwijdering van vreemdelingen, door:

Naam: N.A.S. Voorna(a)m(en): N. Nationaliteit: Nigeria

Geboortedatum: (...) Geboorteplaats: O. Nigeria

Verblijvende/verklaart te verblijven te: (...) Om de volgende reden onontvankelijk: Betrokkene haalt aan dat zij juist bevallen is van een zoontje,

genaamd N. D. C., die als vader haar echtgenoot heeft, die geboren is dd 08.04.2012 , dat zij moeder i geworden van een minderjarig kind dat verblijfsrecht heeft in België, dat zij samen met de vader i Brugge woonachtig zijn, dat een verwijdering van verzoekende partij automatisch een schending van ar 8 van het EVRM oplevert, dat terzake verwezen kan worden naar inmiddels vaststaande jurisprudentie,

dat tevergeefs het argument kan worden opgeroepen dat verzoekende partij zich maar moet late verwijderen tesamen met haar minderjarig zoontje, dat haar kind immers niet alleen verblijfsrecht heef maar ook samenwoont met zijn vader die verblijfsrecht heeft in België, dat daarenboven benadrukt moe worden dat het zoontje van verzoekende partij niet gedwongen kan worden tot verwijdering aangezie het verblijfsrecht heeft in België, dat een gedwongen verwijdering van de verzoekende partij dan oo een schending van art 8 van het EVRM oplevert, dat wanneer zij zich naar Nigeria zou moeten begeve om daar de gezinshereniging aan te vragen, zij haar kind langdurig in België zou moeten achterlaten,

dat er voor deze procedure geen enkele termijn, laat staan vervaltermijn, is voorgeschreven en dez sowieso minimum meerdere maanden in beslag zou nemen, en dat haar gezin uit elkaar zou worde getrokken, vormen voor de Dienst Vreemdelingenzaken geen buitengewone omstandigheden die d aanvraag voor gezinshereniging in België rechtvaardigen. Het feit dat betrokkenen een Belgisch kin hebben kan niet weerhouden worden ais een buitengewone omstandigheid, alsook het argument dat he kind niet gedwongen kan worden tot verwijdering van het grondgebied immers, het recht van he Belgisch kind om op het Belgisch grondgebied te verblijven behoort hem toe en dit recht houdt op gee enkele wijze een verbod in om het Belgisch grondgebied te verlaten. De verplichting om terug te kere betreft slechts een tijdelijke verwijdering van het grondgebied, wat niet wil zeggen dat betrokken definitief gescheiden zal worden van haar familie, waardoor deze geen onherstelbare of ernstige schad met zich meebrengt In zijn arrest dd. 27.05.2009 stelt de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen he volgende: De Raad wijst er verder op dat artikel 8 van het EVRM niet als een vrijgeleide kan beschouw worden dat verzoeker zou toelaten de bepalingen van de Vreemdelingenwet naast zich neer te leggen.

Overeenkomstig de vaste rechtspraak van de Raad van State dient bovendien te worden benadrukt da een tijdelijke scheiding om zich In regel ie stellen met de immigratiewetgeving niet kan worde beschouwd als een schending van artikel 8 van het EVRM (Rvs 22 februari 1993, nr42.039, Rvs 20 jul 1994}nr 48.653Rvs 13 december 2005, nr 152.639) Van zodra betrokkene zich in haar land va herkomst in regel heeft gesteld met de Belgische immigratiewetgeving, door zich in het bezit te stelle van de nodige documenten vereist om tot binnenkomst in het Rijk te worden toegelaten, staat het haa vrij zich terug te verenigen met haar familie...

Om verder te lezen

PROBEER HET GRATIS UIT