Vonnis nr. 27691;- van Arbeidsrechtbank, Veurne, 8 juni 2006

Datum uitspraak: 8 juni 2006
Uitgevende instantie::Veurne
 
GRATIS UITTREKSEL

TWEEDE 8 juni 2006

27691

De Arbeidsrechtbank te Veurne, tweede kamer, heeft het volgend vonnis uitgesproken :

In de zaak nr. 27691 der algemene rol :

S. A., wonende te .

- EISENDE PARTIJ

Hebbende als raadslieden Mr. J. HERPELINCK en Mr. S. DE WISPELAERE, beiden advocaat te Oostende, pleitend Mr. J. HERPELINCK.

tegen :

B.V.B.A. Z. G. L., met zetel te.

- VERWERENDE PARTIJ

- EISERES IN GEDWONGEN TUSSENKOMST EN VRIJWARING -

Hebbende als raadslieden Mr. F. TILLEMAN, advocaat te Antwerpen en Mr. I. HEUGHEBAERT, advocaat te Veurne.

Mede in zaak :

H.D.P., vzw, met zetel te.

- VERWEERSTER IN GEDWONGEN TUSSENKOMST EN

VRIJWARING

Hebbende als raadslieden Mr. B. ADRIAENS en Mr. W. DEVOS, advocaten te Kortrijk, pleitend Mr. W. DEVOS.

  1. Procedure

    Bij dagvaarding betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot de dato 11/12/2003, vordert eiseres de veroordeling van verweerster tot betaling aan eiseres van de sommen van 33.113,27 euro bruto + 16.054,50 euro bruto = 49.167,77 euro bruto, vermeerderd met de gerechtelijke intresten, de wettelijke intresten vanaf 18/03/2003 en de kosten van het geding.

    Tevens vordert eiseres om het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande tegenstel of beroep en zonder borgstelling.

    Bij dagvaarding betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot de dato 08/10/2004, vordert eiseres in tussenkomst en vrijwaring de veroordeling van verweerster in tussenkomst en vrijwaring om tussen te komen in het geding hangende tussen mevrouw A. S. en de BVBA G.-L. voor de Tweede Kamer van de Arbeidsrechtbank van Veurne, gekend onder nummer 27691.

    Voor het geval eiseres in tussenkomst en vrijwaring aansprakelijk zou gesteld worden en veroordeeld worden tot betaling van enige som aan oorspronkelijke eiseres, vraagt eiseres in tussenkomst en vrijwaring aan de rechtbank om te zeggen voor recht dat de uiteindelijke aansprakelijkheid bij verweerster in tussenkomst en vrijwaring ligt en deze derhalve verplicht is om haar op alle vlakken te vrijwaren (achterstallig loon, sociale zekerheidsbijdragen, bijdrageopslagen, intresten, ...).

    Tevens vordert eiseres in tussenkomst en vrijwaring de veroordeling van verweerster in tussenkomst en vrijwaring tot betaling van de kosten van het geding en vraagt zij om het vonnis uitvoerbaar te verklaren bij voorraad, niettegenstaande alle verhaal, zonder borgstelling en met uitsluiting van het recht tot kantonnement.

    Op verzoek van verwerende partij heeft de rechtbank de rechtsdag bepaald op de openbare terechtzitting van de tweede kamer van de Arbeidsrechtbank te Veurne op 27 april 2006.

    De rechtbank heeft partijen gehoord ter openbare terechtzitting van 27/04/2006 waarna de debatten gesloten werden.

    De rechtbank maakte toepassing van artikel 734 Ger. W. doch bereikte geen verzoening tussen partijen.

    De stukken van de rechtspleging en de stukken neergelegd door partijen werden door de rechtbank doorgenomen.

    De rechtspleging verliep in het Nederlands overeenkomstig artikel 2 en volgende van de wet van 15 juni 1935 op het taalgebruik in gerechtszaken.

  2. Voorwerp van de betwisting

    Eiseres A. S. was als administratief bediende vanaf 3/9/1970 in dienst van verweerster, de BVBA Z. G.

    L.. Eerst was zij in dienst van P. G. Zij werd betaald op basis

    van de vierde categorie van het Aanvullend Paritair Comité vermeerderd met 10%.

    Vanaf 1/5/1989 was er een omvorming van een éénmanszaak naar BVBA. Vanaf toen verminderde het loon van A. S. systematisch. Aangezien ze geen loonfiches kreeg kon ze dit niet opmerken.

    Eiseres berekende het loontekort op basis van categorie 4 + 10% voor de jaren 1988 tot en met 2003 op EUR 33.113,27 bruto. Zij vordert dit achterstallig loon.

    Verweerster betekende een opzegperiode van 24 maanden, lopende vanaf 01/01/01. Tijdens deze opzegperiode verbrak de werkgever de arbeidsovereenkomst op 18/03/03 en betaalde de resterende opzeggingsperiode uit onder de vorm van een verbrekingsvergoeding tot en met 10/06/2003. Volgens eiseres was de opzeg onvoldoende.

    Aan de hand van de formule Claeys meent zij recht te hebben op een opzeggingsvergoeding van 30 maand.

    Zij vordert dan ook nog een verbrekingsvergoeding gelijk aan 6 maand loon of 6 x 2306,68 euro x 13,92/12 = 16.054,50 euro bruto.

    De BVBA Z. G. L. bestempelt in haar dagvaarding in tussenkomst en vrijwaring de vzw H.D.P. aansprakelijk voor de door haar geleden schade, indien de vordering tot betaling van achterstallig loon gegrond is.

    De aansprakelijkheid van H.D.P. vloeit volgens eiseres in tussenkomst en vrijwaring voort uit de overeenkomst die zij op 30 december 1985 sloot met het sociaal secretariaat. Voor haar is het duidelijk dat H.D.P.

    een inbreuk begaan heeft op haar contractuele verplichtingen en een foutieve loonadministratie gevoerd heeft.

    In haar conclusies, neergelegd ter griffie op 13/10/2005, breidt eiseres A. S. in ondergeschikte orde haar vordering uit voor zover de rechtbank van oordeel zou zijn dat een deel van de vordering verjaard is en beroept zij zich tevens op het feit dat het niet betalen van (over)loon een voortdurend misdrijf is, dat verjaart na vijf jaar. Bijgevolg meent eiseres dat zij gerechtigd is op een vergoeding van alle schade die voortvloeit uit dit misdrijf en die zij begroot op 33.113,27 euro, te vermeerderen met de gerechtelijke intresten vanaf haar conclusies.

  3. Argumenten eiseres A. S.

    Ondanks de overeenkomst met haar werkgever vanaf 1978 betreffende de toekenning van loon volgens de vierde categorie + 10% meent eiseres dat haar loon over de jaren heen vanaf 1998 verminderd werd waardoor zij

    bij uitdiensttreding een loon ontving dat lager was dan het loon voor de 4de categorie.

    Het akkoord tussen partijen blijkt uit diverse sociale documenten en uit het feit dat dit akkoord ook effectief gedurende jaren werd nageleefd totdat verweerster ging samenwerken met verweerster in tussenkomst.

    Op dit ogenblik werd op de werknemersfiche van eiseres door verweerster zelf ingevuld: "looncategorie : 4° cat + 10%". H.D.P. bevestigt dit. Volgens eiseres is een eenzijdige wijziging van het loon niet rechtsgeldig.

    Eiseres beklemtoont dat haar vordering niet verjaard is omdat zij in ondergeschikte orde de betaling van een schadevergoeding vorderde ex delicto, op grond van het voortdurend misdrijf van het niet tijdig uitbetalen van loon. Deze vordering werd ingesteld binnen de 5 jaar na het laatste delictuele feit.

    Verder wijst eiseres erop dat voor inbreuken op de Loonbeschermingswet geen opzet vereist is.

    Bovendien is er volgens eiseres in casu geen sprake van omstandigheden die een strafrechtelijke verschoningsgrond uitmaken. Zij meent dat verweerster zich niet kan blijven verstoppen achter haar sociaal secretariaat.

    Verweerster hield jarenlang systematisch de loonfiches achter zodat eiseres geen controle had op de berekening van haar loon. Achteraf vermeldde verweerster op de laattijdig afgeleverde individuele rekeningen een andere looncategorie. Eiseres vindt dat verweerster niet te goeder trouw handelde.

    Nopens de aanvullende verbrekingsvergoeding gelijk aan 6 maanden loon merkt eiseres op dat de formule Claeys een goede richtlijn vormt. Met haar leeftijd is het voor eiseres moeilijk om nog werk te vinden.

    De opzegtermijn van 30 maanden vindt zij redelijk.

    Omtrent de discussie tussen verweerster en haar sociaal secretariaat houdt eiseres voor dat verweerster tegenover eiseres de aansprakelijke partij blijft. Alleen verweerster kan aangesproken worden in betaling van loon of een schadevergoeding wegens het niet tijdig uitbetalen van alle lonen.

    Omtrent de gevraagde uitvoerbaarheid bij voorraad volhardt eiseres : de discussie over de vrijwaringsvordering vertraagt de onvermijdelijke betaling door verweerster.

  4. Argumenten verweerster BVBA G.-L.

    4.1 De aanvullende ontslagvergoeding

    Vooreerst voert verweerster aan dat de rechter niet gebonden is door om het even welke formule bij het bepalen van de opzeggingstermijn.

    Vervolgens meent verweerster dat mevrouw S. wel degelijk een goede kans had, gezien haar leeftijd (ervaring) en functie om spoedig een adequate en gelijkwaardige betrekking te vinden. Bovendien waren er voor mevrouw S. als administratief bediende zeer veel jobaanbiedingen voorhanden, gelet op de ruime inhoud die de job van een administratief bediende behelst.

    4.2 Het achterstallig loon

    Uit het feit dat mevrouw S. in de dagvaarding achterstallig loon vordert in plaats van een schadevergoeding gelijk daaraan en wettelijke intresten in plaats van vergoedende, leidt verweerster af dat eiseres wenst een vordering ex contractu in te stellen. Volgens verweerster is de initiële vordering van eiseres, gebaseerd op de arbeidsovereenkomst, verjaard in de mate dat zij betrekking heeft op het loon van voor 11 december 1998, aangezien zij op 11/12/2003 dagvaardde.

    Ten aanzien van de ondergeschikte vordering ex delicto meent verweerster dat deze ongegrond is bij gebrek aan enig misdrijf. Alhoewel het niet (correct) betalen van loon een onachtzaamheidsmisdrijf uitmaakt moet eiseres toch een moreel bestanddeel aantonen bij de BVBA G.-L., bestaande uit onachtzaamheid, gebrek aan voorzichtigheid of fout. Verweerster benadrukt dat zij steeds gehandeld heeft als een goede huisvader door onder meer de loonadministratie uit te besteden aan...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT