Arrest nr. C990088N van België, 14 februari 2002

Datum uitspraak:14 februari 2002
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

Nr. C.99.0088.N. 1. UNILEVER BELGIUM, naamloze vennootschap, met maatschappelijke zetel gevestigd te 1190 Vorst, Humaniteitslaan 292, ingeschreven in het handelsregister te Brussel nummer 523.954,2. VAN DEN BERGH EN JURGENS B.V., vennootschap naar Nederlands recht, met maatschappelijke zetel gevestigd in Nederland, 3071 JL Rotterdam, Nassaukade 3,eiseressen,vertegenwoordigd door mr. Ludovic De Gryse, advocaat bij het Hof van Cassatie, kantoor houdende te 1060 Sint-Gillis, Henri Wafelaertsstraat 47-51, alwaar keuze van woonplaats wordt gedaan,tegenD.A.K.C., coöperatieve vennootschap, met maatschappelijke zetel te 2018 Antwerpen, Lange Lozanastraat 88,verweerster.I. Bestreden uitspraakHet cassatieberoep is gericht tegen een arrest, op 9 februari 1998 gewezen door het Hof van Beroep te Antwerpen.II. Rechtspleging van het HofRaadsheer Ernest Waûters heeft verslag uitgebracht.Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.III. MiddelEiseressen voeren in hun verzoekschrift een middel aan.Geschonden wettelijke bepalingen- de artikelen 1319, 1320, 1322 van het Burgerlijk Wetboek;- 23 tot en met 27 en 780 van het Gerechtelijk Wetboek;- 149 van de gecoördineerde Grondwet.Aangevochten beslissingHet bestreden arrest verklaart het door de eiseressen ingestelde hoger beroep niet gegrond, bevestigt de bestreden beschikking van 3 mei 1996 van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel van Turnhout, zetelend in kortgeding, en verwijst eiseressen in de kosten, wijst de door de eiseressen ingeroepen exceptie van rechterlijk gewijsde af en oordeelt dat "de eerste rechter in de bestreden beschikking (...) terecht heeft geoordeeld dat de vordering van (verweerster) ontvankelijk was"; het bestreden arrest motiveert deze beslissing (p. 7) op grond van de overweging "dat het huidig geschil betrekking heeft op de vordering waarbij aan de rechter die de dwangsom heeft opgelegd gevraagd wordt de dwangsom op te heffen, op te schorten of te verminderen; dat enkel deze rechter die de dwangsom heeft opgelegd over deze vordering vermag te oordelen met uitsluiting van een andere rechter"; "( ... ) de omstandigheid dat in een hoger beroep tegen een beschikking van de beslagrechter, waarin een vordering tot opheffing, vermindering of opschorting van de dwangsom niet werd gesteld (noch kon gesteld worden), dit hof in het motiverend gedeelte van een arrest van een andere mening was toegedaan, geen inbreuk vermag te maken op de beoordelingsbevoegdheid en -vrijheid van de rechter die de dwangsom heeft opgelegd betreffende de onmogelijkheid om aan de hoofdveroordeling te voldoen".Grieven1.0. De eiseressen lieten in hun verzoekschrift in hoger beroep (p. 8-9) en in hun beroepsconclusie (p. 7-8) tot staving van de ingeroepen exceptie van gewijsde, gelden dat de in hoger beroep bestreden beschikking waarbij de stelling van verweerster werd aanvaard, ten onrechte opnieuw een geschilpunt beslechtte dat reeds voorheen was beslecht door het Hof van Beroep te Antwerpen in zijn arresten van 2 juni 1993 en 6 januari 1996; dat zowel deze vroegere procedures als de huidige procedure immers de vraag betroffen of de beschikking van 22 maart 1991 van de Voorzitter van de Rechtbank van Koophandel te Turnhout...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT