Arrest nr. 8577 van België, 26 april 1990

Datum uitspraak:26 april 1990
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

HET HOF; - Gelet op het bestreden arrest, op 27 mei 1987 door het Hof van Beroep te Luik gewezen;

Over het middel : schending van de artikelen 1146, 1147, 1153, 1154, 1382, 1383 van het Burgerlijk Wetboek en 97 van de Grondwet,

doordat het arrest beslist dat in de materiÎle schade die de verweersters hebben opgelopen door het verlies van het inkomen van hun rechtsvoorganger, die is overleden ten gevolge van een verkeersongeval dat op 10 april 1980 plaatshad, begrepen is de reeds geleden schade, te weten 1.911.000 frank, enerzijds, en de toekomstige schade, te weten 3.005.558 frank, anderzijds, zodat de materiÎle schade in totaal 4.916.558 frank bedraagt, en vervolgens : a) de eisende verzekeringsmaatschappij en eiser in solidum veroordeelt om aan de eerste verweerster 3.277.705 frank voor haarzelf en 1.092.568 frank als wettelijke vertegenwoordiger van haar twee minderjarige kinderen te betalen; b) eiser en de derde eiseres in solidum veroordeelt om aan de tweede verweerster 546.284 frank te betalen; c) de eisende partijen veroordeelt om vanaf 10 april 1980 de jaarlijkse interest tegen de opeenvolgende wettelijke rentevoeten te betalen op 3.277.705 frank, 1.092.568 frank en 546.248 frank; d) vaststelt dat de eisende verzekeringsmaatschappij de derde eiseres moet vrijwaren voor de tegen haar uitgesproken veroordelingen,

terwijl, eerste onderdeel, inzake aansprakelijkheid buiten overeenkomst geen moratoire interest op het bedrag van een schuldvordering inzake schadevergoeding verschuldigd kan zijn voordat de beslissing tot toekenning ervan is gewezen; onder de uitdrukking "jaarlijkse interest" die in het arrest, zonder meer, wordt gebruikt, zowel moratoire als compensatoire interest wordt verstaan; daaruit volgt dat het arrest, als het ertoe strekt moratoire interest toe te kennen op de aan de verweerster als schadevergoeding toegekende bedragen, de regels schendt volgens welke, inzake aansprakelijkheid buiten overeenkomst, de rechter geen moratoire interest mag doen lopen voor een schuldvordering inzake schadevergoeding voordat de beslissing tot toekenning ervan is gewezen (schending van de artikelen 1146, 1147, 1153, 1154, 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek) en het arrest, door de interest tot betaling waarvan de eisende partijen zijn veroordeeld zonder meer als jaarlijks te bestempelen, in elk geval in het onzekere laat of het die interest als een moratoire dan wel als een compensatoire interest beschouwt, zodat het Hof de wettigheid...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT