Arrest nr. 2010-AR-1768 van Hof van Beroep, Gent, 3 november 2011

Datum uitspraak: 3 november 2011
Uitgevende instantie::Gent
 
GRATIS UITTREKSEL

HOF VAN BEROEPTE GENT***1e kamer***terechtzittingvan03 november 2011TUSSENARREST(deels ten gronde, deelsverjaring - heropeningdebatten - definitieft.a.v. dr. D......... en dr.V.................., behalvew.b. hun kosten -innemen standpunt -conclusietermijnen -verdere behandelingdienaangaande op15.03.2012, 14u00)(som toegekend aanminderjarige)2010/AR/1768 in de zaak van:D.............B......, gynaecoloog, wonende te ..........................,appellant,tevens eiser in gemeen- en tegenstelbaarverklaring van het tussen te komen arrest,hebbende als raadsman mr. DE SMET Philippe, advocaat te 1180 BRUSSEL, Winston Churchill-laan 251 bus 1 tegen:1. C.............W..........., schilder, eerste geïntimeerde,en zijn echtgenote:2. V...................J..........., verkoopster, tweede geïntimeerde,de eerste en de tweede beiden volgens de stukken samenwonende te ..................................,(C..........W...........volgens het rijksregister te ....................... en V.................. J......... te............),beiden handelend zowel in eigen naam als in hun hoedanigheid van beheerder over de goederen en wettelijke vertegenwoordigers over de persoon van hun minderjarige dochter C........... I.........., geboren te .................., en beiden hebbende als raadsman mr. DUYCK Jean-Pierre, advocaat te 8900 IEPER, Diksmuidsestraat 78 3. D............... P............., gynaecoloog, wonende te .........................................,derde geïntimeerde,4. V............................ P..............., neonatoloog, wonende te .....................................vierde geïntimeerde,en de gedaagde in gemeen- en tegenstelbaarverklaring van het tussen te komen arrest:UNIVERSITAIR ZIEKENHUIS GENT, optredend én voor zichzelf in haar hoedanigheid van openbare instelling met rechtspersoonlijkheid, én voor het eigen vermogen van de R.U.G., waarvan ze de ziekenhuisactiviteit heeft overgenomen en waarmee een verzekeringsakkoord bestaat,met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, De Pintelaan 185,de derde en vierde geïntimeerden en voornoemde gedaagde in gedwongen tussenkomst allen hebbende als raadsman mr. VANSWEEVELT Thierry, advocaat te 3000 LEUVEN, Mechelsestraat 107-109 wijst het hof het volgend arrest:Bij verzoekschrift neergelegd ter griffie van dit hof op 28.06.2010 heeft B............. D.......................... hoger beroep ingesteld tegen een vonnis op 18.02.2010 op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Kortrijk, eerste kamer.De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden ingezien.voorgaanden1. Voor de feitelijke voorgaanden kan worden verwezen naar de uiteenzetting in het bestreden vonnis. Kort samengevat zijn W........ C.......... en J......... V.................... de ouders van I......... C......... die op 15.01.2002 geboren werd met een open rug (spina bifida), een aangeboren afwijking die heeft geleid tot functionele stoornissen, waaronder afwijkingen aan de onderste ledematen (I....... is vrijwel rolstoelpatiëntje), incontinentie en mentale achterstand na een hersenabces.W......... C.......... en J........ V..........verwijten dr. D..........., de gynaecoloog die de zwangerschap van J......... V.........opvolgde, de afwijking pas na dertig weken zwangerschap te hebben onderkend en gesignaleerd, daar waar uit op een vijftien weken uitgevoerde test reeds kon worden afgeleid dat er een verhoogd risico op neuraal buisdefect bestond. Zij stellen dat zij aldus niet de kans hebben gehad om te beslissen tot een vruchtafdrijving.Nadat op dertig weken zwangerschap J........ V...........op de hoogte was gebracht van het vermoeden van een ernstige foetale afwijking, werd zij verwezen naar dr. D........van het Universitair Ziekenhuis Gent, die een ernstige lumosacrale spina bifida vaststelde (op drieëndertig weken zwangerschap). Aansluitend hadden de ouders een gesprek met dr. V..........., neonatoloog in het UZ, waarbij de postnatale problematiek besproken werd.2. De ouders zijn op 30.10.2003 overgegaan tot dagvaarding van dr. D..................Bij tussenvonnis van 03.06.2005 werd de vordering ontvankelijk en deels gegrond verklaard en werd een geneesheer-deskundige aangesteld met opdracht om de handicaps van I........... te beschrijven, advies te verlenen over de vraag of een alert en diligent gynaecoloog de afwijkingen vroeger had kunnen vaststellen en ingrijpen mede in het licht van de wettelijke regeling in verband met zwangerschapsafbreking (art. 350, al. 2, 4° Sw.), de normen en de stand van de medische wetenschap op het ogenblik van de feiten; zo ja, advies te geven of in dat geval de ouders gemakkelijker tot een onderbreking van de zwangerschap hadden kunnen beslissen en tenslotte advies te verlenen over de aard en de duur van de handicaps en de omvang van de schade. De aanvankelijk aangestelde deskundige, die de opdracht niet kon aanvaarden, werd nadien vervangen door dr. P. R............Bij exploten van 30 en 31.12.2008 werd, op verzoek van dr. D..........., overgegaan tot dagvaarding in gedwongen tussenkomst en vrijwaring van dr. D.......... en dr. V............ Dr. D........... verweet hen de indicatie van een therapeutische zwangerschapsafbreking niet te hebben gesteld en niet besproken te hebben met de ouders. Hij is van oordeel dat deze fout het oorzakelijk verband tussen een eventueel door hemzelf begane fout en de schade verbreekt.Gerechtsdeskundige dr. R.............. legde op 28.07.2009 zijn eindverslag ter griffie neer. Hij kwam daarin, samengevat, tot het volgende besluit:- het bij herhaling niet signaleren en interpreteren van een sterk abnormale AFP-test is de directe oorzaak geweest dat de ernstige malformatie bij de foetus pas laattijdig is vastgesteld; er is dus inderdaad sprake van een gemiste kans om vroeg in de zwangerschap, met name vóór 18 weken, een definitieve diagnose te stellen; dit betekent een verloren kans op een vervroegde zwangerschapsafbreking indien de ouders daartoe zouden hebben besloten;- het eerder vaststellen van de spina bifida had niet geleid tot een verbetering van de prognose of betere ontwikkeling van de foetus en later het kind; er zijn prenataal geen therapeutische mogelijkheden die het letsel in gunstige zin kunnen beïnvloeden;- uit de literatuurgegevens blijkt dat het merendeel van de ouders die de diagnose van een ernstige open spina bifida bij hun kind vroeg in de zwangerschap vernemen, tot een terminatie besluiten, juist omwille van de levenslange ernstige gevolgen van deze afwijking;- gezien hun huidige kennis en ervaring met I............., die momenteel een vaste waarde binnen de familie en het gezin heeft, kunnen de ouders retrospectief niet objectief zeggen of een overwegen van de terminatie van de zwangerschap op de gevorderde zwangerschapsduur van 33 weken een optie zou zijn geweest; omwille van het feit dat hen werd meegedeeld dat het kind leefbaar was, is deze vraag op het moment van diagnose op 33 weken niet aan bod gekomen;- de Belgische wet voorziet in de mogelijkheid van zwangerschapsterminatie, ook na de termijn van 25 weken, de grens van levensvatbaarheid, dit echter onder strikte voorwaarden die de ernst van de aandoening en de wijze van procedure beschrijven; ethische, morele en religieuze normen spelen hierin een belangrijke rol en kunnen het uitvoeren van een laattijdige afbreking niet toelaten; ook op psychologisch vlak ligt de beslissing tot een late afbreking moeilijker dan vroeg in de zwangerschap; de mogelijkheid om een aanvraag voor een laattijdige zwangerschapsafbreking in te dienen bij het ethisch comité van het ziekenhuis te Gent of te Menen, is niet ter sprake gekomen.In hun syntheseconclusies na deskundig onderzoek stellen de ouders dat zij indien zij tijdig waren geïnformeerd, zouden hebben besloten tot zwangerschapsafbreking. Zij betwisten dat zij slechts een kans daartoe zouden hebben verloren.Tevens breiden zij hun vordering uit tegen dr. D..........en dr. V............... Cijfermatig vorderden zij in eigen naam betaling van de som van in totaal 130.623,10 euro, meer interest vanaf de geboorte. Meer bepaald vorderden zij 5.823,10 euro voor materiële schade (remgelden, verplaatsingskosten en administratiekosten), 75.000,00 euro voor morele schade en 49.800,00 euro voor derdenhulp. Daarnaast werd voorbehoud gevraagd voor...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT