Arrest nr. C.10.0424.N van Hof van Cassatie, België, 15 september 2011

Datum uitspraak:15 september 2011
Uitgevende instantie::België
 
GRATIS UITTREKSEL

Nr. C.10.0424.NPANTAINER AG, vennootschap naar vreemd recht, met zetel te 4002 Bazel (Zwitserland), Viaduktstrasse 42,eiseres,vertegenwoordigd door mr. Huguette Geinger, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1000 Brussel, Quatre Brasstraat 6, waar de eiseres woonplaats kiest,tegenLEGGET & PLATT TW Inc., vennootschap naar het recht van de Verenigde Staten van Amerika, met zetel te TX 76102 Fort Worth, Texas (Verenigde Staten van Amerika), 1301 Coldsprings Road,verweerster,vertegenwoordigd door mr. Pierre van Ommeslaghe, advocaat bij het Hof van Cassatie, met kantoor te 1050 Brussel, Louizalaan 106, waar de verweerster woonplaats kiest.I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOFHet cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 7 april 2008.Raadsheer Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft geconcludeerd.Advocaat-generaal Guy Dubrulle heeft op 27 juni 2011 een conclusie neergelegd.II. CASSATIEMIDDELDe eiseres voert navolgend middel aan.Geschonden bepalingen - artikel 149 van de gecoördineerde Grondwet van 17 februari 1994;- de artikelen 85, 86, 89 en 91 van Boek II. Zee- en binnenvaart, van het Wetboek van koophandel, ook genaamd de Zeewet;- de artikelen 5.1 en 17.1 van het Verdrag van 16 september 1988 betreffende de rechterlijke bevoegdheid, de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Lugano en goedgekeurd bij wet van 27 november 1996, ook genaamd het EVEX-verdrag;- de artikelen 1, 3 en 7.2 van het Verdrag van 19 juni 1980 inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, opgemaakt te Rome en goedgekeurd bij wet van 14 juli 1987;- de artikelen 1, 3, § 1 en 7, § 2 van de wet van 14 juli 1987 houdende goedkeuring van het Verdrag inzake het recht dat van toepassing is op verbintenissen uit overeenkomst, van het Protocol en van twee Gemeenschappelijke Verklaringen, opgemaakt te Rome op 19 juni 1980. Aangevochten beslissing Bij het bestreden tussenarrest van 7 april 2008 verklaart het hof van beroep te Antwerpen verweersters hoger beroep toelaatbaar, eiseres' incidenteel beroep toelaatbaar doch ongegrond, bevestigt het bestreden vonnis in de mate dat de eerste rechter oordeelde bevoegd te zijn / rechtsmacht te hebben, en beveelt, alvorens verder recht te doen, een deskundigenonderzoek. Deze beslissing is onder meer op volgende overwegingen gestoeld: "2. Onder hoofding van Pantainer Express Line - ‘carrier" (vervoerder) : Pantainer Ltd (Basel, Zwitserland) - worden op 25 januari 2002 te Antwerpen door Panalpina World Transport nv drie niet ondertekende kopijen van cognossementen overgelegd, meer bepaald: - een cognossement met nummer 537200 met betrekking tot het vervoer van een container TMMU 502 021/2, gezegd te bevatten 79 blokken polyurethaan met een gewicht van 16.480 kg (stuk 1 bundel (eiseres))- een cognossement met nummer 537201 met betrekking tot het vervoer van een container TTNU 960 120/6, gezegd te bevatten 52 blokken polyurethaan met een gewicht van 16.620 kg (stuk 6 bundel (ei¬seres))- een cognossement met nummer 537202 met betrekking tot het vervoer van een container CPSU 621 236/0, gezegd te bevatten 73 blokken polyurethaan met een gewicht van 17.600 kg (stuk 1 bundel (ei¬seres))Deze vervoerdocumenten hebben een stempel met vermelding ‘copy non negotiable' (niet verhandelbare kopij') duiden de Recticel nv aan als verscheper, Legget & Platt als ontvanger (of diens order) en MG Maher als de te verwittigen partij. Het betrof, volgens de vervoerdocumenten, een FCL/FCL-verzending (waarbij FCL staat voor full container load, wat FCL/FCL laat omschrijven dat de afzender een door hem ingeladen, gevuld een verzegelde container aflevert voor inscheping en op de bestemming deze integraal aan de ontvanger dient te worden afgeleverd). ...5.Niet betwist wordt dat ms. Lykes Librator op 1 februari 2002 voor de Bre¬toense kust in zwaar weer is terecht gekomen, waar¬door 58 containers over boord werden geslagen, 10 containers en het schip zelf werden beschadigd.Pantainer legt in verband met het ‘zwaar weer - incident' - rap¬port van de feiten over, opgesteld door de kapitein van het ms. Lykes Librator (stuk 16)6.Onder de over boord geslagen containers bevonden zich de drie hoger ver¬melde laadkisten.Legget & Platt vordert het verlies van deze ladingen, begroot op 18.375,28 US dollar in hoofdsom.V. BEOORDELINGA. Met betrekking tot de rechtsmacht/bevoegdheidA.1Aan de orde is of de Belgische rechtbanken en hoven rechts¬macht / bevoegd¬heid hebben terzake. Dit vraagstuk is het voor¬werp van het incidenteel beroep en van het huidig debat.Het onderwerp van de vordering wordt in de dagvaarding d.d. 24 januari 2003 omschreven als een aanspraak op vergoeding voor beweerd geleden schade uit hoofde van verlies van drie ladingen polyurethaan die in laadkisten ter ver¬voer werden aangeboden te Antwerpen met het oog op het zeevervoer naar Houston (Texas, USA) onder dekking van drie specifiek opgegeven cognos¬semen¬ten (zie supra IV.2 - dagvaarding p.1) en waarvan wordt voorge¬houden dat die goederen - zonder de vereiste toestemming en zonder dat dit uit de cognossementen blijkt - kennelijk op het dek van het zeeschip werden geladen en vervoerd. Nu de laadkisten op zee over boord sloegen en verloren gingen spreekt Legget & Platt, (oorspronkelijke eiseres) Pantainer (oorspronkelijke ver¬weerster) aan voor dit verlies en stelt Pantainer aansprakelijk als ‘scheeps¬eigenaar en/of bevrachter / vervrachter en/of cognossementuitgever en/of zeevervoerder en/of scheepsbeheerder. Legget & Platt verwijt Pantainer in dagvaarding dat de goederen te Antwerpen, krachtens de wet, in het ruim dienden te worden geplaatst en Pantainer alzo schromelijk in gebreke is gebleven in haar zorgplicht ten aanzien van de goederen.A.2In het kader van het onderzoek naar de rechtsmacht / bevoegd¬heid geschiedt een prima facie onderzoek naar de rechtsverhou¬ding der partijen, met name wordt nagegaan of het door (verweerster) in dagvaarding beweerde niet ma¬nifest indruist tegen de overgelegde stukken.Prima facie dient te worden vastgesteld dat Legget & Platt zich aandient als bestemmeling-geadresseerde van de goederen én als schadelijder die zich niet vereenzelvigt met de afzender, zoals nader aangeduid op de Pantainer-cognossementen.In het kader van het onderzoek dient te worden vastgesteld dat de kwestieuze Pantainer-cognossementen als ‘express bill of ladings' worden betiteld. De vermelding ‘express bill of lading' komt ook voor op de onder de hoofding van de TMM Lines uitgegeven vervoerdocumenten (supra IV. 3).Pantainer geeft zelf aan dat TTM Lines de door haar inge¬schakelde ‘feite¬lijke vervoerder' is (supra IV. 3) en derhalve een door haar ingeschakelde on¬deraannemer-vervoerder waarmee Legget & Platt, bestemmeling-gea¬dresseerde volgens de Pantainer-congossementen, geen uitstaans heeft.In tegenstelling tot wat op TTM Lines-vervoerdocumenten / ex¬press bill of ladings is aangemerkt (supra IV. 3) blijkt uit de Pantainer-cognossementen niet dat er op verzoek van de afzender (= Recticel) geen originele cognos¬sementen werden afgegeven en deze cognossementen enkel dienst zouden doen als ontvangstbewijs van de goederen en als bewijs van de vervoerover¬eenkomst zouden gelden.De Pantainer-cognossementen zijn prima facie meer dan al¬leen als een ontvangstbewijs van goederen aan boord en bewijs van de vervoerovereen¬komst te aanzien, zoals hierna nog wordt verduidelijkt.Legget & Platt houdt voor dat Pantainer, zonder de vereis¬te toestem¬ming en zonder dat dit aangemerkt werd op de Pantainer-cognossemen¬ten, de goederen kennelijk op dek heeft geladen in plaats van in het ruim en Pantainer daarbij tekort schoot aan haar verplichting - als zeevervoerder zo mag worden aangenomen - om voor en bij aanvang van de reis te Antwerpen behoorlijke zorg te dragen bij het inladen van de haar toever¬trouwde goede¬ren.In verband met het onderzoek omtrent de rechtsmacht / bevoegd¬heid kan worden besloten dat de aannames van Legget & Platt in dagvaarding niet ontbloot zijn van enige grond en op het eerste gezicht in overeenstemming kunnen worden gebracht met de overgelegde documenten.A.3.Legget & Platt dagvaardde op 24 januari 2003 te Antwerpen Pantainer, een vennootschap naar Zwitsers recht...

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT