Vonnis nr. 5408/05 van Arbeidsrechtbank, Brussel, 17 januari 2011

Datum uitspraak:17 januari 2011
Uitgevende instantie::Brussel
 
GRATIS UITTREKSEL

ARBEIDSRECHTBANK VAN BRUSSEL

30ste Kamer - openbare zitting van 17 januari 2011

VONNIS

A.R. nr. 5408/05 Aud. nr 2005/4/04/17

Kinderbijslagen werknemers

Rep. nr. 11/1102

Tussenvonnis aanstelling deskundige

INZAKE :

A.

Eisende partij, vertegenwoordigd door Meester Jordan Wouters, advocaten ;

TEGEN :

De V.Z.W. Kinderbijslagfonds ATTENTIA, met zetel gevestigd te 1050 Brussel, Louizalaan 251/4, (voorheen VZW Kinderbijslagfonds van Brabant),

Verwerende partij, vertegenwoordigd door Meester Anne Wallaert, advocaat;

Gelet op de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek;

Gelet op de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken;

I. De procedure

De rechtbank nam kennis van volgende procedurestukken :

- het verzoekschrift van eisende partij, aangetekend verzonden op 1 april 2005,

- het tussenvonnis van 15 september 2008 van deze kamer waarbij Dokter Lydia Van Hulst werd aangesteld als deskundige,

- het deskundige verslag, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 13 juli 2010,

- conclusies voor eisers, neergelegd ter griffie van deze rechtbank op 20 september 2010.

De partijen werden regelmatig opgeroepen voor de openbare zitting van 15 november 2010.

Partijen hebben gepleit ter openbare zitting van 15 november 2010 en mevrouw N. Van Den Brande, Substituut Arbeidsauditeur heeft haar advies na sluiting der debatten gegeven, waarop niet werd gerepliceerd door de partijen en waarna de zaak in beraad werd genomen.

II. De vordering

Eisers vorderen de vernietiging van de beslissing van 28 januari 2005 waarbij het kinderbijslagfonds meedeelde dat de Federale Overheidsdienst ("FOD") Sociale Zekerheid (voorheen "Ministerie van Sociale Zaken, Volksgezondheid en Leefmilieu") besliste dat hun dochter L. niet erkend werd als minstens 66% lichamelijk of geestelijk ongeschikt overeenkomstig de oude wetgeving (KB van 3 mei 1991).

In het bijzonder had de FOD Sociale Zekerheid beslist dat L. :

- vanaf 1 november 2004 en voor onbepaalde duur geen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vertoont van tenminste 66%

- en overeenkomstig de nieuwe wetgeving (KB van 28 maart 2003) vanaf 1 mei 2003 en voor onbepaalde duur geen 4 punten in pijler 1 van de medisch-sociale schaal en slechts 5 punten op de medisch-sociale schaal heeft verkregen.

In conclusies na het deskundig verslag hebben eisers hun vordering uitgebreid en vorderen zij :

- De beslissing waarbij overeenkomstig de oude wetgeving (KB van 3 mei 1991) L. vanaf 1 november 2004 en voor onbepaalde duur geen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vertoont van tenminste 66% en volgends de nieuwe wetgeving (KB van 28 maart 2003) vanaf 1 mei 2005 en voor onbepaalde duur geen 4 punten heeft verkregen in pijler 1 van medisch-sociale schaal en 5 punten op de medisch-sociale schaal, te horen vernietigen,

- Te horen zeggen voor recht dat L. een blijvende lichamelijke invaliditeit van achtenzeventig % (78%) vertoont vanaf 1 november 2004.

- Te horen zeggen voor recht dat verweerster ertoe gehouden is de toestand op het vlak van de aan eisers toekomende kinderbijslagen m.b.t. L. te regulariseren met ingang vanaf 1 november 2004, meer de wettelijke rente.

III. De feitelijke situatie

(1)

L. is geboren in 2001.

Het Ministerie van sociale zaken had met een beslissing van 8 januari 2002 aan het Kinderbijslagfonds van Brabant medegedeeld dat L. :

- een lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vertoonde van tenminste 66%

- en een graad van zelfredzaamheid vertoonde van 0 tot 3 punten voor de periode 1 oktober 2002 tot 31 oktober 2004.

Na een nieuwe aanvraag van verlenging werd door de FOD Sociale Zekerheid op 19 januari 2005 beslist dat L. :

- op basis van de oude wetgeving (K.B. van 3 mei 1991) geen lichamelijke of geestelijke ongeschiktheid vertoonde van tenminste 66%, vanaf 1 november 2004 en voor onbepaalde duur

- en op basis van de nieuwe wetgeving (K.B. van 28 maart 2003) geen 4 punten heeft verkregen in pijler 1 van de medisch-sociale schaal en slechts 5 punten verkregen heeft op de medisch-sociale schaal vanaf 1 mei 2003 (en niet 2005 zoals verkeerdelijk vermeld in het tussenvonnis en nadien overgenomen in de conclusies van eisers).

Bij brief van 28 januari 2005 heeft het kinderbijslagfonds de beslissing van de FOD van 19 januari 2005 medegedeeld aan eisers waarbij verkeerdelijk werd gesteld dat eisers wel recht hadden op een verhoogde kinderbijslag voor een kind met een aandoening vanaf 1 november 2004.

Nadien heeft het Kinderbijslagfonds opgemerkt dat het een fout had begaan en dat vanaf 1 november 2004 de verhoogde kinderbijslag niet kon worden uitbetaald omdat minimum 6 punten op de medisch-sociale schaal moet worden behaald.

Bij brief van 21 april 2005 vorderde het Kinderbijslagfonds het teveel betaalde terug voor de periode 1 november 2004 tot 31 maart 2005 (331,25 euro). Het kinderbijslagfonds heeft dit bedrag ingehouden op de kinderbijslag vanaf 1 mei 2005 a rato van 10%.

(2)

De zaak werd ingeleid op 27 februari 2006, waarna zij op verzoek van de partijen naar de bijzondere rol werd verzonden....

Om verder te lezen

PROBEER HET UIT