Cassatie (Raad van State)

1156 resultaten voor Cassatie (Raad van State)

  • Vonnis van Raad van State, June 17, 2021

    Luidens art. 5.3.1, § 1, tweede lid, VCRO kan het stedenbouwkundig attest niet leiden tot de vrijstelling van een vergunningsaanvraag. Uit art. 5.3.1, § 2, VCRO, volgt dat de bevindingen van het stedenbouwkundig attest bij het beslissende onderzoek over een aanvraag tot stedenbouwkundige vergunning in bepaalde gevallen kunnen worden gewijzigd of tegengesproken. Luidens art. 5.3.1, § 3, VCRO...

  • Vonnis van Raad van State, June 17, 2021

    Overeenkomstig art. 14, § 2 van de RvS-wet doet de afdeling bestuursrechtspraak uitspraak, bij wijze van arresten, over de cassatieberoepen ingesteld tegen de door de administratieve rechtscolleges in laatste aanleg gewezen beslissingen in betwiste zaken wegens overtreding van de wet of wegens schending van substantiële of op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen. Het middel dat...

  • Vonnis van Raad van State, June 14, 2021

    Hangende het geding meldt de verzoekende partij (de Belgische Staat) dat ze niet langer een actueel belang heeft bij het cassatieberoep omdat verweerder in het bezit is gesteld van een F-kaart. De verzoekende partij heeft verweerder gemachtigd tot een verblijfsrecht, gelijk aan het oorspronkelijk gevraagde. Vermits het cassatieberoep wordt verworpen, dient de verzoekende partij als de in het...

  • Vonnis van Raad van State, June 14, 2021

    Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt...

  • Vonnis van Raad van State, June 10, 2021

    Te dezen neemt de memorie van wederantwoord van verzoekende partijen niet de vorm aan van een samenvattende memorie bedoeld in art. 14, derde lid, van het cassatieprocedurebesluit. Zij beperken zich in hun memorie van wederantwoord tot een repliek op de memories van de overige partijen zonder het in het verzoekschrift aangevoerde middel te hernemen of samen te vatten. In de memorie van...

  • Vonnis van Raad van State, June 10, 2021

    Het verordenend stedenbouwkundig voorschrift bestemt de zone tot de historisch gegroeide weverij en spinnerij. Naast deze exclusief toegelaten hoofdactiviteit laat het voorschrift onder de gestelde voorwaarden nevenactiviteiten toe, te weten verbonden aan en noodzakelijk voor de hoofdactiviteit. De stopzetting van de hoofdactiviteit doet van rechtswege "de nabestemming reservegebied voor...

  • Vonnis van Raad van State, June 03, 2021

    In art. 4.7.21, § 1°, VCRO bevestigt de decreetgever de traditionele beslissingsbevoegdheid van de deputatie in beroepsmateries in de nieuwe administratieve beroepsprocedure van de reguliere procedure. Door het instellen van het administratief beroep in de nieuwe vergunningenprocedure gaat enkel de beslissingsbevoegdheid van het college van burgemeester en schepenen over naar de deputatie. Het...

  • Vonnis van Raad van State, June 02, 2021

    Het bestreden arrest is beperkt tot de vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing op grond van de gegrondverklaring van het eerste middel van de verzoekende partij. Het verzoek van de verzoekende partij om toepassing van art. 37, § 2 DBRC-decreet wordt door de RvVb impliciet afgewezen. In het bestreden arrest ontbreekt elke beoordeling van de RvVb van het uitdrukkelijke verzoek van de...

  • Vonnis van Raad van State, May 20, 2021

    Uit de klare en duidelijke tekst van art. 4.3.1, § 1, VCRO blijkt dat de vergunning in geval van onverenigbaarheid zoals bedoeld in het eerste lid, geweigerd wordt, tenzij, luidens het tweede lid, in het geval er "[g]een onvolledige of vage aanvraag" voorligt, door het opleggen van voorwaarden "het recht en de goede ruimtelijke ordening gewaarborgd kan worden". Houdt zo'n...

  • Vonnis van Raad van State, March 30, 2021

    De door verzoeker voorgestelde vraag aan het GwH betreft niet het onderscheid tussen de eerste categorie van aanvragen die overeenkomstig het toentertijd geldende art. 4.7.26 VCRO behandeld worden door de Vlaamse Regering of de gewestelijke stedenbouwkundige ambtenaar en de tweede categorie aanvragen die, zoals in casu, in de reguliere procedure naar aanleiding van het georganiseerd...

  • Vonnis van Raad van State, February 12, 2021

    Door de uitbreiding van het middel als onontvankelijk af te wijzen en te overwegen "geen reden [te zien] om in dit verband zelf toepassing te maken van zijn ambtshalve bevoegdheden zoals voorzien in artikel 89 van het Procedurebesluit\

  • Vonnis van Raad van State, January 12, 2021

    Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt...

  • Vonnis van Raad van State, December 22, 2020

    Art. 4.2.22, § 1 VCRO bepaalt dat vergunningen een zakelijk karakter hebben en dat zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Art. 144, eerste lid GW bepaalt dat geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid behoren van de rechtbanken. De RvVb oordeelt terecht dat het "noch het vergunningverlenend bestuur, noch de

  • Vonnis van Raad van State, November 26, 2020

    Overeenkomstig art. 4.3.1, § 2, eerste lid, 2°, VCRO houdt "het vergunningverlenende bestuursorgaan [\u0085] bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen". Het middel dat ervan uitgaat dat voormeld art. 4.3.1, § 2,

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Art. C1.1.1 en C1.1.2 van de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP handelen over de toegelaten bedrijvigheid en de inrichting ervan in het desbetreffende "gebied voor gemengde activiteiten". Het middel dat van de rechtsopvatting uitgaat dat "voorzieningen" in het eerste lid van art. C1.1.1 onderscheiden moeten worden van "activiteiten" in het laatste lid van...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Het bestreden arrest stelt onaantastbaar vast dat het college op zorgvuldige en niet kennelijk onredelijke wijze heeft vastgesteld dat de constructie op het ogenblik van de aanvraag door aanpassingen die niet door het vermoeden in art. 4.2.14 VCRO worden gedekt, een tot meergezinswoning gewijzigde ééngezinswoning met een handelsfunctie op de gelijkvloerse verdieping betreft. Het middel dat...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Het middel dat ervan uitgaat dat art. 4.7.23, § 2 en § 3 VCRO vormvoorwaarden zoals de ondertekening en de formele motivering, van de door de deputatie te nemen beslissing over het ingesteld beroep bepaalt, faalt naar recht. De prejudiciële vraag van verzoekster die daar tevens van uitgaat, is niet prejudicieel.

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    De bij art. 149 GW aan de rechter opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redengeving uiteenzet - al ware die redengeving verkeerd of onwettig- die hem ertoe brengt de beslissing te nemen. Bij de beoordeling of art. 149 GW is...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Uit de overweging enerzijds ter verwerping van het verzoek van de verzoekende partij dat zij niet aannemelijk maakt dat de deputatie de sloop ook zonder concreet nieuwbouwproject zou hebben goedgekeurd, en het citaat anderzijds uit de bestreden vergunningsbeslissing van de deputatie, in het kader van de niet betwiste beoordeling van het eerste middel van de verzoekende partijen voor de RvVb, kan...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Het vergund geacht zijn in de artt. 4.2.14, § 2 en 5.1.3, § 2 VCRO geldt enkel voor bestaande constructies waarvan naar recht is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, en naar recht niet is tegengesproken. Luidens art. 4.1.1, 3° VCRO is een constructie "een gebouw, een bouwwerk, een...

  • Vonnis van Raad van State, September 30, 2020

    Naar luid van artikel 39\/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet wordt het bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep verworpen "wanneer de verzoekende partij noch verschijnt noch vertegenwoordigd is". De verzending van de oproeping voor de terechtzitting met een ter post aangetekende brief naar de gekozen woonplaats van de betrokkene volstaat echter niet, het is

  • Vonnis van Raad van State, September 30, 2020

    De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het...

  • Vonnis van Raad van State, June 23, 2020

    Uit art. 11.4.1 van het inrichtingsbesluit blijkt dat para-agrarische bedrijven kunnen worden toegelaten in agrarisch gebied. Bij ontstentenis van nadere omschrijving ter zake, moet deze term in zijn spraakgebruikelijke betekenis worden begrepen. Daaronder moet worden verstaan bedrijven waarvan de activiteit onmiddellijk bij de landbouw in de ruime zin aansluit en erop afgestemd is. De RvVb gaat...

  • Vonnis van Raad van State, June 23, 2020

    Art. 4.8.2, eerste lid, 3°, VCRO bepaalt dat de RvVb als administratief rechtscollege, bij wijze van arresten, uitspraak doet over de beroepen die worden ingesteld tot vernietiging van "registratiebeslissingen, zijnde bestuurlijke beslissingen waarbij een constructie als 'vergund geacht' wordt opgenomen in het vergunningenregister of waarbij dergelijke opname geweigerd wordt". De...

  • Vonnis van Raad van State, June 23, 2020

    In zoverre het middel de miskenning van de aan de RvVb voorgelegde akten aanvoert en het de RvS ertoe verplicht om na te gaan of die akten het bewijs van een feit bevatten, is het onontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, June 08, 2020

    De artt. 10 en 11 GW zijn gericht tot de wetgevende en uitvoerende macht. Zij betreffen niet de beslissingen van de rechter als zodanig. De rechter moet de hem voorgelegde geschillen beslechten aan de hand van de bestaande rechtsregels en algemene rechtsbeginselen. Het middel dat de schending aanvoert van de artt. 10 en 11 GW kan niet tot cassatie leiden.

  • Vonnis van Raad van State, June 08, 2020

    Luidens art. 3, § 2, 9° van het cassatieprocedurebesluit moet het verzoekschrift "een uiteenzetting van de cassatiemiddelen bevatten". Onder 'cassatiemiddel' moet een voldoende duidelijke omschrijving van de door het bestreden arrest geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel worden begrepen. Onder 'uiteenzetting' van het cassatiemiddel moet worden begrepen de wijze waarop die...

  • Vonnis van Raad van State, May 18, 2020

    Uit de overgangsmaatregel van art. 387, eerste lid, OVD volgt dat een aanvraag van een milieuvergunning leidt tot een beslissing bij toepassing van het milieuvergunningsdecreet. Deze overgangsmaatregel is geen decretale bepaling die een geschil over een milieuvergunning toekent aan een ander administratief rechtscollege, de RvVb, dan de RvS. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting,...

  • Vonnis van Raad van State, May 18, 2020

    Uit het bepaalde van artikel 37, § 2 DBRC volgt dat de RvVb na gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing uit kracht van wet bevoegd is om zijn arrest in de plaats te stellen van de nieuw te nemen beslissing als deze het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij. Het middel dat ervan uitgaat dat de RvVb deze bevoegdheid niet ambtshalve maar...

  • Vonnis van Raad van State, May 18, 2020

    "Schendt art. 4.8.11. §1, eerste lid, 3° VCRO de artikelen 10, 11, 13 en 23 van de Grondwet, gelezen in samenhang met de artikelen 6 en 9 van het verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden en het recht op toegang tot de rechter, gewaarborgd door art. 6 van het EVRM, in zoverre...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien

VLEX uses login cookies to provide you with a better browsing experience. If you click on 'Accept' or continue browsing this site we consider that you accept our cookie policy. ACCEPT