in Raad van State › Schorsing
in vLex België

3821 resultaten voor Raad van State › Schorsing

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 7 februari 2019

    De verw partij vermocht niet aan de vraag van de provinciale dienst Waterlopen en de Procoro naar een planologische oplossing voor de watergevoeligheid van het kwestieuze deelgebied - problematiek waarop eerder ook de gemeente in haar ongunstig advies had gewezen - voorbij te gaan. Door dit toch te doen, schendt zij het zorgvuldigheidsbeginsel en art. 8 DIWB. Dat "een uitbreiding van de...

  • Vonnis van Raad van State, 5 februari 2019

    De opgelegde tuchtstraf van het ontslag van ambtswege heeft voor verzoeker ingrijpende gevolgen op materieel-financieel vlak. Het kan bezwaarlijk worden betwist dat het volledig wegvallen van verzoekers maandelijks beroepsinkomen op een wezenlijke wijze zijn levensstandaard aantast en dat het volledig verlies van wedde hem in een moeilijke financiële situatie zal plaatsen. Verzoeker maakt voorts...

  • Vonnis van Raad van State, 31 januari 2019

    Voor zover de verwerende partij gewag maakt van "haar beperkte financiële middelen" brengt zij geen enkel concreet gegeven aan dat aantoont dat de tenlastelegging van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van het door verzoekster gevorderde basisbedrag van 700 euro, haar financiële draagkracht zou overstijgen of onredelijk zou belasten. Er blijkt dan ook geen reden om het aan...

  • Vonnis van Raad van State, 28 januari 2019

    Voor zover verzoeker de onherroepelijke schade situeert in de omstandigheid dat hij zijn dienstbetrekking als lijnpiloot onmiddellijk zal moeten beëindigen, blijkt hij te hebben gesolliciteerd voor de bewuste dienstbetrekking als lijnpiloot en die betrekking ook te hebben verkregen nog voordat hij een aanvraag had ingediend voor het verkrijgen van een verlof voor afwezigheid van lange duur wegens

  • Vonnis van Raad van State, 25 januari 2019

    In het door de verzoekende partijen voorgelegde vonnis van de Ondernemingsrechtbank wordt vastgesteld dat de tweede verzoekende partij geen enkele betwisting voert nopens het gevorderde (door de eerste verzoekende partij). De afwezigheid van elk verweer tegen de vordering en de minimale uitleg die er ter terechtzitting maar over verstrekt kan worden, geven te denken. De veroordeling tot het...

  • Vonnis van Raad van State, 11 januari 2019

    Verzoeker geeft niet concreet aan welke de mogelijke financiële of commerciële gevolgen voor hem zijn indien de kwestieuze gronden niet verworven worden. Hij verschaft geen enkel inzicht in zijn boekhoudkundige situatie en zijn activiteiten.

  • Vonnis van Raad van State, 8 januari 2019

    Verzoekster heeft na het instellen van de vordering tot schorsing bij UDN geen verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend. Opheffing schorsing. Na en ingevolge het schorsingsarrest heeft de verwerende partij aan verzoekster een A-attest verleend. Dit verantwoordt dat zij de gedingkosten draagt.

  • Vonnis van Raad van State, 18 december 2018

    Volgens de verzoekende partijen zou de verwerende partij na het verlijden van de notariële akte overgaan tot handelen, waardoor hun nadelen de facto definitief en onherstelbaar word. De betrokken notaris heeft aan de verwerende partij evenwel uitdrukkelijk laten weten dat niet over te gaan tot het verlijden van de akte totdat de RvS een beslissing heeft genomen. In die omstandigheid tonen...

  • Vonnis van Raad van State, 23 november 2018

    Verzoekers' opportuniteitskritiek op de door de verwerende partij bijgebrachte mobiliteitsstudie toont de spoedeisendheid niet aan. Deze studie geeft weliswaar aan dat een aanpassing van de oversteken en een voldoende aantal wachtzones zich opdringen, maar concludeert dat het overdreven zou zijn om te stellen dat de huidige verkeersopstelling gevaarlijk is. Verzoekers' kritiek overtuigt niet van...

  • Vonnis van Raad van State, 20 november 2018

    Het KB van 24 september 2013 (betreffende de evaluatie in het federaal openbaar ambt) is van toepassing op personeelsleden van het federaal openbaar ambt, niet op het wetenschappelijk personeel van de wetenschappelijke instellingen, noch op de mandaathouders. Daarnaast is de verwerende partij geen rechtspersoon die wordt bedoeld in art. 1, 3°, van de wet van 22 juli 1993 houdende bepaalde...

  • Vonnis van Raad van State, 16 oktober 2018

    Met een nietigverklaring wordt een bestuurshandeling met terugwerkende kracht ongedaan gemaakt tot op de dag waarop deze werd gesteld. Een vernietigingsarrest brengt de zaken weer in de toestand waarin ze zich bevonden juist vóór het nemen van de vernietigde beslissing, die geacht moet worden nooit te hebben bestaan. In casu heeft verzoeker een aanvraag ingediend om zijn mandaat na het bereiken...

  • Vonnis van Raad van State, 11 oktober 2018

    Gelet op de niet-ontvankelijkheid van het beroep tot nietigverklaring bij gebrek aan ontvankelijk middel, heeft het auditoraat terecht geoordeeld dat het geschil kan worden afgedaan met korte debatten in de zin van art. 93, eerste lid, van het algemeen procedurereglement.

  • Vonnis van Raad van State, 9 oktober 2018

    Het verzoekschrift dat de verwerende partij indiende na de ontvangst van het auditoraatsverslag waarin de nietigverklaring wordt geadviseerd, bevat geen vraag om met toepassing van art. 14ter van de RvS-wet welbepaalde gevolgen van het, in voorkomend geval, vernietigde besluit te handhaven. In die mate kan het dan ook geen gevolg sorteren. Een reden om het uit het debat te weren is dat evenwel...

  • Vonnis van Raad van State, 4 oktober 2018

    Zelfs zo wordt aangenomen dat de opgelegde lichte tuchtstraf een invloed kan hebben bij de beoordeling door de jury van het al dan niet geschikt zijn van verzoeker om te worden toegelaten tot de promotieopleiding HCP, neemt dat gegeven hoe dan ook niet weg dat verzoeker helemaal niet in concreto aannemelijk maakt dat hij, in het licht van de nog te nemen stappen en proeven waarvoor hij in de...

  • Vonnis van Raad van State, 28 september 2018

    Het algemene betoog van verzoekers dat er zich "ondertussen meer permanente bewoners [zullen] vestigen in het [bestreden] plangebied, met een dichtere bewoning tot gevolg en meer druk op het gebied van het bos" en er "ondertussen" "ook chalets in het bestreden PRUP [zullen] worden verkocht als zijnde permanente woonst\

  • Vonnis van Raad van State, 5 april 2018

    Verzoekster stelt dat zij een moreel nadeel lijdt ingevolge de bestreden beslissingen. Verzoekster argumenteert dat zij de slechtste van de vier vermeldingen ('onvoldoende') heeft gekregen. Dit toont op zich nog niet aan dat het resultaat van de procedure ten gronde niet kan worden afgewacht op straffe van onherroepelijke schadelijke gevolgen. Er wordt niet ingezien dat een eventuele...

  • Vonnis van Raad van State, 8 februari 2018

    Het betoog van verzoekers dat zij "geconfronteerd [worden] met een aanzienlijke waardevermindering van hun percelen\

  • Vonnis van Raad van State, 23 januari 2018

    Het bestreden beslissing tot het afsluiten van de betrokken doorgang (om het uitzonderlijk transport via de gemeenteweg van en naar de betoncentrale van verzoekende partij onmogelijk te maken en het probleem van snel rijdende vrachtwagens op te lossen), past in het "algemeen beleid" van de stad, die van mening is dat "geen groot en\/of zwaar vrachtverkeer thuishoort" op een...

  • Vonnis van Raad van State, 19 september 2017

    Een rechtstreekse band tussen de bestreden beslissing en de verhuis van een grote elektronicawinkel naar de kwestieuze site is allerminst evident, aangezien de beslissing tot het beëindigen van haar handelsovereenkomst op de huidige plaats door deze winkel werd genomen vóór de bestreden beslissing. De verzoekende partijen tonen daarnaast niet aan dat de financiële gevolgen die zij door de...

  • Vonnis van Raad van State, 19 september 2017

    De verzoekende partij verzet zich in hoofdzaak tegen de oprichting en de exploitatie van de kwestieuze rioolwaterzuiveringsinstallatie in de nabijheid van haar woning. De daarmee verband houdende hinder zijn een mogelijk rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van de voor deze installatie verleende stedenbouwkundige vergunning en\/of milieuvergunning, doch niet van de bestreden verklaring...

  • Vonnis van Raad van State, 18 juli 2017

    Er bestaat juridische zekerheid dat de thans BB niet zal worden uitgevoerd zolang de lopende asielprocedures niet zijn beëindigd. Er kan derhalve geen spoedeisendheid worden gevonden in de voorgehouden mogelijkheid van effectieve uitlevering alvorens uitspraak zou zijn gedaan over verzoekers lopende asielaanvragen. Verzoekers argument ter terechtzitting dat een schorsing van de tenuitvoerlegging...

  • Vonnis van Raad van State, 17 juli 2017

    Nu het op de percelen van de verzoekende partij toepasselijke stedenbouwkundige voorschrift bepaalt dat zolang de overdruk niet wordt benut, de grondkleur van toepassing is, wordt niet ingezien dat de tenuitvoerlegging van het GRUP "onmiddellijk" een kruis zou maken over de verdere activiteiten van de verzoekende partij en wordt het betoog dat de verzoekende partij niet langer een...

  • Vonnis van Raad van State, 13 juli 2017

    Indien verzoekster subsidies wenst te krijgen moet zij daartoe worden erkend overeenkomstig het jeugddecreet en zijn uitvoeringsbesluit. Verzoekster dient samen met haar beleidsnota een aanvraag in voor een variabele subsidie. De beleidsnota wordt onontvankelijk verklaard. Een beslissing over haar erkenning - of weigering ervan - is door verzoekster met de huidige vordering niet in debat gebracht

  • Vonnis van Raad van State, 7 juli 2017

    De verzoekende partij lijkt zich niet dienstig te kunnen beroepen op de beweerde schending van art. 46 van de gewone wet van 9 augustus 1980. Deze bepaling verwijst immers slechts naar de overeenstemming met de decreten en de reglementen van de Gemeenschappen of de Gewesten, terwijl het middel uitgaat van een gebrek aan overeenstemming met de bestaande federale regelgeving. In de mate dat de...

  • Vonnis van Raad van State, 4 juli 2017

    Een GRUP van 2009, dat de eerste uitbreiding van het bedrijfsterrein mogelijk maakt in de zone B en dat prima facie moet worden aanzien als een ander plan dan het bestreden GRUP, werd gekoppeld aan de ontwikkeling van een natuurherstelgebied in zone C. Het bestreden GRUP maakt de tweede uitbreiding van het bedrijfsterrein mogelijk door de integrale zone C te herbestemmen tot bedrijfszone. Bij de...

  • Vonnis van Raad van State, 4 juli 2017

    De verzoekende partijen stellen dat hun annulatieberoep ingevolge de eerdere vernietigingsarresten deels zonder voorwerp is geworden, en dat zij voor het overige niet meer aandringen op dit beroep en "zich terugtrekken". Zij vragen voorts zelf om, met toepassing van art. 30, § 5, vijfde lid, van de RvS-wet, hun annulatieberoep en hun schorsingsvordering in één en hetzelfde arrest te...

  • Vonnis van Raad van State, 29 juni 2017

    Verzoekers verschaffen geen enkel inzicht in de beweerde "bijkomende kost[en]\

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2017

    Volgens artikel 2.2.4, derde lid, van het DABM bepalen richtwaarden "het milieukwaliteitsniveau dat zoveel mogelijk moet worden bereikt of gehandhaafd". Deze bepaling laat niet toe dat de verw.p. bij de beoordeling van een individuele milieuvergunningsaanvraag de toepasselijke geluidsrichtwaarden compleet negeert. Het opleggen als bijzondere vergunningsvoorwaarde van een controlemeting &

  • Vonnis van Raad van State, 6 juni 2017

    De verwerende partij is zij op grond van het administratief statuut niet ertoe verplicht een personeelslid te ontslaan indien de totale periode van afwezigheid wegens ziekte de duur van zes maanden overschrijdt. Zij heeft dienaangaande een discretionaire bevoegdheid. Een discretionaire beslissing moet door coherente motieven worden gedragen. Is de overheid tot een bepaald opportuniteitsoordeel...

  • Vonnis van Raad van State, 19 mei 2017

    Met haar loutere betoog "dat niet kan worden uitgesloten" dat haar pand voor het einde van de annulatieprocedure na onteigening zal worden afgebroken, toont de verzoekende partij niet aan dat de dreiging van uitvoering van de infrastructuurwerken zo imminent zou zijn, dat een uitspraak over het beroep ten gronde niet voordien zou mogen worden verwacht.

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien