in Raad van State › Cassatie
in vLex België

1145 resultaten voor Raad van State › Cassatie

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, January 12, 2021

    Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het instellen van dat beroep maar ook gedurende de gehele procedure, tot op het ogenblik van de uitspraak. Het kan teloorgaan door omstandigheden die zich in de loop van het geding voordoen. Daarenboven moet een verzoeker wiens belang in de loop van het geding op grond van relevante gegevens in vraag wordt...

  • Vonnis van Raad van State, December 22, 2020

    Art. 4.2.22, § 1 VCRO bepaalt dat vergunningen een zakelijk karakter hebben en dat zij worden verleend onder voorbehoud van de op het onroerend goed betrokken burgerlijke rechten. Art. 144, eerste lid GW bepaalt dat geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid behoren van de rechtbanken. De RvVb oordeelt terecht dat het "noch het vergunningverlenend bestuur, noch de

  • Vonnis van Raad van State, November 26, 2020

    Overeenkomstig art. 4.3.1, § 2, eerste lid, 2°, VCRO houdt "het vergunningverlenende bestuursorgaan [\u0085] bij de beoordeling van het aangevraagde rekening met de in de omgeving bestaande toestand, doch het kan ook beleidsmatig gewenste ontwikkelingen met betrekking tot de aandachtspunten, vermeld in 1°, in rekening brengen". Het middel dat ervan uitgaat dat voormeld art. 4.3.1, § 2,

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Het bestreden arrest stelt onaantastbaar vast dat het college op zorgvuldige en niet kennelijk onredelijke wijze heeft vastgesteld dat de constructie op het ogenblik van de aanvraag door aanpassingen die niet door het vermoeden in art. 4.2.14 VCRO worden gedekt, een tot meergezinswoning gewijzigde ééngezinswoning met een handelsfunctie op de gelijkvloerse verdieping betreft. Het middel dat...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Het middel dat ervan uitgaat dat art. 4.7.23, § 2 en § 3 VCRO vormvoorwaarden zoals de ondertekening en de formele motivering, van de door de deputatie te nemen beslissing over het ingesteld beroep bepaalt, faalt naar recht. De prejudiciële vraag van verzoekster die daar tevens van uitgaat, is niet prejudicieel.

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    De bij art. 149 GW aan de rechter opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren heeft het karakter van een vormvereiste met beperkte draagwijdte. Een uitspraak is gemotiveerd wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redengeving uiteenzet - al ware die redengeving verkeerd of onwettig- die hem ertoe brengt de beslissing te nemen. Bij de beoordeling of art. 149 GW is...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Uit de overweging enerzijds ter verwerping van het verzoek van de verzoekende partij dat zij niet aannemelijk maakt dat de deputatie de sloop ook zonder concreet nieuwbouwproject zou hebben goedgekeurd, en het citaat anderzijds uit de bestreden vergunningsbeslissing van de deputatie, in het kader van de niet betwiste beoordeling van het eerste middel van de verzoekende partijen voor de RvVb, kan...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Het vergund geacht zijn in de artt. 4.2.14, § 2 en 5.1.3, § 2 VCRO geldt enkel voor bestaande constructies waarvan naar recht is aangetoond dat ze gebouwd werden in de periode vanaf 22 april 1962 tot de eerste inwerkingtreding van het gewestplan waarbinnen zij gelegen zijn, en naar recht niet is tegengesproken. Luidens art. 4.1.1, 3° VCRO is een constructie "een gebouw, een bouwwerk, een...

  • Vonnis van Raad van State, October 15, 2020

    Art. C1.1.1 en C1.1.2 van de stedenbouwkundige voorschriften van het GRUP handelen over de toegelaten bedrijvigheid en de inrichting ervan in het desbetreffende "gebied voor gemengde activiteiten". Het middel dat van de rechtsopvatting uitgaat dat "voorzieningen" in het eerste lid van art. C1.1.1 onderscheiden moeten worden van "activiteiten" in het laatste lid van...

  • Vonnis van Raad van State, September 30, 2020

    Naar luid van artikel 39\/59, § 2, tweede lid, van de vreemdelingenwet wordt het bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen ingestelde beroep verworpen "wanneer de verzoekende partij noch verschijnt noch vertegenwoordigd is". De verzending van de oproeping voor de terechtzitting met een ter post aangetekende brief naar de gekozen woonplaats van de betrokkene volstaat echter niet, het is

  • Vonnis van Raad van State, September 30, 2020

    De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de Raad van State moet niet enkel bestaan bij het...

  • Vonnis van Raad van State, June 23, 2020

    Art. 4.8.2, eerste lid, 3°, VCRO bepaalt dat de RvVb als administratief rechtscollege, bij wijze van arresten, uitspraak doet over de beroepen die worden ingesteld tot vernietiging van "registratiebeslissingen, zijnde bestuurlijke beslissingen waarbij een constructie als 'vergund geacht' wordt opgenomen in het vergunningenregister of waarbij dergelijke opname geweigerd wordt". De...

  • Vonnis van Raad van State, June 23, 2020

    In zoverre het middel de miskenning van de aan de RvVb voorgelegde akten aanvoert en het de RvS ertoe verplicht om na te gaan of die akten het bewijs van een feit bevatten, is het onontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, June 23, 2020

    Uit art. 11.4.1 van het inrichtingsbesluit blijkt dat para-agrarische bedrijven kunnen worden toegelaten in agrarisch gebied. Bij ontstentenis van nadere omschrijving ter zake, moet deze term in zijn spraakgebruikelijke betekenis worden begrepen. Daaronder moet worden verstaan bedrijven waarvan de activiteit onmiddellijk bij de landbouw in de ruime zin aansluit en erop afgestemd is. De RvVb gaat...

  • Vonnis van Raad van State, June 08, 2020

    De artt. 10 en 11 GW zijn gericht tot de wetgevende en uitvoerende macht. Zij betreffen niet de beslissingen van de rechter als zodanig. De rechter moet de hem voorgelegde geschillen beslechten aan de hand van de bestaande rechtsregels en algemene rechtsbeginselen. Het middel dat de schending aanvoert van de artt. 10 en 11 GW kan niet tot cassatie leiden.

  • Vonnis van Raad van State, June 08, 2020

    Luidens art. 3, § 2, 9° van het cassatieprocedurebesluit moet het verzoekschrift "een uiteenzetting van de cassatiemiddelen bevatten". Onder 'cassatiemiddel' moet een voldoende duidelijke omschrijving van de door het bestreden arrest geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel worden begrepen. Onder 'uiteenzetting' van het cassatiemiddel moet worden begrepen de wijze waarop die...

  • Vonnis van Raad van State, May 18, 2020

    "Schendt art. 4.8.11. §1, eerste lid, 3° VCRO de artikelen 10, 11, 13 en 23 van de Grondwet, gelezen in samenhang met de artikelen 6 en 9 van het verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden en het recht op toegang tot de rechter, gewaarborgd door art. 6 van het EVRM, in zoverre...

  • Vonnis van Raad van State, May 18, 2020

    Uit de overgangsmaatregel van art. 387, eerste lid, OVD volgt dat een aanvraag van een milieuvergunning leidt tot een beslissing bij toepassing van het milieuvergunningsdecreet. Deze overgangsmaatregel is geen decretale bepaling die een geschil over een milieuvergunning toekent aan een ander administratief rechtscollege, de RvVb, dan de RvS. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting,...

  • Vonnis van Raad van State, May 18, 2020

    Uit het bepaalde van artikel 37, § 2 DBRC volgt dat de RvVb na gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing uit kracht van wet bevoegd is om zijn arrest in de plaats te stellen van de nieuw te nemen beslissing als deze het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij. Het middel dat ervan uitgaat dat de RvVb deze bevoegdheid niet ambtshalve maar...

  • Vonnis van Raad van State, May 15, 2020

    De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de RvS moet niet enkel bestaan bij het instellen van...

  • Vonnis van Raad van State, May 11, 2020

    Bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning moet de overheid in de eerste plaats nagaan of de aanvraag bestaanbaar is met de bestemmingsvoorschriften vervat in de verordenende stedenbouwkundige voorschriften. Voorts dient de overheid na te gaan of de aanvraag verenigbaar is met de goede ruimtelijke ordening. De beoordelingsbevoegdheid waarover de vergunningverlenende overheid daartoe...

  • Vonnis van Raad van State, February 06, 2020

    De finaliteit van een cassatieberoep bestaat er in om een onwettige uitspraak van een administratief rechtscollege teniet te doen, waarna de zaak voor een nieuwe beoordeling aan het anders samengesteld rechtscollege wordt voorgelegd zodat de verzoeker in cassatie een nieuwe kans verwerft op een voor hem gunstiger uitspraak van dat rechtscollege. Het cassatieberoep waarin een cassatiemiddel wordt...

  • Vonnis van Raad van State, February 06, 2020

    Art. 86 van het gemeentewegendecreet dat bepaalt dat naast de rooilijnplannen. Het komt aan de bestuursrechter toe na te gaan of de procedure, voorzien in de artt. 27 en 28 van de buurtwegenwet, voor de in het verleden vergunde verbreding van deze buurtwegen, werd nageleefd.

  • Vonnis van Raad van State, February 04, 2020

    Luidens art. 33, § 1, eerste lid, van de wet van 1 augustus 1985 wordt het bedrag van de hulp naar billijkheid bepaald. Binnen de door art. 33, § 2, van dezelfde wet gestelde grenzen, bepaalt de commissie op onaantastbare wijze de hoogte van de toe te kennen financiële hulp die zij in verhouding acht tot de door verzoeker geleden schade. Het middel dat ervan uitgaat dat het bedrag moet worden...

  • Vonnis van Raad van State, January 30, 2020

    Bij besluit van 26 oktober 2017 wordt een eerdere vergunningsbeslissing ingetrokken en een nieuwe vergunning afgeleverd. Door de intrekking van de binnen de termijn in art. 4.7.23, § 2, VCRO genomen vergunningsbeslissing wordt de deputatie fictief teruggeplaatst in de situatie van vóór de ingetrokken vergunningsbeslissing. Het bestreden arrest besluit dat de beslissing van 26 oktober 2017 voor...

  • Vonnis van Raad van State, January 16, 2020

    Luidens de historisch toepasselijke versie van art. 4.7.1, § 1, 2°, VCRO moet de bijzondere procedure gevolgd worden voor handelingen van algemeen belang en voor aanvragen ingediend door publiekrechtelijke rechtspersonen. De rechtsopvatting dat de bijzondere procedure moet worden gevolgd wanneer de vergunningsaanvraag van een publiekrechtelijk rechtspersoon integraal handelingen van algemeen...

  • Vonnis van Raad van State, December 17, 2019

    Het enkele feit dat de deputatie partij was in de procedure voor de RvVb volstaat om haar belang te verantwoorden bij het instellen van cassatieberoep tegen het bestreden arrest. Hetgeen de verwerende partijen aanvoeren vermag daar geen afbreuk aan te doen.

  • Vonnis van Raad van State, November 21, 2019

    Het bestreden arrest overweegt dat de verzoekende partij in cassatie bemiddeling vraagt en dat er "geen akkoord van de procespartijen hierover" is. Het bestreden arrest stelt aldus de ontstentenis van een gezamenlijk verzoek van de partijen voor een bemiddeling vast en dat er evenmin een akkoord tussen de partijen is over een bemiddeling. De RvVb wijst met een duidelijke en...

  • Vonnis van Raad van State, November 14, 2019

    Overeenkomstig art. 4.2.14, §4, VCRO kan niet worden teruggekomen op in kracht van gewijsde gegane rechterlijke beslissingen die het vergund karakter van een constructie tegenspreken. Dit heeft betrekking op de periode voor de opname van de betrokken constructie als vergund geacht in het vergunningenregister. Derhalve moest de verwerende partij in haar onderzoek naar het vergund geacht karakter...

  • Vonnis van Raad van State, October 24, 2019

    De kwalificatie van een stedenbouwkundige vergunningsaanvraag voor de bouw van meerdere woningen tot groepswoningbouw vereist een omstandige oordeelsvorming van het vergunningverlenende bestuursorgaan.

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien