in Raad van State › Cassatie
in vLex België

1091 resultaten voor Raad van State › Cassatie

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 13 december 2018

    Het bestreden arrest aanvaardt het belang omdat de verzoekende partijen voor de RvVb eigenaar zijn van de aanpalende woning en de aantasting van het woon- en leefklimaat aanvoeren van de woning en dus niet van henzelf, nu zij die woning niet zelf bewonen, wat niet tot gevolg heeft dat het vereiste persoonlijke karakter ontbeert. Verder stelt het bestreden besluit dat de verzoekende partijen als...

  • Vonnis van Raad van State, 13 december 2018

    Het middel dat ervan uitgaat dat het bruto-bouwvolume van de "overige constructies" bedoeld in art. 4.1.1, 7°, VCRO gemeten wordt met uitsluiting van de in die bepaling bedoelde fysisch aansluitende aanhorigheden van deze constructies, faalt naar recht.

  • Vonnis van Raad van State, 22 november 2018

    Gelet op art. 4.1.1, 2°, VCRO dient voor de berekening van het bouwvolume de aanhorigheid bij het hoofdgebouw die daarmee in bouwtechnisch opzicht een rechtstreekse aansluiting of daarbij steun vindt, gevoegd te worden. Het bouwvolume van het geheel is het gemeten bruto-bouwvolume met inbegrip van buitenmuren en dak, zonder dakoversteken en schouwen. Derhalve schendt het bestreden arrest deze...

  • Vonnis van Raad van State, 14 november 2018

    Het bestreden arrest overweegt dat het onontvankelijk bevinden van een administratief beroep dient te worden beschouwd als een aanvechtbare vergunningsbeslissing.

  • Vonnis van Raad van State, 10 oktober 2018

    Door aan te nemen dat, wat de belangenafweging in het licht van artikel 74\/13 van de vreemdelingenwet betreft, een uitdrukkelijke motivering in de aanvankelijk bestreden bevelen om het grondgebied te verlaten is vereist en enkel op grond van het ontbreken van dergelijke motivering een schending van artikel 74\/13 van de vreemdelingenwet aan te nemen, na nochtans te hebben vastgesteld dat uit de...

  • Vonnis van Raad van State, 26 september 2018

    De verzoekende partij betwist niet dat bij het nemen van de aanvankelijk bestreden beslissing een belangenafweging moest gebeuren in het licht van artikel 8 EVRM, meer bepaald rekening houdend met het schijnhuwelijk van huidige verweerder enerzijds en diens privéleven anderzijds. Met de vaststellingen dat noch uit de aanvankelijk bestreden beslissing noch uit het administratief dossier blijkt dat

  • Vonnis van Raad van State, 26 september 2018

    Het komt de aanvrager zelf toe om een aanvraag op grond van artikel 9ter van de vreemdelingenwet te actualiseren met recentere relevante stukken betreffende de medische toestand indien hij daarover beschikt. Die bepaling wordt echter niet geschonden door te oordelen dat het bestuur een bijkomend relevant medisch stuk betreffende de aanvrager moet betrekken bij de behandeling van de aanvraag...

  • Vonnis van Raad van State, 26 september 2018

    De RvS vermag als administratieve cassatierechter niet de beoordeling door de RvV van het al dan niet zorgvuldig onderzoek door de verzoekende partij bij het nemen van de aanvankelijk bestreden beslissing over te doen. Hij vermag desgevraagd wel vast te stellen dat de bewijskracht van een stuk is geschonden wanneer de eerste rechter aan een stuk een uitlegging geeft die niet verenigbaar is met de

  • Vonnis van Raad van State, 31 mei 2018

    Uit art. 4.3.1, § 1, eerste lid, 1°, a) VCRO volgt dat een vergunningverlenende overheid bij de beoordeling van een aanvraag die in een RUP is gelegen, gebonden is door de voorschriften van het RUP tenzij daar op geldige wijze van wordt afgeweken. De deputatie is er dan ook toe gehouden om art. 1.2.1 van het gemeentelijk RUP toe te passen bij het beoordelen van een vergunningsaanvraag en aan de...

  • Vonnis van Raad van State, 31 mei 2018

    Het middel dat ervan uitgaat dat het bestreden arrest aanneemt dat de deputatie in de eerste fase van haar onderzoek in het kader van art. 4.2.14 VCRO toegelaten wordt dat "bewijzen [\u0085] tegen elkaar 'afgewogen' [\u0085] mogen worden\

  • Vonnis van Raad van State, 24 mei 2018

    Door aan te nemen dat de in art. 4.8.11, § 1, eerste lid, 3°, VCRO rechtstreekse of onrechtstreekse hinder of nadelen die door de bestreden vergunningsbeslissing kunnen worden ondervonden, "een stedenbouwkundige inslag" moeten hebben, wordt de toegang tot de RvVb voor het betwisten van deze vergunningsbeslissing wegens strijdigheid met bepalingen van het in art. 9.3 van het Verdrag van

  • Vonnis van Raad van State, 24 mei 2018

    Uit de parlementaire voorbereidingen blijkt dat art. 16 van het Rooilijnendecreet een bouwverbod bepaalt in gevallen die de realisatie van een rooilijn in de weg staat en dat de bestaande uitzondering dat een vergunning of machtiging toch kan worden verleend wanneer uit de adviezen van de bevoegde instanties blijkt dat de uitvoering van de rooilijn niet binnen vijf jaar na afgifte van de...

  • Vonnis van Raad van State, 8 mei 2018

    Art. 4.4.23, eerste lid, VCRO, in zijn toepasselijke versie, bepaalt dat het vergunningverlenende bestuursorgaan bij het verlenen van een stedenbouwkundige vergunning die betrekking heeft op een vergunningsplichtige functiewijziging van een gebouwencomplex, mag afwijken van de bestemmingsvoorschriften voor zover voldaan is aan onder meer de voorwaarde dat het gebouwencomplex op het ogenblik van...

  • Vonnis van Raad van State, 8 mei 2018

    De verzoekende partij voert een enig middel aan dat teruggaat op de gegrondverklaring door de RvVb van het eerste middel van de verwerende partij. De GSA aan wie met het bestreden arrest het bevel is gegeven om een nieuwe beslissing te nemen over de vergunningsaanvraag van de verzoekende partij, mag bij het nemen van een nieuwe beslissing het te dezen bekritiseerde vernietigingsmotief dan ook...

  • Vonnis van Raad van State, 8 mei 2018

    De statuten van de verzoekende partij voor de MHHC, die bij het verzoekschrift waren gevoegd, bepalen dat het optreden in rechte namens de vereniging wordt verricht door de raad van bestuur. Bij het verzoekschrift was eveneens een door de gedelegeerde bestuurder ondertekende verklaring gevoegd, waarin wordt bevestigd dat de raad van bestuur, tijdig, heeft beslist om tegen de administratieve...

  • Vonnis van Raad van State, 26 april 2018

    De vernietiging door de RvS van een in beroep genomen beslissing over een milieuvergunningsaanvraag, heeft tot gevolg dat de administratieve beroepsprocedure tegen de in eerste aanleg genomen beslissing moet worden hernomen. De administratieve beroepsinstantie is derhalve verplicht om na een vernietigingsarrest een nieuwe beslissing te nemen over het ingediende beroep. Het in art. 24, § 3, van...

  • Vonnis van Raad van State, 26 april 2018

    Overeenkomstig art. 52, § 1, van het algemeen procedurereglement samengelezen met de artt. 26, 41, 43 en 49 van het cassatieprocedurereglement dient het verzoekschrift tot tussenkomst te worden ingediend uiterlijk binnen een termijn van dertig dagen na de ontvangst van de beschikking bedoeld in art. 48 van het cassatieprocedurereglement. De verzoeker tot tussenkomst heeft de beschikking ontvangen

  • Vonnis van Raad van State, 26 april 2018

    Het middel gaat terug op de gegrondverklaring door de RvVb van het middel van het college waarin de schending wordt aangevoerd van het gewestplan, art. 6.1.2.3 van het inrichtingsbesluit, en de materiële- en formelemotiveringsplicht. Het middel van het college moet overeenkomstig de toepasselijke versie van art. 4.8.9 VCRO geacht worden de openbare orde aan te belangen.

  • Vonnis van Raad van State, 12 april 2018
  • Vonnis van Raad van State, 22 maart 2018

    De geldigheidsduur van de verkavelingsvergunning werd beperkt bij wet van 22 december 1970 die voor de in art. 7.5.4 VCRO bedoelde verkavelingsvergunningen voorzag in een overgangsregeling. De uitzonderingsregeling in art. 7.5.5 VCRO slaat op de kavel of kavels van de vervallen verkavelingsvergunning waarvoor de overheid na het verval één van de bedoelde handelingen heeft gesteld. Door aan te...

  • Vonnis van Raad van State, 8 maart 2018

    De RvVb vernietigde de beslissing van de verzoekende partij tot verwerping van het beroep tegen de aan de tussenkomende partij afgegeven regularisatievergunning. Naar aanleiding van deze vernietiging moet de verzoekende partij zich opnieuw over het beroep uitspreken binnen de vervaltermijn van drie maanden. Bij gebrek aan een beslissing binnen de termijn, wordt het beroep geacht te zijn verworpen.

  • Vonnis van Raad van State, 29 juni 2017

    Artikel 35 van richtlijn 2004\/38 is in het Belgische recht omgezet door artikel 42septies van de vreemdelingenwet. De verweerders laten niet gelden dat de omzetting niet of onvolledig is gebeurd zodat zij zich niet rechtstreeks op deze richtlijnbepaling kunnen beroepen.

  • Vonnis van Raad van State, 29 juni 2017

    De RvV heeft in het bestreden arrest ten onrechte geoordeeld dat verweerster moest worden beschouwd als familielid van een burger van de Unie en onder de toepassing blijft vallen van artikel 42septies van de vreemdelingenwet voor wat de gebeurlijke beëindiging van haar verblijfsrecht betreft. Het voornoemde artikel 42septies is immers enkel van toepassing op familieleden van een burger van de...

  • Vonnis van Raad van State, 29 juni 2017

    Artikel 42quater, § 1, 5°, tweede lid van de vreemdelingenwet houdt een ruime appreciatiebevoegdheid in voor het bestuur. Het bestuur dient bij het nemen van dergelijke beslissing rekening te houden met de mate van integratie, met name of deze, al dan niet samen met andere opgesomde factoren, van die aard is dat zij zich verzet tegen een beslissing tot beëindiging van het verblijfsrecht. De...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2017

    De termijn voor vrijwillige uitvoering van het bevel om het grondgebied te verlaten houdt in dat geen gedwongen verwijdering mogelijk is maar impliceert geenszins dat de vreemdeling gedurende die termijn wettig op het grondgebied verblijft. Hieruit vloeit voort dat de bij een bevel om het grondgebied te verlaten gegeven termijn om vrijwillig gevolg te geven aan dit bevel slechts een...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2017

    Op het ogenblik van de aanvraag gezinshereniging ingediend door eerste verzoeker.p. in functie van haar minderjarig kind, beschikte dat kind nog niet over de Belgische nationaliteit. Uit de latere erkenning volgt geenszins dat het kind met terugwerkende kracht als Belg moet worden beschouwd. Al werkt de erkenning retroactief voor wat betreft de afstamming van het erkende kind, er kunnen niet...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2017

    Artikel 3 van het EVRM houdt geen bijzondere motiveringsplicht in.

  • Vonnis van Raad van State, 12 juni 2017

    Er is geen aanleiding om de door verzoekster voorgestelde prejudiciële vragen te stellen vermits uit het antwoord van het Hof van Justitie van de Europese Unie in zijn arrest van 17 maart 2016 in de zaak nr. C-161\/15 blijkt dat het aan de nationale rechter staat om te oordelen of de ingeroepen schending van het hoorrecht al dan niet van openbare orde is, hetgeen te dezen niet het geval is. De...

  • Vonnis van Raad van State, 8 juni 2017

    Overeenkomstig art. 4.2.24, § 1, VCRO, in zijn toepasselijke versie, worden bij de beoordeling van een regularisatieaanvraag de actuele regelgeving, stedenbouwkundige voorschriften en eventuele verkavelingsvoorschriften als uitgangspunt genomen. Door te beslissen dat de argumentatie van de verzoekende partijen niet tot het besluit leidt dat hun aanvraag niet dient te voldoen aan de vereisten van...

  • Vonnis van Raad van State, 8 juni 2017

    Door aan te nemen dat het administratief beroepschrift werd ingediend door de architect namens specifieke derden, geeft de RvVb geen uitlegging aan deze akte die met de bewoordingen ervan, meer bepaald dat de architect optreedt als "vertrouwenspersoon-raadgever-architect\

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien