in Raad van State › Arrest
in vLex België

18127 resultaten voor Raad van State › Arrest

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 26 februari 2019

    De beperkte bereikbaarheid met het openbaar vervoer, volstaat niet om de onwettigheid van het bestreden besluit aan te tonen. Het ICD gaat uitvoerig in op alle aspecten die verband houden met de mobiliteit en de bereikbaarheid van het nieuwe handelscomplex en besluit na afweging daarvan dat het gevraagde voor vergunning in aanmerking komt. De omstandigheid dat het college van burgemeester en...

  • Vonnis van Raad van State, 19 februari 2019

    Er wordt niet aangetoond dat de bestreden beslissing de rechtstoestand van de verzoekende partij zou wijzigen, waardoor deze haar niet betekend diende te worden. Wat de feitelijke kennisname van de inhoud van de bestreden beslissing door de verzoekende partij betreft, wordt vooreerst vastgesteld dat haar bestuurder en de gedelegeerd bestuurder bij de stemming over de bestreden beslissing...

  • Vonnis van Raad van State, 19 februari 2019

    De verwerende partij beperkt de vraag of zij inzake de vaststelling van representativiteit van de verzoekende partij slechts over een gebonden bevoegdheid beschikt, tot de (naleving van de) termijn die voorgeschreven wordt door art. 9, tweede lid, van het KB van 8 februari 2001 inzake het indienen van een aanvraag. Die zienswijze lijkt echter al te beperkt. Daargelaten nog dat de verzoekende...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De verzoekende partijen voeren de schending van de materiëlemotiveringsplicht aan omdat de motivering van de verwerping van hun bezwaar niet strookt met de realiteit van het dossier en niet overeenstemt met de inhoud van het bezwaar. In het auditoraatsverslag wordt geoordeeld dat het dossier geen enkel stuk bevat waaruit blijkt dat de bezwaren van de verzoekende partijen daadwerkelijk werden...

  • Vonnis van Raad van State, 15 februari 2019

    De RvS vernietigde de eerdere vergunning omdat deze tot stand gekomen is met schending van het onpartijdigheidsbeginsel, gelet op de verbintenissen die de verwerende partij is aangegaan in een convenant. Door het besluitvormingsproces te hernemen zonder het NSECD opnieuw om advies te vragen - met inbegrip van de uitnodiging door dit comité van de aangrenzende gemeenten in toepassing van art. 7, §

  • Vonnis van Raad van State, 7 februari 2019

    De verw partij vermocht niet aan de vraag van de provinciale dienst Waterlopen en de Procoro naar een planologische oplossing voor de watergevoeligheid van het kwestieuze deelgebied - problematiek waarop eerder ook de gemeente in haar ongunstig advies had gewezen - voorbij te gaan. Door dit toch te doen, schendt zij het zorgvuldigheidsbeginsel en art. 8 DIWB. Dat "een uitbreiding van de...

  • Vonnis van Raad van State, 7 februari 2019

    De met de bestaande waterproblematiek verbonden nadelen betreffen evident geen rechtstreeks gevolg van de tenuitvoerlegging van het bestreden besluit. De onmiddellijke schorsing van het bestreden besluit vermag die reeds bestaande nadelen niet te verhelpen.

  • Vonnis van Raad van State, 5 februari 2019

    De opgelegde tuchtstraf van het ontslag van ambtswege heeft voor verzoeker ingrijpende gevolgen op materieel-financieel vlak. Het kan bezwaarlijk worden betwist dat het volledig wegvallen van verzoekers maandelijks beroepsinkomen op een wezenlijke wijze zijn levensstandaard aantast en dat het volledig verlies van wedde hem in een moeilijke financiële situatie zal plaatsen. Verzoeker maakt voorts...

  • Vonnis van Raad van State, 31 januari 2019

    De tenuitvoerlegging van de bestreden beslissing heeft niet tot gevolg dat verzoekers opleiding wordt beëindigd, noch dat het hem onmogelijk wordt gemaakt die opleiding te voltooien. Deze beslissing houdt enkel in dat hij geen vrijstelling krijgt van deelname aan het volhardingskamp. De eindjury kan die de opleiding op elk ogenblik stopzetten met een gemotiveerde beslissing, waartegen verzoeker...

  • Vonnis van Raad van State, 31 januari 2019

    De feitenrechter oordeelt soeverein over de bewijswaarde van de door een partij overgelegde stukken. In het bestreden arrest wordt niet enkel aangehaald dat in Afghanistan op grote schaal wordt gefraudeerd met dergelijke documenten en dat ze er eenvoudigweg illegaal en tegen betaling kunnen worden verkregen, maar ook dat "verzoekers asielrelaas en vrees reeds ongeloofwaardig is bevonden en...

  • Vonnis van Raad van State, 31 januari 2019

    Voor zover de verwerende partij gewag maakt van "haar beperkte financiële middelen" brengt zij geen enkel concreet gegeven aan dat aantoont dat de tenlastelegging van een rechtsplegingsvergoeding ten bedrage van het door verzoekster gevorderde basisbedrag van 700 euro, haar financiële draagkracht zou overstijgen of onredelijk zou belasten. Er blijkt dan ook geen reden om het aan...

  • Vonnis van Raad van State, 29 januari 2019

    Het zorgvuldigheidsbeginsel houdt in dat het bestuur zijn beslissing op zorgvuldige wijze moet voorbereiden. Dit impliceert dat de beslissing dient te steunen op werkelijk bestaande en concrete feiten die met de vereiste zorgvuldigheid werden vastgesteld. De overheid is onder meer verplicht om zorgvuldig te werk te gaan bij de voorbereiding van de beslissing en de feitelijke en juridische...

  • Vonnis van Raad van State, 28 januari 2019

    Voor zover verzoeker de onherroepelijke schade situeert in de omstandigheid dat hij zijn dienstbetrekking als lijnpiloot onmiddellijk zal moeten beëindigen, blijkt hij te hebben gesolliciteerd voor de bewuste dienstbetrekking als lijnpiloot en die betrekking ook te hebben verkregen nog voordat hij een aanvraag had ingediend voor het verkrijgen van een verlof voor afwezigheid van lange duur wegens

  • Vonnis van Raad van State, 25 januari 2019

    In het door de verzoekende partijen voorgelegde vonnis van de Ondernemingsrechtbank wordt vastgesteld dat de tweede verzoekende partij geen enkele betwisting voert nopens het gevorderde (door de eerste verzoekende partij). De afwezigheid van elk verweer tegen de vordering en de minimale uitleg die er ter terechtzitting maar over verstrekt kan worden, geven te denken. De veroordeling tot het...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    De RvS heeft reeds in de voorgaande procedures vastgesteld dat twee eerder opgestelde geurstudies grondige verschillen vertonen, waarvoor geen deugdelijke verklaring wordt bijgebracht. Het eigen controle-onderzoek uitgevoerd door de afdeling Milieuvergunningen betreft geen eigen geurstudie of controle ter plaatse. Nog daargelaten of de gegeven verklaring van de grondige verschillen tussen de twee

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    Uit het dossier blijkt dat de enige ontsluitingsweg voor de vergunde inrichting loopt langsheen het perceel van verzoeker, dat op een afstand van 200 meter ligt. Verzoeker maakt aannemelijk dat hij wel degelijk hinder kan ondervinden van de uitbating als gevolg van de milieuvergunning voor het veranderen en uitbreiden van een rundveebedrijf. De hoedanigheid van eigenaar van het perceel dat in de...

  • Vonnis van Raad van State, 24 januari 2019

    De algemene regel voor de samenstelling van beroepsinstanties van art. 2, §1 van het KB 14 oktober 2013 is,, luidens de toelichting aan de Koning, enkel van toepassing bij gebrek aan specifieke regels, en wijkt dus af in het geval van de §§ 2 en 3 die zulke specifieke regels bevatten (lex specialis derogat generalibus). Dit geldt des te meer nu op de toepassing van §1 getalmatig niet mogelijk is...

  • Vonnis van Raad van State, 23 januari 2019

    Art. 28 BWRO bepaalt dat "[a]lle bepalingen van het gewestelijk bestemmingsplan [...] bindende kracht en verordenende waarde [hebben]". De artt. 0.7 en 15 GBP leggen een uitdrukkelijk verband tussen de toegestane handelingen en werken en de bestemming bosgebied. De aanleg en het gebruik van een parking voor motorvoertuigen die voor langere periodes zo niet hoofdzakelijk bestemd is voor...

  • Vonnis van Raad van State, 18 januari 2019

    Verzoeker heeft als "belanghebbende derde" in de zin van art. 28 van het rooilijndecreet een administratief beroep tegen het eerste bestreden besluit (goedkeuring rooilijnplan) ingediend, dat met het tweede bestreden besluit wordt verworpen. Het gemis aan belang in hoofde van verzoeker bij huidig beroep wordt niet aangetoond.

  • Vonnis van Raad van State, 18 januari 2019

    Noch de verwerende partij, noch de tussenkomende partijen, hebben, na het schorsingsarrest, een verzoek tot voortzetting van de rechtspleging ingediend. Zij hebben tegen de beoordeling in het schorsingsarrest klaarblijkelijk niets in te brengen. Ook de RvS ziet geen reden om de onwettigheden die in het schorsingsarrest voorlopig zijn vastgesteld, uiteindelijk niet ook ten gronde bij te vallen....

  • Vonnis van Raad van State, 17 januari 2019

    Zodra verzoeker kennis kreeg van de BB wist hij of moest hij weten dat de in het verzoekschrift uiteengezette volgens hem uiterst nadelige gevolgen van de tenuitvoerlegging - en dus ook de aangevoerde ernstige en onherroepelijke financiële impact ervan op zijn bestaan - zich onmiddellijk vanaf die kennisneming zullen voordoen. De UDN is derhalve bij de kennisgeving van de BB ontstaan. Het...

  • Vonnis van Raad van State, 17 januari 2019

    Bindende en verordenende stedenbouwkundige voorschriften beletten niet dat sectorale wetgeving, zoals te dezen het bosdecreet, impact kan of mag hebben op de realiseerbaarheid van deze voorschriften. In bepaalde gevallen kan sectorale wetgeving er dus toe leiden dat de bestemming vastgelegd bij toepassing van wetgeving op de ruimtelijke ordening niet kan worden gerealiseerd.

  • Vonnis van Raad van State, 15 januari 2019

    Aan verzoeker wordt op grond van art. 134sexies Nieuwe Gemeentewet een plaatsverbod opgelegd. Volgens verzoeker is er UDN omdat hij zich met het openbaar vervoer naar school begeeft en hij daar nu niet meer kan geraken. Het aangevoerde nadeel is achterhaald, nu verzoeker zich nog vóór het instellen van de voorliggende vordering uit de school liet uitschrijven. Dat hij dit deed om te vermijden dat

  • Vonnis van Raad van State, 11 januari 2019

    Verzoeker geeft niet concreet aan welke de mogelijke financiële of commerciële gevolgen voor hem zijn indien de kwestieuze gronden niet verworven worden. Hij verschaft geen enkel inzicht in zijn boekhoudkundige situatie en zijn activiteiten.

  • Vonnis van Raad van State, 11 januari 2019

    Het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging houdt in dat de tuchtrechtelijk vervolgde persoon het recht heeft om vrij zijn verdediging te organiseren zoals hij dat verkiest. Hij beschikt aldus in het bijzonder over het recht te zwijgen en stil te zitten in de eigen zaak (Arbitragehof 25 januari 2001, nr. 4\/2001, punt B.5.5.), alsook over het recht om de feiten

  • Vonnis van Raad van State, 8 januari 2019

    De verzoekende partijen stellen ten onrechte (de verplichting tot) het "afbakenen" van een functie gelijk met (de verplichting tot) het bouwen van een gebouw dat voor die functie bestemd is. De in de bindende bepaling van het GRS gebruikte woorden "afbakenen van de centrumfuncties" moeten worden begrepen als het op een grafisch plan intekenen van zones waarin die functies...

  • Vonnis van Raad van State, 8 januari 2019

    De vordering tot schorsing is gericht tegen het afsplitsbare deel van de intrekkingsbeslissing waarbij de beslissing om voor de invulling van het ambt van algemeen directeur in eerste instantie alleen de zittende functiehouders in aanmerking te nemen, wordt ingetrokken. Verzoeker is één van de zittende functiehouders. Hij heeft er belang bij om die regeling behouden te zien. De omstandigheid dat...

  • Vonnis van Raad van State, 8 januari 2019

    Verzoekster heeft na het instellen van de vordering tot schorsing bij UDN geen verzoekschrift tot nietigverklaring ingediend. Opheffing schorsing. Na en ingevolge het schorsingsarrest heeft de verwerende partij aan verzoekster een A-attest verleend. Dit verantwoordt dat zij de gedingkosten draagt.

  • Vonnis van Raad van State, 19 december 2018

    Het samenwerkingsakkoord tussen het Vlaamse Gewest, het Waalse Gewest en het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest van 4 juli 1994 betreffende de uitwisseling van informatie over projecten met gewestgrensoverschrijdende milieueffecten heeft betrekking op de uitwisseling van informatie over projecten met gewestgrensoverschrijdende milieueffecten. De kritiek slaat op het feit dat overheden die dat...

  • Vonnis van Raad van State, 18 december 2018

    Volgens de verzoekende partijen zou de verwerende partij na het verlijden van de notariële akte overgaan tot handelen, waardoor hun nadelen de facto definitief en onherstelbaar word. De betrokken notaris heeft aan de verwerende partij evenwel uitdrukkelijk laten weten dat niet over te gaan tot het verlijden van de akte totdat de RvS een beslissing heeft genomen. In die omstandigheid tonen...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien