in Raad van State › Arrest
in vLex België

18299 resultaten voor Raad van State › Arrest

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 17 juni 2020

    Uit de artt. 2 en 3 van de motiveringswet volgt dat het bestreden besluit de motieven moet vermelden op grond waarvan de vergunningverlenende overheid van oordeel is dat een opvangcentrum voor dieren verenigbaar is met de bestemming van landschappelijk waardevol agrarisch gebied. Deze motiveringsplicht geldt des te meer nu de verzoekende partijen in hun beroepschriften tegen de in eerste aanleg...

  • Vonnis van Raad van State, 17 juni 2020

    Een voor een gemeentelijk BBP opgemaakt plan-MER en de "niet-technische samenvatting" van een milieueffectbeoordeling van een BBP zijn een voor het publiek bestemde mededeling van een plaatselijke dienst in de zin van art. 18 van de bestuurstaalwet. Door tijdens het openbaar onderzoek geen in het Nederlands gesteld plan-MER ter inzage te leggen heeft de gemeente art. 18 van de...

  • Vonnis van Raad van State, 10 juni 2020

    Naast de in haar statuten opgenomen doelstellingen, streeft de verzoekende partij nog andere doelstellingen na. Dit verandert niets aan het feit dat het aanvechten van de bestreden omzendbrief past binnen de statutaire doelstellingen, waarvan niet blijkt dat de verzoekende partij ze niet meer werkelijk zou nastreven. Het is aannemelijk dat de bestreden omzendbrief in voorkomend geval op een...

  • Vonnis van Raad van State, 8 juni 2020

    De artt. 10 en 11 GW zijn gericht tot de wetgevende en uitvoerende macht. Zij betreffen niet de beslissingen van de rechter als zodanig. De rechter moet de hem voorgelegde geschillen beslechten aan de hand van de bestaande rechtsregels en algemene rechtsbeginselen. Het middel dat de schending aanvoert van de artt. 10 en 11 GW kan niet tot cassatie leiden.

  • Vonnis van Raad van State, 8 juni 2020

    Het onpartijdigheidsbeginsel houdt voor de organen van het actief bestuur in dat zij zich moeten onthouden van deelname aan een besluitvormingsproces met betrekking tot aangelegenheden waarin zij zelf een rechtstreeks en persoonlijk belang hebben. Het persoonlijk en rechtstreeks belang kan ook de vorm aannemen van een moreel belang. Van een moreel belang is sprake wanneer één of meer leden van de

  • Vonnis van Raad van State, 8 juni 2020

    Luidens art. 3, § 2, 9° van het cassatieprocedurebesluit moet het verzoekschrift "een uiteenzetting van de cassatiemiddelen bevatten". Onder 'cassatiemiddel' moet een voldoende duidelijke omschrijving van de door het bestreden arrest geschonden rechtsregel of rechtsbeginsel worden begrepen. Onder 'uiteenzetting' van het cassatiemiddel moet worden begrepen de wijze waarop die...

  • Vonnis van Raad van State, 4 juni 2020

    In het arrest waarbij de schorsingsvordering wordt verworpen, wordt in het dictum melding gemaakt van een vraag die aan het Grondwettelijk Hof zal worden gesteld. In de finale overweging van dat arrest is vermeld dat, ten gevolge van de verwerping van de vordering tot schorsing, verzoeker zich erover zal moeten beraden of hij de voortzetting van de procedure vraagt. Dit laatste betreft een...

  • Vonnis van Raad van State, 3 juni 2020

    De kritiek dat de bestreden beslissingen niet aangeven waarom het openbaar nut thans niet meer hetzelfde is als voor het onteigeningsplan van 2014, is niet van aard om deze beslissingen te vitiëren. Voornoemd plan betreft immers een vorige onteigeningsprocedure, die door de vrederechter werd afgewezen. Het volstaat dat de bestreden beslissingen met betrekking tot het openbaar nut van het huidige...

  • Vonnis van Raad van State, 3 juni 2020

    De verzoekende partij acht de stedenbouwkundige voorschriften van het bestreden gemeentelijk RUP in strijd met de zonevreemde basisrechten van de VCRO. De plannende overheid heeft er uitdrukkelijk voor geopteerd om niet van de basisrechten van de VCRO af te wijken. De verwijzing naar §2.12 is zinledig, nu het definitief vastgestelde gemeentelijk RUP geen dergelijke paragraaf bevat. Met de...

  • Vonnis van Raad van State, 3 juni 2020

    Het bestreden besluit steunt op de vaststelling van de gemeenteraad dat verzoekers aanvraag -niet zoals de toepasselijke bindende bepaling van het RUP eist louter strekt tot afwerking, op normale wijze, van het bebouwingspatroon van de onmiddellijke omgeving, maar ervan afwijkt. Verzoeker overtuigt er niet van dat het oordeel van de gemeenteraad de grenzen van de redelijkheid te buiten zou gaan...

  • Vonnis van Raad van State, 3 juni 2020

    Het onderzoek naar de plan-MER-plicht, met toepassing van de criteria "klein gebied op lokaal niveau" of "kleine wijziging\

  • Vonnis van Raad van State, 27 mei 2020

    De overeenstemming van vergunningsaanvragen met de bestreden structuurschets zal worden nagegaan. Het bestreden besluit is dan ook van aard de rechtstoestand van de betrokken terreinen te wijzigen, zodat het besluit als zodanig voorkomt als een aanvechtbare handeling.

  • Vonnis van Raad van State, 26 mei 2020

    In casu beschikt verzoekster niet over een actueel belang bij haar beroep tegen de door haar aangevochten tijdelijke aanstellingen van een collega. De vacature werd immers opengesteld voor een definitieve benoeming in de functie van adviseur-generaal operationele diensten - directeur in de hogere klasse A4 zodat verzoekster - die zich reeds kandidaat gesteld heeft voor de definitieve benoeming -...

  • Vonnis van Raad van State, 25 mei 2020

    Door het aangaan van de eenzijdige verbintenis heeft de verzoekende partij ingestemd met de toepassing van een afwijkende procedure voor de overdracht van risicogronden met historische bodemverontreiniging. Zij heeft daardoor geen afstand gedaan van haar mogelijkheid om een vrijstelling van de saneringsplicht aan te vragen. Zij heeft daarmee daarentegen wel ingestemd met de afwijkende procedure...

  • Vonnis van Raad van State, 25 mei 2020

    De aankoopakte bevat een clausule die expliciet melding maakt van de vervuiling en stelt dat koopster daarvoor alle verantwoordelijkheid op zich neemt. De kennisvereiste van art. 23, § 2, eerste lid, 3°, van het bodemdecreet veronderstelt niet dat de betrokkene bij de eigendomsverwerving gedetailleerd op de hoogte is van alle aspecten van de bodemverontreiniging of van de mogelijke ernst ervan...

  • Vonnis van Raad van State, 25 mei 2020

    Vastgesteld moet worden dat de verzoekende partijen geen annulatieberoep tegen de definitieve vaststelling van het gemeentelijk RUP hebben ingesteld. Anders dan de verzoekende partijen dit zien, mag een dergelijk beroep evenmin "impliciet" uit hun verzoekschrift tegen de voorlopige vaststelling blijken.

  • Vonnis van Raad van State, 20 mei 2020

    Op grond van art. 6.1.1\/1 van het onroerenderfgoeddecreet kunnen beschermingsvoorschriften geen beperkingen opleggen die werken of handelingen absoluut verbieden of onmogelijk maken die overeenstemmen met de plannen van aanleg of de ruimtelijke uitvoeringsplannen van kracht in de ruimtelijke ordening, noch de realisatie van die plannen en hun bestemmingsvoorschriften verhinderen. Ook...

  • Vonnis van Raad van State, 20 mei 2020

    De aanduiding van de nog niet op de bestreden beslissing toepasselijke VCRO-bepaling, kan niet leiden tot de onontvankelijkheid van het middel, daar de inhoud van de in het middel ingeroepen VCRO-bepaling en de volgens de verwerende partij toepasselijke VCRO-bepaling identiek zijn. Daarenboven was de verwerende partij er bij het nemen van het bestreden besluit van overtuigd dat dit besluit de in...

  • Vonnis van Raad van State, 18 mei 2020

    Het tijdspad dat door de bestreden beslissing wordt vooropgesteld staat niet gelijk met een toestand met "onherroepelijke schadelijke gevolgen" en zegt op zich niets over de gevolgen die de verzoekers zouden ondervinden bij een voorlopige tenuitvoerlegging in afwachting van een uitspraak ten gronde.

  • Vonnis van Raad van State, 18 mei 2020

    Uit het bepaalde van artikel 37, § 2 DBRC volgt dat de RvVb na gehele of gedeeltelijke vernietiging van de bestreden vergunningsbeslissing uit kracht van wet bevoegd is om zijn arrest in de plaats te stellen van de nieuw te nemen beslissing als deze het gevolg is van een gebonden bevoegdheid van de verwerende partij. Het middel dat ervan uitgaat dat de RvVb deze bevoegdheid niet ambtshalve maar...

  • Vonnis van Raad van State, 18 mei 2020

    "Schendt art. 4.8.11. §1, eerste lid, 3° VCRO de artikelen 10, 11, 13 en 23 van de Grondwet, gelezen in samenhang met de artikelen 6 en 9 van het verdrag van Aarhus van 25 juni 1998 betreffende de toegang tot informatie, inspraak bij besluitvorming en toegang tot de rechter inzake milieuaangelegenheden en het recht op toegang tot de rechter, gewaarborgd door art. 6 van het EVRM, in zoverre...

  • Vonnis van Raad van State, 18 mei 2020

    Uit de overgangsmaatregel van art. 387, eerste lid, OVD volgt dat een aanvraag van een milieuvergunning leidt tot een beslissing bij toepassing van het milieuvergunningsdecreet. Deze overgangsmaatregel is geen decretale bepaling die een geschil over een milieuvergunning toekent aan een ander administratief rechtscollege, de RvVb, dan de RvS. Het middel dat uitgaat van een andere rechtsopvatting,...

  • Vonnis van Raad van State, 15 mei 2020

    De voorwaarde van het belang bij een administratief cassatieberoep bestaat hierin dat een verzoeker, na een gebeurlijke vernietiging van de door hem bestreden jurisdictionele beslissing, enig voordeel moet kunnen putten uit een gebeurlijk nieuw onderzoek van de zaak door het administratief rechtscollege. Het belang bij een cassatieberoep voor de RvS moet niet enkel bestaan bij het instellen van...

  • Vonnis van Raad van State, 13 mei 2020

    Uit de uitdrukkelijke overwegingen van het bestreden besluit blijkt dat de gemeenteraad - met verwijzing naar het advies van de gemeentelijke stedenbouwkundige ambtenaar - de noodzaak van de inplanting van het fietspad aan de bedrijvenkant van de Metropoolstraat heeft herhaald. Uit het administratief dossier en de uitdrukkelijke overwegingen van het advies van de gemeentelijke stedenbouwkundige...

  • Vonnis van Raad van State, 13 mei 2020

    Door aan te nemen dat er onvoldoende zicht is op de ontwikkeling van het noordelijk deel van het betrokken woongebied en door de aanleg als fietsstraat als weigeringsmotief te hanteren, wijkt het bestreden besluit af van de in het administratief dossier opgenomen voorbereidende adviezen en documenten, waardoor niet blijkt dat het bestreden besluit steunt op een rechtens aanvaardbaar en toereikend

  • Vonnis van Raad van State, 13 mei 2020

    In het kader van de naleving van de uitzonderlijke maatregelen die de Nationale Veiligheidsraad heeft afgekondigd om de verspreiding van het COVID-19-virus tegen te gaan, hebben de partijen op vraag van de Raad van State er uitdrukkelijk mee ingestemd dat de zaak zal worden behandeld zonder openbare terechtzitting. De auditeur heeft een geschreven, met dit arrest eensluidend, advies neergelegd....

  • Vonnis van Raad van State, 13 mei 2020

    De verzoekende partij toont in haar verzoekschrift niet aan dat de implicaties van het kwestieuze deelgebied op het vlak van mobiliteit niet afdoende zouden zijn onderzocht. Zij maakt niet aannemelijk dat het bestreden besluit met de verkeersafwikkeling niet voldoende rekening houdt en dat de voorgestelde milderende maatregelen niet afdoende bij de besluitvorming zouden zijn betrokken.

  • Vonnis van Raad van State, 13 mei 2020

    Kleinhandel en groothandel zijn twee totaal verschillende activiteiten. Het bestreden besluit laat uitdrukkelijk een toonzaal "ten bate van de kleinhandel" toe. Kleinhandel is evenwel niet als een toegelaten hoofdactiviteit voorzien, zodat de toonzaal niet gekoppeld is aan een toegelaten hoofdactiviteit. Derhalve wordt een strijdigheid van het bestreden besluit met het gemeentelijk RUP...

  • Vonnis van Raad van State, 13 mei 2020

    De overheid die oordeelt over de aanvraag van een sociaal-economische vergunning, dient de verenigbaarheid van het gevraagde met de verordenende planvoorschriften na te gaan. Gelet op de op de verwerende partij rustende formelemotiveringsplicht moet in beginsel uit de socio-economische vergunning zelf blijken dat het planologische onderzoek op afdoende wijze is gebeurd.

  • Vonnis van Raad van State, 11 mei 2020

    De verwerende partij brengt geen enkel bewijs bij dat de bekendmaking door aanplakking van de bestreden beslissing vroeger heeft plaatsvonden dan de datum van 26 april 2017 die in het verzoekschrift tot nietigverklaring wordt vermeld. Het is nochtans zaak van de partij die aanvoert dat het beroep laattijdig is, het (tegen)bewijs te leveren van het tijdstip waarop de verzoekende partijen kennis...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien