in Raad van State › Arrest
in vLex België

18174 resultaten voor Raad van State › Arrest

  • Beoordeling vLex
  • Vonnis van Raad van State, 2 juli 2019

    Artikel 4 van de wet van 19 februari 1965 'betreffende de zelfstandige beroepsactiviteit der vreemdelingen' bepaalt enkel dat de beroepskaart slechts mag worden afgegeven aan de vreemdeling die een vergunning heeft gekregen om in België te verblijven of er zich te vestigen. Vermits de wet geen nadere criteria bevat, beschikt de overheid over een ruime discretionaire bevoegdheid. Wat de wijze...

  • Vonnis van Raad van State, 27 juni 2019

    Het Vlaams Onteigeningsdecreet is in werking getreden op 1 januari 2018 en titel 3 'Bestuurlijke fase' van het decreet is niet van toepassing op lopende administratieve procedures. De dagvaarding van verzoekers situeert zich evenwel in de gerechtelijke fase (titel 4). Deze titel is enkel niet van toepassing op lopende gerechtelijke procedures. Bij gebrek aan lopende gerechtelijke procedures heeft

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    Het recht van verdediging houdt in dat de tuchtrechtelijk vervolgde persoon het recht heeft om vrij zijn verdediging te organiseren zoals hij dat verkiest. Hij beschikt aldus in het bijzonder over het recht te zwijgen en stil te zitten in de eigen zaak. Behoudens overschrijding van de grenzen van het recht van verdediging, mag de enkele omstandigheid dat de tuchtrechtelijk vervolgde persoon...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    Het belang van de rechtsopvolger van de initiële verzoekende partij moet kunnen worden ingepast in het belang dat aan de basis lag van de rechtsvordering die werd ingesteld door die initiële verzoekende partij. Het belang, gestoeld op de hoedanigheid van eigenaar, is inpasbaar in het door de initiële verzoekers aangevoerde belang (als pachters) in zoverre het berust op de negatieve impact van de...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    De verzoekende partijen hebben zich op de parkeerproblematiek ingevolge het bestreden gemeentelijk RUP beroepen. De verwerende partij heeft in de screeningsnota bij dit RUP de parkeerproblematiek als pijnpunt erkend. In redelijkheid moet aangenomen worden dat de verzoekende partijen als bewoners\/eigenaars van panden gelegen in de onmiddellijke omgeving van het plangebied van die...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    De schending van richtlijn 2011\/92\/EU kan niet nuttig worden ingeroepen, aangezien ze niet van toepassing is op plannen. In zoverre is het middel onontvankelijk.

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    De door hem ingeroepen vrees voor de stopzetting van de sierappelteelt ingevolge onteigening is voorbarig. Een effectieve onteigening kan immers slechts plaats hebben nadat de vrederechter zich over de vraag tot onteigening heeft uitgesproken. De vrederechter kan die onteigening pas uitspreken nadat hij de onteigeningsmachtiging op haar interne en externe wettigheid heeft getoetst. De dreiging...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    Verzoekers vrees voor een belangrijke waardevermindering van zijn woning wordt niet in het minst concreet onderbouwd. In zoverre verzoeker verwijst naar een beperking van de ontwikkelingsmogelijkheden van zijn percelen en naar de stopgezette plannen voor een projectontwikkeling, wordt geenszins verduidelijkt waarom een en ander zo spoedeisend zou zijn dat geen uitspraak over het annulatieberoep...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    De door artikel 149 van de Grondwet aan de rechter en door artikel 39\/65 van de vreemdelingenwet specifiek aan de RvV opgelegde verplichting om zijn rechterlijke uitspraak te motiveren, heeft het karakter van een vormvereiste. Een uitspraak is gemotiveerd in de zin van de voornoemde bepalingen wanneer de rechter duidelijk en ondubbelzinnig de redenen uiteenzet die hem ertoe brengen die...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    Het nemen van een beslissing houdende bevel om het grondgebied te verlaten, betreft een beslissing tot verwijdering in de zin van artikel 1, 6°, van de vreemdelingenwet. De betrokken vreemdeling is ertoe gehouden de terugkeerverplichting na te leven en het bevel om het grondgebied te verlaten. De verzoekende partij moet derhalve bij het nemen van een beslissing houdende bevel om het grondgebied...

  • Vonnis van Raad van State, 26 juni 2019

    Vermits de RvV de door verzoeker in Irak gepleegde misdrijven niet heeft beschouwd als een dwingend motief om verzoeker enkel op die grond uit te sluiten van de gunst van artikel 9bis van de vreemdelingenwet, zonder de andere elementen van de aanvraag te behandelen, is het voornoemde artikel 9bis wat dat betreft niet geschonden met het bestreden arrest.

  • Vonnis van Raad van State, 21 juni 2019

    De verzoekende partij toont niet aan dat de plannende overheid er ten onrechte is van uitgegaan dat haar perceel, dat voor het grootste deel in een KMO-zone gelegen is en overeenkomstig die bestemming wordt gebruikt, niet voldoet aan de criteria om in het kernwoongebied te worden opgenomen. Gezien de beleidsoptie om het kernwoongebied op perceelsniveau af te bakenen, kan verzoeksters betoog dat...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2019

    Luidens art. 4.7.19, § 2, eerste lid, VCRO wordt een mededeling "die te kennen geeft dat de vergunning is verleend" door de aanvrager gedurende een periode van dertig dagen aangeplakt "op de plaats waarop de vergunningsaanvraag betrekking heeft". Volgens deze decretale bepaling volstaat de aanplakking van de mededeling van het feit dat een vergunning is verleend niet, maar...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2019

    De jurisdictionele motiveringsplicht houdt in dat het rechtscollege moet antwoorden op de middelen van de betrokkene, op zijn minst wanneer die middelen de strekking van zijn beslissing kunnen beïnvloeden doch worden afgewezen. De motiveringsplicht moet de partijen en de RvS toelaten zich ervan te vergewissen of het rechtscollege de voorgelegde gegevens heeft onderzocht en daadwerkelijk op de...

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2019

    Verzoekster is het niet eens is met de beoordeling door de Raad voor betwistingen inzake studievoortgangsbeslissingen. Wat verzoekster blijkens haar uiteenzetting vooral nastreeft bij de RvS, is een nieuwe beoordeling van haar zaak. Zij verliest uit het oog dat de RvS geen feitenrechter is en als cassatierechter niet treedt in de beoordeling van de zaak zelf.

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2019

    Er is in casu geen sprake van een afdoende stedenbouwkundige toetsing van de milieuvergunningsaanvraag. De stedenbouwkundige toets berust volledig op de beoordeling in de betrokken stedenbouwkundige vergunning die hangende de huidige procedure tegen de milieuvergunning door de RvVb is vernietigd.

  • Vonnis van Raad van State, 20 juni 2019

    Door schorsing van de tenuitvoerlegging van het betrokken GRUP kan de bestreden milieuvergunning niet worden uitgevoerd. Bijgevolg toont de verzoekende partij geen spoedeisendheid aan inzake de schorsing van de tenuitvoerlegging van het milieuvergunningsbesluit.

  • Vonnis van Raad van State, 13 juni 2019

    Door de betrokken deputatie van de provincieraad is een definitieve milieuvergunning voor een termijn van 20 jaar verleend die een aanvang neemt vanaf de eerste beslissingsdatum van de verlengde proefvergunning. Gelet op deze aanvangstermijn wordt vastgesteld dat de twee opeenvolgende proefvergunningen zijn opgegaan in de definitieve milieuvergunning, zodat het belang bij het bestrijden van de...

  • Vonnis van Raad van State, 13 juni 2019

    De exploitatie van de gevraagde windturbines, waarvan de dichtste op 2.250 meter van verzoekers woning is voorzien, kan een merkbaar gevolg hebben in zijn directe woonomgeving waardoor hij doet blijken van een afdoende belang. Verzoeker legt fotomateriaal voor waaruit blijkt dat de drie windturbines (met een maximale hoogte van 150 meter) op dergelijke afstand van zijn woning, die aan de...

  • Vonnis van Raad van State, 11 juni 2019

    De in art. 10 van de wet van 12 april 1965 bedoelde erfdienstbaarheid kan slechts opgelegd worden ten behoeve van het algemeen belang. Het komt aan de Koning toe om vast te stellen of de plaatsing van de bedoelde gasvervoerinstallaties van algemeen belang is en de beslissing tot plaatsing te motiveren, in voorkomend geval in antwoord op de tijdens het openbaar onderzoek ingediende bezwaren.

  • Vonnis van Raad van State, 11 juni 2019

    Het loutere feit dat de tussenkomende partij ten aanzien van de voorzitter leugenachtige verklaringen heeft afgelegd, kan door de verzoekende partij als een tuchtfeit in aanmerking worden genomen en tuchtrechtelijk worden gesanctioneerd. De omstandigheid dat de kwalificatie van die verklaringen als leugenachtig een toetsing van die verklaringen vergt aan feiten die op zich verjaard zijn, doet...

  • Vonnis van Raad van State, 5 juni 2019

    De minister heeft, wat betreft de vereiste minimumlengte om toegelaten te worden tot het ambt van (aspirant-) inspecteur van politie in het basiskader, de grens vastgelegd op 152 cm. De stelling van verzoekster dat de minister daarbij tevens een differentie zou moeten maken naargelang de specifieke functie men beoogt uit te oefenen, vindt geen steun in de wet en de uitvoeringsbesluiten. De...

  • Vonnis van Raad van State, 23 mei 2019

    Onder de personen die beroep kunnen instellen bij de RvVb wordt een onderscheid gemaakt tussen personen van wie de vereiste hoedanigheid volstaat (art. 4.8.11, § 1, eerste lid, 1°, 2°, 5°, 6° en 7°) en personen die behalve de vereiste hoedanigheid ook een specifiek belang moeten aantonen (art. 4.8.11, § 1, eerste lid, 3° en 4°). Het middel dat uitgaat van de rechtsopvatting dat de in...

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    Met hun beroep beogen de verzoekende partijen de nietigverklaring van de beslissing waarmee de gemeenteraad een dading tussen de stad en de tussenkomende partij goedkeurt. Als zodanig gaat het om een beroep tegen een beslissing die ideëel afsplitsbaar is van de dading, en voor de beoordeling waarvan de RvS bevoegd is.

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    De artt. 2 en 3 van de formelemotiveringswet bepalen dat eenzijdige rechtshandelingen met individuele strekking die uitgaan van een bestuur en die beogen rechtsgevolgen te hebben voor één of meer bestuurden of voor een ander bestuur, uitdrukkelijk moeten worden gemotiveerd, dat in de akte de juridische en feitelijke overwegingen moeten worden vermeld die aan de beslissing ten grondslag liggen en...

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    De verwerende partij heeft verzoekster bij de kennisgeving van de bestreden beslissing ten onrechte meegedeeld dat zij tegen de beslissing bij de RvS een beroep tot nietigverklaring kon instellen. Dit verantwoordt dat het rolrecht te haren laste wordt gelegd, maar het volstaat niet om verzoekster te beschouwen als een in het gelijk gestelde partij in de zin van art. 30\/1, § 1, van de RvS-wet,...

  • Vonnis van Raad van State, 21 mei 2019

    Uit het bestreden besluit blijkt dat de deputatie zich, ter beantwoording van de ingediende bezwaren, aansluit bij de weerlegging van deze bezwaren in het gemeenteraadsbesluit. De verzoekende partijen laten na de daarin omgenomen motieven bij hun kritiek te betrekken, zodat zij er niet in slagen aan te tonen dat het openbaar nut van de verbreding van de straat niet afdoende zou zijn gemotiveerd...

  • Vonnis van Raad van State, 16 mei 2019

    Art. 5 Ger.W. bepaalt dat er rechtsweigering bestaat wanneer de rechter weigert recht te spreken onder enig voorwendsel, zelfs van het stilzwijgen, de duisterheid of de onvolledigheid van de wet. Er is geen sprake van rechtsweigering als de rechter alleen maar een middel terzijde laat of oordeelt hierop niet te moeten antwoorden. Het middel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar...

  • Vonnis van Raad van State, 16 mei 2019

    Er bestaat geen algemeen rechtsbeginsel om te worden gehoord, dat te onderscheiden is van het algemeen rechtsbeginsel houdende eerbiediging van het recht van verdediging. In zoverre het middel uitgaat van een andere rechtsopvatting, faalt het naar recht.

  • Vonnis van Raad van State, 16 mei 2019

    Het middel bekritiseert de verwerping van het eerste middel, waarin hij aanvoert dat het beroep tegen de vergunning door het ANB onontvankelijk is, door de RvVb, maar niet de verwerping door de RvVb van het tweede middel, waarin hij aanvoert dat het beroep tegen de vergunning door de tussenkomende partij onontvankelijk is. Art. 4.7.24 VCRO verplicht de deputatie beroepen tegen dezelfde...

  • Vraag een proefperiode aan om aanvullende resultaten te zien