Wet betreffende de voorlopige hechtenis. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-08-1990 en tekstbijwerking tot 28-12-2006)

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Wet betreffende de voorlopige hechtenis. (NOTA : Raadpleging van vroegere versies vanaf 14-08-1990 en tekstbijwerking tot 28-12-2006)

TITEL I. - De voorlopige hechtenis.

HOOFDSTUK I. - De aanhouding.

Artikel 1. Voor de aanhouding bij op heterdaad ontdekte misdaad of op heterdaad ontdekt wanbedrijf gelden de volgende regels :

1° de vrijheidsbeneming mag in geen geval langer duren dan vierentwintig uren;

2° de agenten van de openbare macht stellen de verdachte van wie zij de vlucht hebben verhinderd, onmiddellijk ter beschikking van de officier van gerechtelijke politie. De termijn van vierentwintig uren waarvan sprake is in het 1°, gaat in op het ogenblik dat de verdachte, ten gevolge van het optreden van de agent van de openbare macht, niet meer beschikt over de vrijheid van komen en gaan;

3° iedere particulier die iemand vasthoudt die bij een misdaad of wanbedrijf op heterdaad betrapt werd, geeft de feiten onverwijld aan bij een agent van de openbare macht. De termijn van vierentwintig uren waarvan sprake is in het 1°, gaat in op het ogenblik dat die aangifte wordt gedaan;

4° zodra de officier van gerechtelijke politie tot aanhouding is overgegaan, deelt hij dit onverwijld mee aan de procureur des Konings door middel van de snelste communicatiemiddelen. Hij voert de bevelen van deze magistraat uit, zowel wat de vrijheidsbeneming als wat de uit te voeren plichten betreft;

5° indien het misdrijf het voorwerp uitmaakt van een gerechtelijk onderzoek, wordt de in het 4° bedoelde mededeling gedaan aan de onderzoeksrechter;

6° van de aanhouding wordt proces-verbaal opgemaakt.

Dit proces-verbaal vermeldt :

a) het juiste uur van de effectieve vrijheidsbeneming, met nauwkeurige opgave van de omstandigheden waarin de vrijheidsbeneming tot stand gekomen is;

b) de mededelingen gedaan overeenkomstig het 4° en het 5°, met opgave van het juiste uur en van de beslissingen genomen door de magistraat.

Art. 2. Buiten het geval van op heterdaad ontdekte misdaad of op heterdaad ontdekt wanbedrijf, kan een persoon tegen wie ernstige aanwijzingen van schuld aan een misdaad of een wanbedrijf bestaan, slechts ter beschikking van de rechter worden gesteld, en voor een termijn die niet langer duurt dan vierentwintig uren, met inachtneming van de volgende regels :

1° de beslissing tot vrijheidsbeneming kan alleen worden genomen door de procureur des Konings;

2° indien deze persoon poogt te vluchten of poogt zich te onttrekken aan het toezicht van een agent van de openbare macht, mogen bewarende maatregelen worden getroffen in afwachting dat de procureur des Konings, onverwijld door de snelste communicatiemiddelen op de hoogte gebracht, een beslissing neemt;

3° van de beslissing tot aanhouding wordt onverwijld kennis gegeven aan de betrokkene. Deze kennisgeving bestaat in het mondeling mededelen van de beslissing in de taal van de rechtspleging;

4° er wordt een proces-verbaal opgemaakt. Dit proces-verbaal vermeldt :

a) de beslissing van de procureur des Konings, de door hem getroffen maatregelen en de wijze waarop deze zijn medegedeeld;

b) het juiste uur van de effectieve vrijheidsbeneming, met nauwkeurige opgave van de omstandigheden waarin de vrijheidsbeneming tot stand gekomen is;

c) het juiste uur van de kennisgeving aan de betrokkene van de beslissing tot aanhouding.

5° de aangehouden of vastgehouden persoon wordt in vrijheid gesteld zodra de maatrege...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf