Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (Deel 1 tot en met 11) (NOTA : om technische en praktische redenen, werden de Romeinse cijfers van de artikelen van deze tekst, veranderd in Arabische cijfers respectievelijk met volgende artikelen : Artikel I.I.1 wordt Artikel 1.1.1;...

Wetgeving › Sección Única

Gelinkt als:

Extract


Koninklijk besluit tot regeling van de rechtspositie van het personeel van de politiediensten (Deel 1 tot en met 11) (NOTA : om technische en praktische redenen, werden de Romeinse cijfers van de artikelen van deze tekst, veranderd in Arabische cijfers respectievelijk met volgende artikelen : Artikel I.I.1 wordt Artikel 1.1.1;...

DEEL I. - ALGEMENE BEPALINGEN.

TITEL I. - DEFINITIES.

Artikel 1.1.1. Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder :

1° " de wet " : de wet van 7 december 1998 tot organisatie van een geïntegreerde politiedienst, gestructureerd op twee niveaus;

2° " de politiediensten " : de federale politie en de korpsen van de lokale politie;

3° " het personeelslid " : elk lid van het operationeel kader en het administratief en logistiek kader in de zin van artikel 116 van de wet, met uitzondering evenwel van de militairen bedoeld in artikel 4, § 2, van de wet van 27 december 2000 houdende diverse bepalingen met betrekking tot de rechtspositie van het personeel van de politiediensten;

4° " het personeelslid van het operationeel kader " : elk lid van het operationeel kader in de zin van artikel 117 van de wet;

5° " het personeelslid van het administratief en logistiek kader " : elk lid van het administratief en logistiek kader in de zin van artikel 118 van de wet;

6° " politieambtenaar " : elk personeelslid van het operationeel kader dat behoort tot hetzij het basis-, midden- of officierskader in de zin van artikel 117, eerste lid, van de wet;

7° " hulpagent " : elk lid van het kader van hulpagenten van politie in de zin van artikel 117, eerste lid, van de wet;

8° " aspirant " : elk personeelslid van het operationeel kader dat toegelaten is tot een basisopleiding die toegang geeft tot een betrekking van één van de vier kaders bedoeld in artikel 117, eerste lid, van de wet;

9° " stagiair " : elk personeelslid dat toegelaten is tot de stage bedoeld in de artikelen V.II.7 en V.III.12;

10° " contractueel personeelslid " : elk personeelslid dat in dienst is genomen bij arbeidsovereenkomst overeenkomstig de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten;

11° " de minister " : de minister van Binnenlandse Zaken;

12° " de benoemende overheid " : de overheid die bevoegd is een personeelslid te benoemen of in dienst te nemen zoals bepaald in de artikelen 53, 54 en 56 van de wet en in artikel II.I.11;

13° " een betrekking " : elke betrekking bedoeld in de artikelen 47, 106 en 128 van de wet;

14° ("een gespecialiseerde betrekking" : een betrekking zoals bedoeld in tabel I van de bijlage 19;)

15° " de mobiliteit " : elke verandering van betrekking van een personeelslid uitgevoerd krachtens artikel 128 van de wet;

16° " een detachering " : met uitzondering van de detacheringen bedoeld in de artikelen 96 en 105 van de wet, de tijdelijke aanwijzing van een personeelslid dat over alle kwalificaties beschikt die voor de betrekking zijn vereist, in een andere betrekking dan diegene waarin het is benoemd of aangewezen, zonder beperking wat betreft zijn aanwending, voor een duur van ten minste twee opeenvolgende dagen en maximum zes maanden, verlengbaar wegens dwingende dienstredenen;

17° " een terbeschikkingstelling " : de uitoefening van ambten ten gunste van een andere eenheid of een andere dienst met een beperking van de uit te voeren opdracht of de duur ervan;

18° " wettelijke feestdagen " : de feestdagen opgesomd in artikel 1 van het koninklijk besluit van 18 april 1974 tot bepaling van de algemene wijze van uitvoering van de wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen;

19° " reglementaire feestdagen " : 2 en 15 november, 26 december en twee dagen naar keuze van de bevoegde overheid om een gebeurtenis te vieren of te herdenken van het federaal niveau of van één van de gemeenschappen of één van de gewesten;

20° " rust " : elke periode gedurende dewelke het personeelslid noch in verlof, noch in non-activiteit, noch in disponibiliteit is, of noch met dienst is bevolen;

21° " dienstvrijstelling " : de machtiging gegeven door de bevoegde overheid aan een personeelslid opdat deze laatste tijdens de uren waarop hij met dienst is bevolen voor een welbepaalde duur afwezig mag zijn;

22° " de medische dienst " : de medische dienst van de politiediensten;

23° " de opleiding " : de diverse beroepsopleidingscycli bedoeld in 24° tot en met 27°;

24° " de basisopleiding " : de beroepsopleiding gegeven aan de aspirant met het oog op het uitoefenen van een eerste betrekking in één van de vier kaders bedoeld in artikel 117 van de wet en die noodzakelijk is voor het uitoefenen van deze betrekking;

25° " de voortgezette opleiding " : de beroepsopleiding gegeven aan het personeelslid die hem de garantie biedt de voorheen verworven vaardigheden en kennis te behouden, het reactief aanpassen van de verworven competenties en het pro-actief verwerven van nieuwe competenties, derwijze dat de bekleedde betrekking op een doelmatige wijze kan worden uitgeoefend;

26° " de promotieopleiding " : de beroepsopleiding die tot doel heeft nieuwe kennis en vaardigheden te verwerven of bepaalde dimensies van het politieambt uit te diepen en die wordt verstrekt aan bepaalde personeelsleden en waarvoor het slagen één van de toelatings...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf