Arrest nr. 109/2000 van 31 oktober 2000 Rolnummer 1754 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 januari 1999 houdende wijziging van het decre

Extract


Arrest nr. 109/2000 van 31 oktober 2000 Rolnummer 1754 In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 januari 1999 houdende wijziging van het decre

Arrest nr. 109/2000 van 31 oktober 2000

Rolnummer 1754

In zake : het beroep tot gedeeltelijke vernietiging van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 januari 1999 houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995, ingesteld door de Ministerraad.

Het Arbitragehof,

samengesteld uit de voorzitters M. Melchior en G. De Baets, en de rechters H. Boel, L. François, P. Martens, J. Delruelle, H. Coremans, A. Arts, R. Henneuse en M. Bossuyt, bijgestaan door de griffier L. Potoms, onder voorzitterschap van voorzitter M. Melchior,

wijst na beraad het volgende arrest :

I. Onderwerp van het beroep

Bij verzoekschrift dat aan het Hof is toegezonden bij op 6 augustus 1999 ter post aangetekende brief en ter griffie is ingekomen op 9 augustus 1999, heeft de Ministerraad, Wetstraat 16, 1000 Brussel, beroep tot gedeeltelijke vernietiging ingesteld van het decreet van de Franse Gemeenschap van 4 januari 1999 houdende wijziging van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector en omzetting van de richtlijn 97/36/EG van 30 juni 1997 en de richtlijn 95/47/EG van 24 oktober 1995 (bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 februari 1999).

II. De rechtspleging

Bij beschikking van 9 augustus 1999 heeft de voorzitter in functie de rechters van de zetel aangewezen overeenkomstig de artikelen 58 en 59 van de bijzondere wet van 6 januari 1989 op het Arbitragehof.

De rechters-verslaggevers hebben geoordeeld dat er geen aanleiding was om artikel 71 of 72 van de organieke wet toe te passen.

Van het beroep is kennisgegeven overeenkomstig artikel 76 van de organieke wet bij op 19 oktober 1999 ter post aangetekende brieven.

Het bij artikel 74 van de organieke wet voorgeschreven bericht is bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 11 november 1999.

Memories zijn ingediend door :

- de Vlaamse Regering, Martelaarsplein 19, 1000 Brussel, bij op 29 november 1999 ter post aangetekende brief;

- de n.v. van publiek recht Belgacom, waarvan de maatschappelijke zetel is gevestigd te 1030 Brussel, Koning Albert II-laan 27, bij op 1 december 1999 ter post aangetekende brief;

- de Franse Gemeenschapsregering, Surlet de Chokierplein 15-17, 1000 Brussel, bij op 2 december 1999 ter post aangetekende brief.

Van die memories is kennisgegeven overeenkomstig artikel 89 van de organieke wet bij op 8 februari 2000 ter post aangetekende brieven.

Memories van antwoord zijn ingediend door :

- de verzoekende partij, bij op 7 maart 2000 ter post aangetekende brief;

- de n.v. van publiek recht Belgacom, bij op 7 maart 2000 ter post aangetekende brief.

- de Franse Gemeenschapsregering, bij op 8 maart 2000 ter post aangetekende brief;

- de Vlaamse Regering, bij op 10 maart 2000 ter post aangetekende brief.

Bij beschikkingen van 27 januari 2000 en 29 juni 2000 heeft het Hof de termijn waarbinnen het arrest moet worden gewezen, verlengd tot respectievelijk 6 augustus 2000 en 6 februari 2001.

Bij beschikking van 12 juli 2000 heeft voorzitter M. Melchior de zaak voorgelegd aan het Hof in voltallige zitting.

Bij beschikking van 12 juli 2000 heeft het Hof de zaak in gereedheid verklaard en de dag van de terechtzitting bepaald op 26 september 2000.

Van die beschikking is kennisgegeven aan de partijen en hun advocaten bij op 13 juli 2000 ter post aangetekende brieven.

Op de openbare terechtzitting van 26 oktober 2000 :

- zijn verschenen :

. Mr. L. Misson en Mr. L. Wysen, advocaten bij de balie te Luik, voor de verzoekende partij;

. Mr. F. Jongen, advocaat bij de balie te Brussel, voor de n.v. van publiek recht Belgacom;

. Mr. P. Van Orshoven, advocaat bij de balie te Brussel, voor de Vlaamse Regering;

. Mr. A. Joachimowicz loco Mr. A. Berenboom, advocaten bij de balie te Brussel, voor de Franse Gemeenschapsregering;

- hebben de rechters-verslaggevers J. Delruelle en A. Arts verslag uitgebracht;

- zijn de voornoemde advocaten gehoord;

- is de zaak in beraad genomen.

De rechtspleging is gevoerd overeenkomstig de artikelen 62 en volgende van de organieke wet, die betrekking hebben op het gebruik van de talen voor het Hof.

III. In rechte

- A

Tussenkomst van de naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom

A.1.1. De naamloze vennootschap van publiek recht Belgacom heeft een memorie van tussenkomst neergelegd.

A.1.2. De vennootschap meent belang te hebben bij een tussenkomst voor het Hof als uitbaatster van telecommunicatiediensten. Een aantal van die diensten kunnen via internet worden verstrekt, andere dan weer niet. Nu zal het zeer algemene en dus weinig nauwkeurige karakter van de in het decreet opgenomen definitie, gecombineerd met het feit dat de diensten die op individuele aanvraag worden verstrekt, bij artikel 1, 5°, van het decreet van 17 juli 1987 over de audiovisuele sector niet van de definitie van televisie worden uitgesloten (en zulks met schending van de richtlijn van 3 oktober 1989), tot gevolg hebben dat alle nie...

Volledige samenvatting van dit document bekijken

Gesponsorde links




ver las páginas en versión mobile | web

ver las páginas en versión mobile | web

© Copyright 2012, vLex. Alle rechten voorbehouden.

Inhoud van vLex België

Verken vLex

Voor professionals

Voor Partners

Bedrijf